NOS Nieuws
Het kabinet levert niet de inspanningen die de rechter in een klimaatzaak over Bonaire heeft geëist en ligt ook niet op koers om aan zijn verplichtingen in die zaak te voldoen. Dat blijkt uit vragen van de NOS. Juristen reageren verbouwereerd en spreken van nalatigheid. In een rechtsstaat kan het kabinet zo niet met een uitspraak van de rechter omgaan, vinden ze.
Op 28 januari oordeelde de rechter dat Nederland meer moet doen om de inwoners van Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Onderdeel van dat vonnis is dat het kabinet uiterlijk een half jaar na de uitspraak, vandaag, inzage moet geven in de hoeveelheid broeikasgassen die Nederland nog denkt te kunnen uitstoten zonder de klimaatdoelen van Parijs te overschrijden.
In Parijs is in 2015 afgesproken dat we de opwarming van de aarde ruim onder de 2 graden Celsius willen houden, het liefst niet meer dan 1,5 graad. Om dat te bereiken is aan ieder land een beperkte hoeveelheid broeikasgassen toegewezen die nog uitgestoten kan worden.
Dat Nederland geen inzage geeft in die ruimte, kan grote gevolgen hebben, want de rechter oordeelde ook dat het kabinet vandaag over een jaar met nieuwe juridisch bindende klimaatdoelen moet komen. Om dat te kunnen doen, moet duidelijk zijn hoeveel van die ‘uitstootruimte’ het kabinet nog denkt te hebben.
‘Niet serieus’
Minister van Veldhoven (D66) van Klimaat en Groene Groei heeft niet voor de camera gereageerd op vragen die de NOS hierover stelde. Haar ministerie liet later schriftelijk weten dat het kabinet op Prinsjesdag met meer informatie komt over hoe er invulling wordt gegeven aan de uitvoering van het Bonaire-vonnis. Dat is ruim voorbij de termijn van een half jaar die de rechter redelijk noemt en er is bovendien geen garantie dat er dan meer duidelijkheid is over die emissieruimte.
Het kabinet zegt wel voorbereidingen te treffen om voor 28 juli volgend jaar bindende emissiereductiedoelen voor de gehele economie op te nemen in de nationale regelgeving. Daarbij wil het kabinet ook inzicht geven in de resterende emissieruimte voor Nederland.
“Ik maak me wel oprecht zorgen als ze een half jaar na het vonnis nog niet eens kunnen communiceren van welke ruimte ze uitgaan”, zegt klimaatjurist Tim Bleeker van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij vindt het daarom ook moeilijk voorstelbaar dat er over een jaar een uitgewerkt pakket ligt. “Een blamage voor Nederland.”
Het is een patroon. Je zag het ook bij stikstof. Dat is zorgelijk.
Het is een gebrek aan “constitutionele hoffelijkheid”, vindt klimaatjurist Laura Burgers van de Universiteit van Amsterdam. In een rechtsstaat, en van een kabinet dat die rechtsstaat zegt te verdedigen, mag je een serieuzere omgang met een rechterlijke uitspraak verwachten, vindt zij. Er bestaan bovendien internationale regels die stellen dat de Staat de emissieruimte bekend moet maken, benadrukken beide juristen.
Geen advies gevraagd
Jurist Burgers wijst erop dat de Staat tegenover de rechter heeft aangegeven dat de onderliggende gegevens voor de inschatting van de uitstootruimte al beschikbaar zijn. “Ze hadden aangevoerd dat ze die informatie al hadden. Daarom zei de rechtbank ook: ‘maak het dan maar binnen een half jaar publiek’. Waarom zou je er dan nog een paar maanden mee wachten?”
Zowel Bleeker als Burgers werd in mei door de Tweede Kamer uitgenodigd voor een technische briefing over het Bonaire-vonnis. Daar gaf de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) aan dat de raad een rol kan spelen bij het bepalen van de uitstootruimte. Navraag door de NOS leert dat het ministerie nooit zo’n verzoek heeft ingediend.
Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), een logische partij om advies aan te vragen bij het maken van zo’n berekening, blijkt niet te zijn benaderd door het ministerie. “Die ruimte niet inzichtelijk maken, is gewoon nalatig”, zegt Burgers beslist. Bleeker: “We leven in een land waarin iedereen zich aan regels moet houden, maar op het gebied van milieu en klimaat lijkt de overheid het daar zelf niet zo nauw mee te nemen.”
Zorgelijke tendens
“De tendens is dat het steeds minder vanzelfsprekend wordt dat de Staat rechterlijke vonnissen nakomt”, ziet ook docent-onderzoeker staats- en bestuursrecht Tycho Scholten van de VU in Amsterdam. “Het is een patroon. Je zag het ook bij stikstof. Toen zei de rechter al ‘normaal gaan we ervan uit dat de staat zich houdt aan vonnissen, maar daar kunnen we niet meer vanuit gaan, dus we gaan nu een dwangsom opleggen’. Dat is zorgelijk.”
Afgelopen april ging de Staat in hoger beroep tegen het Bonaire-vonnis en er werd ook een procedure gestart om de verplichting om direct te handelen op te schorten, maar dat ontslaat het kabinet niet van maatregelen, benadrukken de juristen die de NOS over deze zaak sprak. Het vonnis is volgens de rechter “uitvoerbaar bij voorraad”. Dat betekent dat het ongeacht hoger beroep of bezwaar direct nageleefd dient te worden.












