NOS Nieuws
-
Sjoerd Verbiesen
redacteur Economie
-
Sjoerd Verbiesen
redacteur Economie
“Laten we weer vaker gewoon vijf dagen in de week werken als norm stellen.” Een uitspraak van VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans gisteravond tijdens de Binnenhoflezing. Hij wil op die manier de Nederlandse economie verder laten groeien, maar kan dat ook?
De toespraak maakte behoorlijk wat los. Niet alleen zijn aanval op de vakbonden (“Kijk even wat verder dan je protestbord lang is.”) was opmerkelijk, ook had hij dus een boodschap voor werkend Nederland: we moeten meer werken. Hij noemt dat een “ongemakkelijk gesprek”.
‘Redden we het niet mee’
Brekelmans wijst daarbij specifiek naar de groep jongeren. “Nog geen kinderen, gelukkig geen gezondheidsproblemen, maar die wel al in hun eerste baan parttime willen werken. Maximaal vier dagen in de week, soms zelfs drie. En daar redden we het dus niet mee. Laten we weer vaker gewoon vijf dagen in de week werken als norm stellen en dan natuurlijk ook zorgen dat meer werken loont en dat voor wie dat wil ook overwerken loont.”
Hij wees ook naar het aantal mensen met een werkloosheidsuitkering, bijstandsuitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering. “We kunnen het ons simpelweg niet veroorloven dat een miljoen mensen aan de kant staan en dat dit aantal iedere maand opnieuw blijft oplopen. Dat is voor niemand goed”, sprak hij.
Zorgtaken
Meer mensen en meer uren, is de boodschap. Volgens economen is dat makkelijker gezegd dan gedaan. “Bijna driekwart van de Nederlandse bevolking heeft werk. Er wordt veel parttime gewerkt, maar als je wil dat die fulltime gaan werken, gaat dat ook ten koste van andere dingen, zoals mantelzorg of vrijwilligerswerk”, vertelt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS.
Dat mensen deeltijd werken, heeft dan ook vaak een reden, vertelt hoogleraar arbeidsmarkt Sonja Bekker van de Universiteit Utrecht. “Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat zorg voor bijvoorbeeld kinderen ook een flinke taak kan zijn. Niet iedereen kan kinderopvang betalen en kinderopvang is ook niet altijd flexibel genoeg. Sommige mensen werken juist ’s nachts of heel vroeg, dan is de kinderopvang niet altijd open. Het is een breder vraagstuk dan alleen de bal bij werknemers leggen.”
Bekker wijst erop dat als je iets wil doen aan het hoge aantal parttimewerknemers, er ook aan de werkgeverskant iets moet veranderen. “Flexibele deeltijdswerkers zijn ook een instrument dat voor werkgevers handig is. Bijvoorbeeld bij piekbelasting in de zorg, daar heb je ’s ochtends meer werk, want je moet de mensen uit bed helpen, maar in de middag is het rustiger. Dan kan je dat opvangen met deeltijdwerknemers.”
Brekelmans kijkt dus specifiek in de richting van jongeren. De laatste jaren is het aantal werkende jongeren al flink gestegen, vertelt Van Mulligen. “Bij jonge vrouwen vooral. Je ziet daar wel een toename. Ook de arbeidsdeelname bij jongeren is veel hoger dan bij eerdere generaties”, vertelt Van Mulligen. Uit CBS-cijfers blijkt zelfs dat het aandeel werkende vrouwen in de groep 15 tot 25-jarigen net iets hoger ligt dan het aandeel mannen.
Sowieso doet Nederland het goed in de Europese lijstjes qua ‘arbeidsparticipatie’. Dat is het deel van de bevolking dat meedoet aan het arbeidsproces door betaald werk te doen.
Uitkering
Toch ziet Brekelmans nog mogelijkheden om dat aandeel te vergroten. Daarbij kijkt hij naar mensen die een uitkering ontvangen. Van Mulligen zet daar een kanttekening bij: “De winst die daar te halen valt is heel beperkt. Voor sommigen zit werken er niet in, omdat ze ziek zijn. De zorg en de bouw, sectoren waar veel personeel nodig is, daar kan je niet zomaar aan de slag. Daarvoor moet je geschoold zijn.”
En als die mensen al kunnen werken, is het ook de vraag of de werkgever daarvoor openstaat. “Er is een groep mensen die kan werken en wil werken, maar onder bepaalde randvoorwaarden omdat ze bijvoorbeeld ziek zijn. Een werkgever moet dat willen.”













