NOS Nieuws•
Politiemensen uit het hele land hebben de afgelopen tijd in politiesystemen gezocht naar informatie in de zaak-Lisa. Het gaat om in totaal zo’n 1700 medewerkers, werd vandaag bekend. De meesten werken waarschijnlijk niet aan de zaak.
In de beroepscode van de politie is vastgelegd dat medewerkers zorgvuldig moeten omgaan met vertrouwelijke informatie. “Politiemedewerkers mogen de informatiesystemen alleen gebruiken als dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van hun werk”, schrijft minister Van Weel van Justitie en Veiligheid in een reactie aan de Tweede Kamer.
De familie van Lisa, die op gruwelijke wijze werd vermoord, is “diep geraakt” door de gedachte dat anderen uit nieuwsgierigheid of andere motieven in het dossier hebben gekeken.
“Het is ontzettend pijnlijk dat zoveel mensen dat hebben gedaan”, zegt advocaat Wendy van Egmond, die de familie bijstaat. “Ze zijn erg geschrokken. Het komt niet bij je op dat iemand die een eed of gelofte aflegt op zo’n manier misbruik maakt van gegevens.”
112-gesprek Lisa niet te horen
De korpsleiding van de politie vindt het ook onacceptabel dat dit is gebeurd. “We vinden het niet kunnen dat politiemensen kijken naar gegevens die niet behoren bij hun taak”, zegt plaatsvervangend korpsleider Wilbert Paulissen tegen de NOS.
De gegevens die politiemensen hebben ingekeken, zijn vooral meldkamergegevens, alles wat er rond de eerste melding is gebeurd, legt hij uit. De melding die Lisa zelf bij 112 deed, was niet te beluisteren. Ook het onderzoeksdossier is afgeschermd en alleen toegankelijk voor mensen die eraan werken.
“Politiemensen, vooral in het blauw, moeten bij veel data kunnen. Maar we vinden dat ze alleen de informatie mogen bekijken die ze nodig hebben voor hun werk”, zegt Paulissen.
Geen gevolgen
Alle medewerkers die de dossiers hebben ingekeken, krijgen een brief en moeten in een gesprek met hun leidinggevende tekst en uitleg geven. Ze krijgen nogmaals te horen dat dit niet de bedoeling is. “Het is de eerste keer dat we dit doen, 1700 brieven en 1700 gesprekken”, aldus Paulissen. Maar daar blijft het in principe bij.
De politie gaat wel bekijken of sommige dossiers nog beter moeten worden afgeschermd, of dat er extra cursussen gegeven moeten worden over het omgaan met vertrouwelijke informatie. “We hopen dat we hiermee een volgende stap maken in een proces waar we al lang mee bezig zijn, om dit uit te bannen binnen de politie.”
Systeem veranderen
Voor advocaat Van Egmond van de familie is dat niet genoeg. Zij vindt dat de systemen beter beveiligd moeten worden. “Bij slachtofferhulp is het onmogelijk om in het dossier van een ander te kijken en heeft het grote gevolgen als het toch gebeurt. Ook in een ziekenhuis sta je meteen op straat als je zoiets doet.”
Volgens haar mag het neuzen in dossiers door mensen die er niets mee te maken hebben meer gevolgen hebben. “Het is de vraag of zij wel inzien wat het doet met nabestaanden. Uit de reactie van de plaatsvervangend korpschef leid ik niet af dat er bewustzijn is wat dit met mensen doet.
Paulissen gaat er niet vanuit dat dit soort dingen elke dag gebeurt. Hij benadrukt dat er veel aandacht voor integriteit is in de opleiding. Maar er werken 40- tot 50.000 mensen in de operationele dienst dus ik kan geen garantie geven dat het nooit meer gebeurt.”











