NOS Nieuws
-
Vera Boonman
redacteur Klimaat
-
Vera Boonman
redacteur Klimaat
Akkerbouwer Renze Rispens kwam het tegen in een vakblad en kort daarna stond het op zijn land: quinoa. Het is gezond, rijk aan eiwitten én het kan goed tegen verzilting. Door droogte hebben steeds meer boeren in kustprovincies daar last van. Inmiddels verbouwen meer dan 24 boeren in Nederland het Zuid-Amerikaanse zaad.
Het bedrijf van Rispens staat tegen de zeedijk bij het Groningse Vierhuizen. Het is een gebied dat altijd al last had van verzilting, waarbij de bodem zouter wordt. “Maar dat wordt er in de toekomst niet beter op natuurlijk”, zegt hij. Quinoa leek hem daarom goed om toe te voegen aan zijn gewassen.
Door droogte is er te weinig zoet water om zout van de zee tegen te houden. Ook kan zout omhoogkomen als het erg droog is. Verzilting is een groot probleem voor de landbouw en de natuur langs de kust, want planten kunnen slecht tegen zout water. Dat terwijl Nederland juist vaker en langduriger droogte kan verwachten door klimaatverandering.
Interessante oplossing
Te veel zout in de bodem beïnvloedt de akkerbouw dus enorm. Uien kunnen er slecht tegen en ook de opbrengst van aardappelen wordt minder. “Er zijn allerlei ingenieuze oplossingen om tóch uien te telen, maar daar zitten grenzen aan”, ziet onderzoeker Robert van Loo van Wageningen University & Research. “Op een gegeven moment kan het niet meer en dan is quinoa financieel interessant voor een boer.”
Door partner GreenFood50 wordt Van Loo ook wel ‘Mister Quinoa’ genoemd. In de jaren 90 is hij begonnen met het veredelen van quinoa. Daarvoor gebruikte hij twee soorten: een uit Ecuador en de ander uit Chili. De dagen in Nederland zijn langer dan in Ecuador, iets waar het quinoazaad uit die regio niet tegen kon.
Het Chileense zaad had een ander probleem. Dat was te bitter, wat in Zuid-Amerika mechanisch en met water wordt verwijderd. “Maar dat is veel te duur in Europa.” Daarom heeft Van Loo de twee rassen met elkaar gekruist. “Dat is de basis van de Europese teelt.”
De meeste boeren die quinoa telen hebben een contract met GreenFood50, het bedrijf dat is opgericht om lokaal geteelde quinoa te gaan verkopen. Oprichter Marc Arts: “We zijn van nul begonnen. Nu hebben onze boeren ongeveer 200 hectare aan quinoa.” Dat levert 600 ton quinoa per jaar op. Naast deze 24 boeren zijn er nog enkele zelfstandige boeren die quinoa telen.
Dat er inmiddels genoeg quinoa beschikbaar is in Nederland om een afzetmarkt te creëren, is te merken. Jumbo heeft besloten om met het huismerk alleen nog maar biologische quinoa uit Nederland te verkopen. De komende drie jaar heeft de supermarkt een contract met twaalf Nederlandse boeren via GreenFood50.
Het had een soort geitenwollensokken-imago.
Het kost momenteel meer geld om Nederlandse quinoa in te kopen dan het zaad uit Zuid-Amerika, zegt duurzaamheidsmanager Marjolein Verkerk van Jumbo. “Maar we hebben er vertrouwen in dat dit uiteindelijk rechttrekt.”
Hoeveel quinoa nu wordt gegeten in Nederland is onduidelijk. Jumbo wil de exacte verkoopcijfers niet delen. “Maar jaarlijks verkopen we in elk geval honderdduizenden pakken van ons huismerk”, zegt Verkerk.
Nicheproduct
De hype rondom quinoa ontstond in Nederland in 2013, herinnert Van Loo zich. Maar het was niet bij iedereen populair. Of zoals Ramon Cijffers van GreenFood50 het verwoordt: “Het had een soort geitenwollensokken-imago.” Beiden vinden dat quinoa nu een stuk gewoner is geworden. “Het ligt overal en veel meer mensen kopen het”, aldus Van Loo.
Het is nog wel een nicheproduct, erkent Rispens, die vorig jaar is begonnen met quinoa. “Maar dat kan best groeien. En die plantaardige eiwitten zijn helemaal in.” En zelfs met de huidige droogte staat de quinoa op de akkers van Rispens er goed bij.










