Het leven van de Spaanse architect Gaudí:
Antoni Gaudí (1852-1926) was de zoon van een Catalaanse kopersmid. Al op jonge leeftijd ging hij bouwkunde studeren; Barcelona was toen, rond de eeuwwisseling, volop in ontwikkeling. Het gemeentebestuur zag niets in zijn werk. Vooral zakenlui gaven de talentvolle Gaudí opdrachten en steunden hem financieel.
De architect werkte tot zijn dood aan de basiliek, werd steeds religieuzer en woonde de laatste jaren van zijn leven zelfs op het bouwterrein.
Gaudí overleed in 1926, nadat hij in Barcelona door een tram was aangereden. De gewonde, armoedig geklede architect werd door niemand herkend en overgebracht naar een ziekenhuis voor zwervers. In zijn zakken vonden verplegers alleen een bijbel, een rozenkrans en een sleuteltje van zijn schrijftafel.
Na zijn dood werd Gaudí overgebracht naar de Sagrada Família, met duizenden inwoners van de Catalaanse hoofdstad langs de route. Hij werd gebalsemd begraven in een grafnis van zijn eigen basiliek. De Rooms-Katholieke Kerk is inmiddels het proces begonnen om Gaudí zalig te verklaren. Voorwaarde is nog wel dat aan hem een door getuigen bevestigd wonder moet worden toegeschreven.












