NOS Nieuws•
Wat gebeurt er met je Facebook-account als je dood bent? Met foto’s die online staan of je bitcoin? Hoe wil je digitaal voortleven of worden herdacht? Het overgrote deel van de Nederlanders heeft hier nog nooit over nagedacht en daar wil Kamerlid Barbara Kathmann (Pro) wat aan doen.
Ze komt met twee voorstellen om mensen bewust te maken van hun digitale nalatenschap. Ten eerste roept ze het kabinet op om een grootscheepse campagne te starten en daarnaast wil ze dat alle cursussen op het gebied van digitale vaardigheden, bijvoorbeeld voor ouderen, ook het onderdeel ‘digitale nalatenschap’ behandelen.
Kathmann, die in de Kamer vaak met tech bezig is, zegt dat ruim acht op de tien mensen niets hebben geregeld op dit gebied. “Dat levert echt bureaucratisch schrijnende situaties op.”
Rompslomp
Soms worden afscheidsbrieven van mensen heel laat gevonden, omdat ze achter wachtwoorden zitten die bij nabestaanden niet bekend zijn, schetst het Kamerlid. Of nabestaanden kunnen niet bij de cryptomunten van een overledene. “Je wil niet met deze rompslomp bezig zijn als je rouwt.”
Josanne Ganzevles van de Alliantie Digitaal Samenleven kent nog veel meer voorbeelden van ingewikkelde situaties. Soms moeten nabestaanden bijvoorbeeld “nadenken over het openen van een telefoon met face-id of vingerafdruk”. Met het gezicht of de vinger van de overledene dus. “Dat is toch verschrikkelijk?”
Haar Alliantie Digitaal Samenleven is een campagne begonnen: ‘Data na de Dood’. In acht stappen(opent in nieuw venster) wordt daar verteld hoe je je digitale nalatenschap kan vastleggen. “Je zet je nabestaanden voor een dilemma als je niets regelt”, zegt Ganzevles.
Verdergaande regels
Ze is blij met het initiatief van Kathmann, maar ziet ook ruimte voor verdergaande regels. Volgens Ganzevles zou het goed zijn om bijvoorbeeld socialemediaplatforms te verplichten om gebruikers opties te geven wat er met hun data gebeurt na overlijden. Nu doen sommige dat wel en andere niet. “Dat is verwarrend voor mensen.”
Kamerlid Kathmann wil haar ideeën vandaag bespreken in een debat en volgende week een concreet voorstel indienen. Dan zal blijken wat het kabinet ervan vindt en of een meerderheid van de Tweede Kamer ervoor te porren is.

