NOS Nieuws
Na jarenlange discussie over schijnzelfstandigheid moet een nieuwe wet een einde maken aan de discussie wanneer iemand zzp’er is en wanneer niet. “Dit moet duidelijkheid geven voor ondernemers en opdrachtgevers”, zegt minister Aartsen van Werk en Participatie.
Opdrachtgevers die met schijnzelfstandigen werken lopen het risico naheffingen van de Belastingdienst te krijgen voor belasting en sociale premies. Door de onduidelijke regels stopte een deel van de opdrachtgevers daarom met het inhuren van zzp’ers.
In de nieuwe wet staan criteria waar zzp’ers en opdrachtgevers houvast aan hebben, zegt Aartsen. Werk je onafhankelijk van anderen, draag je ondernemersrisico’s en heb je de vrijheid om je werk zelf te organiseren dan ben je een ondernemer.
Concreet betekent het dat je een inschrijving bij de Kamer van Koophandel moet hebben, een btw-nummer, een zakelijke bankrekening en facturen uitschrijft en zakelijke betalingen doet. Je moet gerekend over twee jaar minstens drie verschillende opdrachtgevers of klanten hebben en actief zijn met het werven van nieuwe opdrachtgevers.
“Het zijn geen onredelijke criteria die we stellen”, zegt Aartsen. “Als je eraan voldoet weet je zeker dat je niet bang hoeft te zijn voor naheffingen.”
Ook het werk zelf moet aan criteria voldoen. Je moet als ondernemer in principe vrij zijn om te bepalen waar, wanneer en hoe je de opdracht uitvoert. Tenzij het werk echt alleen op een bepaalde plek kan worden uitgevoerd zoals een bouwplaats, of op een bepaald tijdstip zoals reparatiewerk buiten kantooruren of openingstijden.
Verder moet de zzp’er voorzieningen treffen die een werknemer in loondienst niet nodig heeft. Een verzekering tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid, pensioen, verzekeringen voor schade door de werkzaamheden en andere ondernemersrisico’s. Hier komt een minimumbedrag voor in de wet, je hoeft niet al die voorzieningen te hebben.
“Over het bedrag dat een zzp’er minstens moet besteden aan deze voorzieningen willen we met ondernemers in gesprek”, zegt Aartsen. “Het moet niet te veel zijn maar het mag ook geen wassen neus worden.”
Voor de meeste ondernemers zijn dit allemaal vanzelfsprekendheden. Zij worden met deze wet wettelijk erkend als zelfstandig ondernemer. Maar precies voor de groep waarbij het niet duidelijk is moet de wet helpen om alsnog aan de criteria te voldoen.
Tot 29 oktober kunnen belanghebbenden op de wetteksten reageren via Internetconsultatie.nl. Daarna komen er nog debatten met de Tweede en Eerste Kamer. Eerder dan 1 januari 2028 zal de wet niet ingaan.











