NOS Nieuws
Bij een bloeddonor in Nederland is het westnijlvirus vastgesteld. De laatste keer dat iemand in Nederland een infectie met het westnijlvirus opliep, was in 2020. De donor woont in de provincie Utrecht en is niet recent in het buitenland geweest, meldt het RIVM.
De besmetting werd in augustus vastgesteld tijdens wetenschappelijk onderzoek van bloedbank Sanquin onder bloeddonoren. De donor had milde klachten. Met een laboratoriumtest werd het virus aangetoond.
Het westnijlvirus komt voor bij vogels. De gewone huissteekmug kan het virus krijgen wanneer die zich voedt met het bloed van een besmette vogel. Vervolgens kan de mug het virus overdragen op andere vogels, zoogdieren en mensen.
Mensen kunnen ziek worden van het virus, maar het niet verder verspreiden. Volgens het RIVM heeft ongeveer 80 procent van de mensen die besmet raken geen klachten. Zo’n 19 procent krijgt griepachtige klachten.
Bij ongeveer 1 procent ontstaan neurologische klachten. Vooral mensen ouder dan 50 jaar en mensen met een lagere weerstand hebben een grotere kans om ernstig ziek te worden. Een klein deel met ernstige westnijlkoorts kan overlijden.
Ook paard en vogel positief
Volgens het RIVM zijn in korte tijd op verschillende plekken in Nederland een paard, een vogel en nu ook een mens positief getest op het westnijlvirus. Dat wijst erop dat er in Nederland muggen actief zijn die het virus bij zich dragen.
De kans om in Nederland westnijlkoorts op te lopen is volgens het RIVM nog steeds heel klein. Om een muggenbeet te voorkomen, adviseert het RIVM onder meer bedekkende kleding te dragen, horren te gebruiken en muggenwerende middelen op onbedekte huid te gebruiken. Ook kan onder een klamboe worden geslapen.

