NOS NieuwsAangepast
Het minderheidskabinet is bereid om de plannen voor de vermogensbelasting zo te wijzigen dat kleinere spaarders en beleggers ontzien worden. Dat heeft minister Heinen van Financiën gezegd op de tweede dag van de Algemene Financiële Beschouwingen. Hij waarschuwde wel dat het “enorm ingewikkeld” is om een alternatief te vinden dat net zo veel oplevert.
Om geld vrij te spelen voor de invoering van een winstbelasting op beleggingen in box 3, stelde het kabinet voor om kleine beleggers en spaarders vanaf 2028 eerder en meer belasting te laten betalen. De vrijstelling zou omlaag gaan, zodat mensen al aangeslagen zouden worden als ze per jaar meer dan duizend euro rendement halen op hun spaargeld of beleggingen.
Dat plan viel zeer slecht bij zowel de linkse als de rechtse oppositie, zo bleek gisteren. Daarmee zou het kabinet niet kunnen rekenen op een meerderheid voor de begroting. Ook de fracties van de coalitiepartijen gaven aan er niet blij mee te zijn.
Minister Heinen zei vandaag dat hij die grens gekozen heeft omdat een stel met spaargeld tot zo’n 100.000 euro dan uitgezonderd is. Maar hij erkende vandaag ook dat de ondergrens misschien toch niet zo goed gekozen is. Veel mensen die nu nog geen belasting betalen over hun spaargeld moeten dat ineens wel gaan doen. Dat heeft hij onderschat. “Wij zijn bereid tot een andere grens”, zei hij.
Het betekent wel dat er ergens anders in de belastingsfeer geld gevonden moet worden, en dat is volgens Heinen wel lastig. “We hebben niet heel veel knoppen om aan te draaien. En iedere keuze die je maakt is enorm ingewikkeld. Het kost veel rekenwerk.”
In de Tweede Kamer bestaat ook veel zorg over een tijdelijke belastingverhoging op vermogen voor volgend jaar. Dan zou de vrijstelling verlaagd worden van een kleine 60.000 euro naar ongeveer 31.000 euro. Ook zou het percentage belasting dat mensen betalen omhoog gaan.
De minister gaat ook daar naar kijken en wil met de Tweede Kamer overleggen over een andere ondergrens vanaf 2028. Over twee weken, als het Belastingplan behandeld wordt in de Kamer, moet er duidelijkheid zijn.
In het debat ging het ook over het schrappen van de bezuinigingen op de sociale zekerheid. Heinen zei dat hij verwacht dat als er een sociaal akkoord komt tussen werkgevers en vakbonden, dat meer geld oplevert dan het kabinet aanvankelijk had ingeboekt met de bezuiniging.
Volgens hem hebben de sociale partners gezegd dat ze die belofte kunnen waarmaken. Gevolg van een sociaal akkoord zou moeten zijn dat er minder geld uitgegeven wordt aan uitkeringen als de WW en de WIA.
Maar als een akkoord in de ‘polder’ er niet komt, of de hervormingen te weinig opleveren, dan moet het geld gevonden worden door te bezuinigen op de uitgaven van de ministeries. Dinsdag bleek dat in dat geval het ministerie van Onderwijs het hardst wordt geraakt: daar moet in het uiterste geval 1,2 miljard euro bespaard worden.
Onderwijsminister Letschert zei gisteren dat er geen coalitieafspraak is om te bezuinigen op onderwijs. Heinen stelde vandaag in het debat dat de besparing “technisch is ingeboekt”, maar dat die nooit zal plaatsvinden als de sociale partners hun belofte nakomen. “Dan is het een non-discussie”, aldus Heinen.












