NOS Nieuws
Het waterpeil in het IJsselmeer is door de ondergrens gezakt die in de zomer wordt gehanteerd. Rijkswaterstaat gebruikt bandbreedtes voor het waterpeil en in de zomer staat het water in de ‘regenton van Nederland’ normaalgesproken hoger dan in de winter.
Door de droogte en hoge temperaturen is dat hogere zomerpeil niet langer vol te houden. Gestreefd wordt in de zomer naar een peil van tussen de 10 en 30 centimeter onder NAP (Nieuw Amsterdams Peil, vrijwel gelijk aan zeeniveau).
Het peil is nu onder de grens van 30 centimeter onder NAP gezakt. Komende week kijken Rijkswaterstaat en de waterschappen die grenzen aan het IJsselmeer welke maatregelen nodig zijn. Te denken valt aan sproeiverboden.
Van grote problemen is geen sprake, maar “er staat wel druk op de ketel”, zegt Arnout Schoemakers van Rijkswaterstaat. “De aanvoer van water uit de IJssel blijft ver achter bij wat het normaal is. Tegelijkertijd willen we ook water blijven gebruiken.”
Die dingen staan op gespannen voet met elkaar, benadrukt Schoemakers. Juist door de droogte is de vraag naar water groot. “Dat leidt ertoe dat het peil steeds verder wegzakt.”
‘Appeltje voor de dorst’
Rijkswaterstaat beheert het waterpeil in het IJsselmeer. In de winter staat het doorgaans lager dan in de zomer. Dan geldt een ondergrens van 40 centimeter onder NAP. Dat lagere peil is nodig om de grotere aanvoer van regenwater uit Nederland, Duitsland en Zwitserland aan te kunnen. In het voorjaar wordt het peil verhoogd, “als appeltje voor de dorst voor de zomer”.
Dit voorjaar is expres extra gebufferd, omdat de hoeveelheid smeltwater uit de Alpen tegenviel. Daardoor is het lang goed gegaan, maar van een hoger zomerniveau is dus geen sprake meer.
Dat het vandaag geregend heeft, verandert daar niets aan. “Dit is een druppel op de gloeiende plaat”, zegt Schoemakers.
Komende week gaat Schoemakers als Hoofd Waterdistrict IJsselmeergebied om de tafel met waterschappen en andere belanghebbenden. Dan worden mogelijk maatregelen genomen. Die zouden in eerste instantie vooral de landbouw treffen; de industrie en huishoudens kunnen gewoon op water blijven rekenen.

