NOS Nieuws•
Een mijnbouwbedrijf in Australië moet van de rechter 150 miljoen Australische dollar (ruim 92 miljoen euro) betalen aan een inheemse bevolkingsgroep vanwege illegale mijnbouw op hun land. Het gaat om de grootste schadevergoeding ooit die wordt uitgekeerd aan inheemse grondeigenaren, schrijven(opent in nieuw venster) Australische media.
Vertegenwoordigers van de Aboriginal-stam zijn teleurgesteld omdat ze het bedrag te laag vinden. Ze gaan waarschijnlijk in beroep.
De zaak draait om de Solomon Hub-mijnen die op het grondgebied van de Yindjibarndi-bevolking in het noorden van de deelstaat West-Australië zijn gebouwd.
Sinds 2013 heeft het mijnbouwbedrijf Fortescue honderden miljoenen ton ijzererts uit de grond gehaald zonder toestemming van de oorspronkelijke bewoners te vragen. Het bedrijf zou daarmee(opent in nieuw venster) miljarden Australische dollars hebben verdiend.
Fortescue was sinds 2007 in gesprek met vertegenwoordigers van de Yindjibarndi-stam, maar kon geen overeenkomst sluiten. Het mijnbouwbedrijf besloot toch door te gaan met de ijzerertswinning in het gebied nadat het groen licht had gekregen van de deelstaatregering.
‘David tegen Goliath’
De zaak wordt in Australië omschreven als een David tegen Goliath, omdat de lokale Aboriginal-bevolking het al bijna twintig jaar opneemt tegen de ijzerertsreus.
Fortescue heeft volgens de rechtbank in Perth schade toegebracht aan de inheemse cultuur. Volgens de rechter zijn 240 heilige plaatsen ontoegankelijk geworden voor de inwoners en heeft Fortescue zeker 124 locaties “compleet verwoest”.
De rechter zei tijdens de zitting ook dat Yindjibarndi-oudsten aangrijpende getuigenissen hadden afgelegd waarin ze vertelden hoe hun “geest of wil wordt vernietigd wanneer ze zien dat hun land wordt beschadigd door de mijnbouw”.

