NOS Nieuws

  • Sjoerd den Daas

    correspondent Verenigde Staten

Oorlogsmoe was Amerika, na decennia van ‘forever wars’, de langdurige strijd van het Amerikaanse leger in andere landen, zoals in Vietnam en Afghanistan. Toch is het de president die beloofde daar een einde aan te maken, die nu de zesde maand ingaat van zijn oorlog met Iran. De onvrede onder Amerikanen groeit. Ook in Middletown, de stad in Ohio waar vicepresident JD Vance werd geboren.

“Het stuitert alle kanten op, we hebben geen duidelijk doel”, verzucht veteraan John Cox. Hij is gepensioneerd sergeant eerste klasse en diende in Vietnam. “Toen was het idee ook dat we er snel in en ook weer uit zouden gaan.” Die oorlog zou uiteindelijk negentien jaar duren. Zo lang loopt de oorlog met Iran nog niet. Maar bij Post 218, een organisatie voor veteranen in Middletown, is er weinig begrip voor de wispelturigheid van Donald Trump.

“De ene dag noemt hij het een oorlog, dan weer een schermutseling”, zegt Cox aan de bar van Post 218, een soort clubhuis voor veteranen. “Wij horen geen land te zijn dat steeds van koers verandert. Wij moeten ergens naartoe gaan, de klus klaren en weer vertrekken.”

John Cox

Vier tot zes weken zou het duren volgens president Trump, de oorlog die hij samen met Israël voert tegen het Iraanse regime. Meermaals stelde hij de doelen en de timing bij, tientallen keren stelde Trump dat het einde van de oorlog nabij was. Gisteren stelde Trump opnieuw dat de heropening van de Straat van Hormuz en denuclearisatie van Iran nabij zijn, kort nadat hij opnieuw had gedreigd met “de grootste bombardementen ooit”.

“Ze zeggen iets met hun mond en er komt iets heel anders uit hun achterwerk”, zegt veteraan Jeff Manning. Of, vrij vertaald: ze zeggen het één, maar doen iets anders. “Ik zie geen oorlog”, zegt Manning, die eerder bommen bouwde bij het leger. “Ik zie vooral onschuldige mensen die omkomen omdat regeringen hun macht willen uitbreiden.”

Populair was deze oorlog nooit, maar nu het geweld na een staakt-het-vuren maar blijft oplaaien groeit het verzet onder Amerikanen. In een recente peiling van onafhankelijk onderzoekscentrum AP-NORC zei 64 procent van de Amerikanen de oorlog niet de moeite waard te vinden. Onder Republikeinen wordt de oorlog nog wel in meerderheid gesteund.

Hoge prijzen

Slinkende wapenvoorraden, een oplopend aantal slachtoffers aan Amerikaanse zijde en een gebrek aan transparantie zijn een aantal van de redenen tot zorg. Maar het zijn vooral ook de hogere prijzen aan de pomp die maken dat ‘MAGA’, Trumps doorgaans loyale achterban, meer begint te morren. Dat is niet welkom in een jaar waarin Amerika weer naar de stembus gaat voor de tussentijdse verkiezingen, en een nieuw parlement kiest.

In een peiling van Politico zei iets meer dan een derde (37 procent) bereid te zijn de economische pijn te dragen van deze oorlog. Afgelopen mei was dat nog de helft. “Veel mensen zijn het niet eens met wat er nu gebeurt in Iran”, stelt Manning. “Ik zie wat dat betreft weinig verschil tussen Trump en Poetin: ze doen allebei gewoon waar ze zelf zin in hebben.”

In eerdere fases probeerde JD Vance nog tegenwicht te bieden. “Ik denk dat we een fout maken”, zei de vicepresident in aanloop naar eerdere bombardementen op de Houthi’s, een door Iran gesteunde militie in Jemen die op de Amerikaanse terreurlijst staan. “Er bestaat een reëel risico dat het publiek niet begrijpt waarom dit nodig is en we te maken krijgen met stijgende olieprijzen,” viel te lezen in een interne Signal-groep waar per ongeluk een journalist in zat.

Die boodschap bleek toen ook al aan dovemansoren gericht. Vance moest buigen voor zijn baas, de bombardementen kwamen er. In de straat waar Vance opgroeide, even verderop in Middletown, klinkt er daarom niet louter lof voor ‘hun’ vicepresident. Praten met de media wil niet iedereen. “Dat heeft de moeder van Vance ons gevraagd”, zegt een van hen.

Jerry Dobbins, die naast het huis woont waar Vance opgroeide

Wel wil deze buurman nog wat kwijt over het gedenkbankje, dat in het parkje voor het huis van de familie werd geplaatst. Ter nagedachtenis aan ‘mamaw’, zoals Vance de oma noemde die hem opvoedde. “Als het de naam van Vance had gedragen had iemand het bankje aan zijn pick-up truck gebonden, en was het al weggeweest”, grinnikt de buurman, waarna hij zijn huis in verdwijnt.

Buurman Jerry Dobbins heeft meer zin om te praten. “Ik herinner me nog dat ze hem als baby het huis binnenbrachten”, zegt Dobbins over de bekendste man uit Middletown. “Later groetten we elkaar, maakten we wel eens een praatje.” Dobbins moet even nadenken als we hem vragen naar eerdere uitspraken van zijn voormalige buurman dat oorlog met Iran een vergissing zou zijn.

“Politiek gezien denk ik dat we het juiste proberen te doen”, zegt Dobbins. “Als er één land is dat geen kernwapens mag bezitten, dan is het Iran wel. Hoe graag ik ook zou willen dat dat niet hoeft, als het nodig blijkt om grondtroepen te sturen dan is dat misschien wel wat nodig is om dit af te maken.”

Terug bij Post 218 is dat ook waar Danny op hoopt, een voormalig marinier met een stevige handdruk. “Het zou eigenlijk niet moeten”, zegt hij, gevraagd naar de gebroken verkiezingsbelofte dat Trump oorlogen zou beëindigen, niet opnieuw zou beginnen. “Iran is een taaie. Ik hoop gewoon dat hij de klus afmaakt en dat we dan kunnen inpakken.”

Share.
Exit mobile version