NOS Nieuws
Op avontuur in het Honderd Bunderbos en altijd op zoek naar honing. Dat kan er maar één zijn: de wereldberoemde beer Winnie de Poeh. Honderd jaar geleden verscheen het eerste boek over hem, later gevolgd door vele tekenfilms van Disney.
De verhalenbundel van de Britse schrijver Alan Alexander Milne verscheen op 14 oktober 1926. Milne was al een succesvol auteur, maar schreef tot dan toe vooral toneelstukken. Voor de Poeh-verhalen maakte Ernest Howard Shepard de tekeningen, maar hij gaf de beer niet het bekende rode truitje. Dat kwam begin jaren 60: toen kocht Walt Disney de rechten.
Milne schreef de verhalen voor zijn zoon: Christopher Robin. Die belandde dan ook als een van de hoofdpersonen in de boeken van zijn vader. Dat personage kennen we in de Nederlandse verhalen als Janneman Robinson.
De beer was geïnspireerd op een mascotte van een eenheid van het Canadese leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Deze zwarte beer was genoemd naar de stad Winnipeg. Toen de militairen Engeland verlieten, bleef Winnie in de dierentuin van Londen. Daar leerde Milnes zoon hem kennen. Die noemde zijn knuffelbeer naar de Canadese beer.
De knuffels van Christopher Robin zijn nog steeds te zien in de openbare bibliotheek in New York:
Ook het Honderd Bunderbos is gebaseerd op iets uit het leven van Milne, namelijk de plek op het Engelse platteland waar hij en zijn gezin naartoe verhuisden na de Eerste Wereldoorlog. Moeyes wijst erop dat de verhalen zich afspelen op het platteland.
“De schrijver had een boerderij met een flink stuk land”, zegt hij. “Daar kon Christopher Robin naar hartenlust spelen met zijn speelgoedbeesten. Het is een geïsoleerde, tijdloze wereld, maar ook onschuldig en ontzettend veilig.” Moeyes denkt dat de verhalen daarom zoveel mensen aanspraken.
Honderd jaar later is de gele beer nog steeds enorm populair. “De verhalen zijn tijdloos”, zei curator van Huis Doorn Cornelis van der Bas eerder al. In dat museum was jaren geleden een tentoonstelling met de tekeningen van Shepard. “Iedereen heeft een knuffel en fantaseert er verhalen over. En iedereen wil wel avonturen beleven in dat landschap, met die ongerepte natuur. Je stapt eigenlijk zo de dierenwereld in.”
Milne was zijn tijd ver vooruit. Kinderboeken waren er toen bijna niet, en als ze er waren stonden er vooral belerende verhalen in. “Winnie de Poeh was weinig moralistisch en echt vanuit het perspectief van kinderen geschreven”, legde de vertaler van de Winnie de Poeh-boeken, Annelies Jorna, zondag uit bij OVT op NPO Radio 1.
Ze noemt de verhalen “veel speelser” en “baanbrekend”. Eind jaren 20 was een sombere tijd, maar Winnie de Poeh was vrolijk en bemoedigend. En dus ook voor volwassenen aansprekend, vindt Jorna. “In alle volwassenen zit altijd toch nog een beetje een kind. In ieder geval als ze kunnen voorlezen.”
De blijvende kracht is volgens de vertaler dat de personages altijd aardig voor elkaar zijn. “Aan alle domme dingen wordt een draai gegeven, waardoor het altijd weer goedkomt.”
In de Poeh-verhalen is geen plaats voor de Eerste Wereldoorlog, een periode waarin Milne diende in het Brits leger. Toch denken sommige onderzoekers dat de verhalen en personages iets te maken hebben met de oorlog. Ze vermoeden dat Milne zijn oorlogservaringen en PTSS-klachten in de verhalen verwerkte. Daar hield hij zijn hele leven last van. “Zonder de Eerste Wereldoorlog was Poeh er niet geweest”, zegt Moeyes.
“Elk personage heeft een eigen psychologisch kenmerk”, vindt ook vertaler Jorna. Iejoor is bijvoorbeeld altijd somber, Knorretje is erg bang en Konijn wil alles onder controle houden.
Het was voor Milne waarschijnlijk een manier om zijn gevoelens en gedrag uit te leggen aan zijn zoontje. Zijn zoon was erbij toen hij bijvoorbeeld schrok van een zwerm bijen. Hij dacht dat het kogels waren. Ook het geluid van knappende ballonnen zorgde ervoor dat hij wegdook.
Er verschenen maar twee Poeh-boeken: in 1926 en 1928. Het tweede boek eindigt als Christopher Robin 8 jaar is. Dan gaat hij, net als andere welgestelde jongetjes, naar een kostschool. Net als het zoontje van Milne.
Ondanks de geringe omvang van de Poeh-catalogus bleken de boeken ontzettend populair. “Mijn editie komt uit 1969”, zegt Moeyes. “Dat is al de zestigste editie. Daar kun je als schrijver alleen maar groen van jaloezie van worden.”








