NOS Nieuws•
De Eerste Kamer heeft tegen de wet gestemd die iets had moeten doen tegen ongewenste buitenlandse beïnvloeding. Daarmee is een jarenlang wetgevingsproces, dat begon na een parlementaire enquête, gestrand.
Met de wet zouden burgemeesters en het Openbaar Ministerie in de boeken mogen kijken van verdachte maatschappelijke organisaties om te bepalen of zij donaties van buiten de EU krijgen. Onvrije of vijandige landen kunnen met deze financiering en beïnvloeding een risico vormen voor de democratische rechtsstaat.
Verschillende fracties stemden in de Eerste Kamer tegen, terwijl zij eerder in de Tweede Kamer voor stemden. Uiteindelijk stemden alleen VVD, PVV, JA21 en SGP voor. Samen hebben zij 21 van de 75 zetels.
Uitvoerbaarheid en effectiviteit
BBB heeft met twaalf zetels in de Eerste Kamer veel invloed. Senator Van Gasteren legde uit waarom zijn fractie toch tegen stemde. “Wij onderschrijven de doelstelling van de wet, maar de uitvoerders zoals de burgemeesters en het OM staan er niet om te springen. En de wet kan donateurs afschrikken.” Ook zet BBB vraagtekens bij de noodzaak en effectiviteit.
Ook D66 twijfelt aan de uitvoerbaarheid. “Het maatschappelijk middenveld krijgt te maken met extra regeldruk. En volgens het kabinet gaat het maar om drie tot vijf keer per jaar dat de wet zal worden ingezet”, zei senator Van Meenen. Ook D66 is het op zich eens met de doelstelling van de wet, en hoopt dat het kabinet snel met een nieuw voorstel komt.
De voorstemmers vinden ook dat er wel iets op de wet aan te merken was, maar hebben liever iets dan niets. “De buitenlandse beïnvloeding neemt alleen maar toe, ook bij verkiezingen”, zei VVD-senator Vogels.
Parlementaire ondervragingscommissie
Het wetsvoorstel werd op 23 november 2020 ingediend door het kabinet-Rutte III, dat bestond uit VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Aanleiding was het onderzoek van de parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen.
Die commissie concludeerde bijna zes jaar geleden dat moskeeën en moskeescholen worden beïnvloed door financiers uit onvrije landen die hun politiek-religieuze invloed in Nederland willen laten gelden. Het gaat dan om fundamentalistische boodschappen die de kernwaarden van de Nederlandse samenleving afwijzen.
Een aantal tegenstemmers was bang dat niet alleen in deze situaties met de wet in de hand zou worden ingegrepen, maar dat het ook bij bijvoorbeeld protestorganisaties zou gebeuren. Zoals de Partij voor de Dieren het verwoordde: “Ook Extinction Rebellion, Oxfam en Greenpeace kunnen hier last van krijgen.”
GroenLinks-PvdA gaf eerder aan hier ook bang voor te zijn bij de wet tegen ondermijnende organisaties. Ook die wet haalde het niet.











