NOS Nieuws•
Bij een week vol geweld in de Syrische provincie Sweida zijn vorig jaar zeker 1700 mensen gedood. Er zijn daar mogelijk oorlogsmisdaden gepleegd, stelt een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties. Zo’n 200.000 mensen sloegen op de vlucht.
Volgens het onderzoek vochten gewapende druzen en bedoeïenen tegen elkaar en namen ook Syrische regeringsmilitairen deel aan het geweld. Volgens de VN hebben alle betrokken partijen schendingen gepleegd. Veel daarvan kunnen worden aangemerkt als oorlogsmisdaden en sommige mogelijk als misdaden tegen de menselijkheid.
De meeste doden vielen aan de kant van de druzen. Ook kwamen bedoeïenen om en 225 mensen die aan de Syrische overheid gelieerd waren. In het rapport worden in totaal 1707 doden gemeld.
Volgens het rapport zijn nog altijd 155.000 mensen ontheemd door de gevechten van juli 2025.
Geweld in drie fases
Het VN-rapport beschrijft hoe het geweld in Sweida zich in drie fases ontwikkelde, tussen 14 juli en 19 juli 2025.
In het begin voerden Syrische regeringsstrijdkrachten en bondgenoten, onder wie bedoeïense strijders, aanvallen uit in de provincie Sweida. Die waren vooral gericht tegen de druzen-bevolking. Daarbij werden burgers gedood en mensen willekeurig opgepakt, gemarteld en beroofd.
In de tweede fase volgden tegenaanvallen van gewapende druzen, voornamelijk gericht tegen bedoeïenen. Daarbij werden mensen gedood, gemarteld en verdreven uit hun huizen. Ook werden huizen en religieuze plekken aangevallen.
In de derde fase escaleerde het geweld toen stamstrijders massaal naar Sweida trokken om mee te vechten. Zij zouden op grote schaal hebben geplunderd, mensen hebben gedood en huizen in tientallen dorpen in brand hebben gestoken. Ook zouden er veel executies hebben plaatsgevonden zonder berechting.
Een onderzoek van een Syrische overheidscommissie meldde vergelijkbare cijfers en gebeurtenissen als het rapport van de VN. Die commissie sprak van 1760 doden en 2188 gewonden “aan alle kanten” en concludeerde ook dat alle partijen zich schuldig hadden gemaakt aan mensenrechtenschendingen.
Hoewel het geweld afnam na het staakt-het-vuren van 19 juli 2025, is het nog onrustig in de regio en vinden er sporadisch gevechten plaats. De VN waarschuwt dat de situatie onrustig blijft zolang er geen politieke oplossing komt en daders niet ter verantwoording worden geroepen.

