NOS Nieuws•
Het onderwijs in Caribisch Nederland moet beter. Dat concludeert de Onderwijsraad na een analyse van het onderwijssysteem op Bonaire, Saba en Sint Eustatius.
Scholen op de drie Caribische eilanden zijn sinds zo’n vijftien jaar onderdeel van het Nederlandse onderwijssysteem. Maar dit systeem sluit niet genoeg aan op de omstandigheden op de eilanden, constateert de Onderwijsraad.
Op de eilanden is het onderwijs veel kleinschaliger ingericht. En door de grote afstand van Nederland hebben de scholen op de eilanden minder ondersteuning.
De Onderwijsraad adviseert het ministerie van Onderwijs om meer rekening te houden met de situatie op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Ook is er volgens het orgaan meer geld nodig.
Vervolgonderwijs
Kinderen en jongeren op de Caribische eilanden gaan na hun schooltijd heel verschillende kanten op. Sommigen doen een vervolgopleiding op de Cariben, anderen gaan studeren in Nederland. Op die verschillende mogelijkheden moeten zij beter worden voorbereid, vindt de Onderwijsraad.
De beheersing van de Nederlandse taal op de Caribische eilanden moet volgens de raad worden verbeterd. Dan kunnen jongeren makkelijker doorstromen naar vervolgonderwijs in Nederland.
Daarnaast moet het makkelijker worden om vervolgonderwijs op andere eilanden van de Cariben te volgen, zoals op Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Barbados, Jamaica en Trinidad en Tobago. Nu zijn die mogelijkheden nog vaak onbekend, of is dat financieel lastig.
Roulatiepoul met docenten
De Onderwijsraad constateert ook dat er een groot verloop is van onderwijspersoneel op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Daarom stelt de raad voor een roulatiepoul met leraren uit Nederland op te zetten.
Andere mogelijke oplossingen zijn een introductieprogramma voor nieuwe leraren op de eilanden en een intensievere samenwerking tussen onderwijsorganisaties op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Onderwijsbestuurders en schoolleiders moeten meer begeleiding krijgen bij hun werk, vindt de raad.
Verder moeten de omstandigheden op de drie eilanden eerder worden meegenomen bij het ontwikkelen van nieuwe wet- of regelgeving. De minister van Onderwijs zou bijvoorbeeld meer kunnen overleggen met de eilandbesturen.











