NOS Nieuws•
De zoutwinning onder de Waddenzee kan doorgaan. Mijnbedrijf Frisia krijgt daar een vergunning voor, heeft het kabinet bepaald. De provincie Friesland, gemeenten en natuurorganisaties hadden geprobeerd die vergunning tegen te houden.
De zoutwinning is omstreden omdat de Waddenzee een beschermd natuurgebied is. Afgesproken is dat nieuwe mijnbouw daar na 2035 niet meer mag(opent in nieuw venster). In 2024 is de mijnbouwwet daarom gewijzigd, maar de aanvraag van Frisia dateert van kort daarvoor.
Het gaat om een gebied bij de Ballastplaat, een ondiep deel van de Waddenzee. Daar mocht Frisia al zout blijven winnen, die vergunning was al verlengd, maar het bedrijf wil de winning uitbreiden: meer zout winnen dan volgens de bestaande vergunning mag.
Natuurorganisaties zoals de Waddenvereniging zijn daar tegen. Ze vrezen bodemdaling op plekken waar het zout wordt gewonnen. “Het Waddengebied is uniek in de wereld”, zegt Frank Petersen van de Waddenvereniging in het NOS Radio 1 Journaal. “Het is de enige plek waar zoveel zeebodem droogvalt bij laagwater. Als de bodem zakt door zoutwinning, valt er minder zeebodem droog.”
Volgens Petersen maken miljoenen vogels gebruik van het natuurgebied. “Je ziet nu bijvoorbeeld de rosse grutto’s en scholeksters. Die gaan met laagwater allemaal precies naar die Ballastplaat waar de zoutwinning plaatsvindt.”
De natuurorganisaties vrezen dat de bodem met 1,60 meter kan gaan dalen. Frisia heeft een aantal maatregelen voorgesteld om de risico’s te beperken. Zo is de tijdsplanning voor de zoutwinning langer gemaakt. De totale winningsduur loopt tot 2052
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat had voor de beoordeling van die aanvraag advies gevraagd aan onder meer het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Volgens die instantie(opent in nieuw venster) kan Frisia de zoutwinning veilig uitbreiden, maar wel onder voorwaarden.
Zo moet Frisia tijdig kunnen ingrijpen als er te veel bodemdaling ontstaat volgens een zogenoemd ‘remwegscenario’. Er moet ook rekening gehouden worden met zowel zeespiegelstijging als de natuurlijke aanvoer van zand en slib. Er mag niet meer bodemdaling plaatsvinden dan het gebied kan opvangen door die sedimentatie.
Ook moet er aandacht zijn voor de stabiliteit van de ondergrondse holtes die ontstaan door de zoutwinning. Frisia wil die stabiliteit op peil houden door de holtes al tijdens de productie te laten krimpen.
Een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat benadrukt dat het gaat om een voorlopige vergunning. Het kabinet stemt daar alleen mee in met de voorwaarde dat het ‘hand aan de kraan’-principe geldt. Als er toch meer bodemdaling optreedt dan het gebied kan opvangen, moet de zoutwinning “direct stoppen”.
Juridische stappen
De Waddenvereniging heeft weinig vertrouwen in die voorzorgsmaatregelen. “Iedereen weet dat de natuur achteruit kachelt, dat de zeespiegel steeds sneller gaat stijgen. En om dan nu iets goed te keuren onder de Waddenzee waarvan je zeker weet dat het de natuur gaat aantasten, wij vinden dat je daar niet voorzichtig genoeg me kan zijn.”
De natuurorganisaties kunnen nog een zienswijze indienen. Het kabinet weegt die reacties mee bij de beslissing of de ontwerpvergunning definitief wordt. Als dat gebeurt, sluit de Waddenvereniging juridische stappen niet uit, zegt Petersen.
Frisia zegt blij te zijn met het ontwerpbesluit van het ministerie. “En met het vertrouwen dat de adviseurs van het ministerie hebben in een zorgvuldige zoutwinning onder de Waddenzee. Voor Frisia is dit erg belangrijk”, aldus een woordvoerder van het bedrijf.

