NOS NieuwsAangepast
In Duitsland worden 410 mensen gezien als islamistische bedreiging. Dat blijkt uit cijfers van de Duitse federale recherchedienst Bundeskriminalamt (BKA), schrijft mediagroep RND.
Daarnaast zijn 65 mensen aangemerkt als extreemrechtse bedreiging en 17 als extreemlinkse bedreiging. Volgens de Duitse federale recherche zijn mensen die als extremistisch worden beschouwd in staat om ernstige geweldsdelicten te plegen, zoals aanslagen.
De dienst benadrukt volgens RND dat de Duitse deelstaten zelf beslissen wie ze als extremist classificeren. Ook zeggen de cijfers volgens de dienst nog niets over het dreigingsniveau.
Eén van de mensen die als bedreiging werd gezien, was Abdul B., de 21-jarige man die volgens de Duitse autoriteiten achter de aanslag van afgelopen zaterdag op de Pride in Berlijn zat. Hij reed met een bestelbus in op een menigte en viel vervolgens mensen aan met een mes. Daarbij werd een Poolse vrouw gedood en raakten 29 anderen gewond.
Na de aanslag sloeg de dader op de vlucht en werd een dag later gedood tijdens een politieoperatie. Volgens de Duitse autoriteiten verkeerde B. in islamistische kringen. Zij beschouwen de aanslag als een islamistische terreurdaad. B. was een bekende van de politie en zat in een deradicaliseringstraject dat hij in vrijheid mocht volgen.
Hardi N. in Nederland
Volgens de inlichtingendienst AIVD zijn er in Nederland zo’n 500 mensen die tot de jihadistische beweging behoren. Zij verspreiden bijvoorbeeld online propaganda, zegt de AIVD. Hoeveel van deze mensen daadwerkelijk bereid zijn om geweld te plegen is niet bekend.
Volgens de Duitse autoriteiten waren er geen aanwijzingen dat Abdul B. een aanslag plande. Hoogleraar Terrorisme en Politiek Geweld Bart Schuurman zegt bij Nieuwsuur dat de zaak laat zien hoe lastig het is om daar achter te komen. Hij noemt ook de zaak van Hardi N. uit Arnhem als voorbeeld.
N. werd in 2020 samen met een groep mannen veroordeeld tot 17 jaar cel voor het voorbereiden van een aanslag in Nederland. Daarbij hadden ze onder meer de Pride in Amsterdam als doelwit.
Volgens Schuurman kon Hardi N., die al een strafblad had en onder toezicht stond van de reclassering, in gesprekken heel innemend en vriendelijk overkomen. “Maar ondertussen was hij toch bezig met het voorbereiden van aanslagen. Als iemand sociaal heel vaardig is, dan kom je daar als reclasseringsmedewerker helaas moeilijk achter”, zegt Schuurman.
Toch levert de Nederlandse reclassering volgens Schuurman een belangrijke bijdrage om het aantal recidivisten laag te houden.
Complexer dreigingsbeeld
Schuurman: “We weten in het algemeen dat ongeveer 50 procent van de mensen die in de gevangenis hebben gezeten, binnen twee jaar na vrijlating weer in contact komen met justitie. Als de Reclassering langs is geweest, dan is dat ongeveer 30 procent.” Volgens de hoogleraar geldt dat dus ook voor de deradicaliseringsprogramma’s.
Al die honderden mensen volgen is volgens Schuurman onmogelijk. Dat moet gedaan worden op basis van een risicoschatting, stelt hij. “En dan ga je kijken om welke van die individuen maak je het meeste zorgen en daar kun je middelen op inzetten.”
Bovendien zijn er de afgelopen jaren volgens Schuurman extremistische dreigingen bij gekomen, zoals anti-overheid, nihilistisch extremisme en Russische dreigingen. Daardoor is het dreigingsbeeld complexer geworden, zegt hij.
“Je kunt je staf wel uitbreiden, maar gaat dat snel genoeg om overal adequaat op te kunnen reageren? Dat is een probleem wat we niet alleen in Nederland hebben, maar zeker ook in andere Europese landen.”











