NOS Voetbal•
-
Boris van der Spek
correspondent Latijns-Amerika
-

Boris van der Spek
correspondent Latijns-Amerika

Surinaams voetbalsprookje trekt wereldwijde aandacht
De fabriekspijpen van Monterrey steken scherp af tegen de torenhoge bergketen die deze Mexicaanse industriestad omarmt. De stad die nooit slaapt, het economisch hart van Mexico. Speelstad op het WK voetbal, bovendien. Én van de historische WK-play-offs van Suriname.
Op een van de laatste trainingen bij lokale voetbalclub Borregos, waar Suriname zich voorbereidt op de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Bolivia, komen de spelers rustig aangewandeld. Jahnilo Wiegel, derde keeper in de selectie, draagt een speaker waaruit Surinaamse muziek klinkt. Zoals altijd gaat het er ontspannen aan toe.
Een voor een nemen de spelers plaats in de schaduw van de tribune van de voetbalclub. Het is heet vandaag, 35 graden, en voordat de training begint mag de massaal aanwezige pers een paar vragen stellen. Uit Europa, uit de VS, uit Bolivia, uit Mexico: overal zijn journalisten vandaan gekomen om het Surinaamse voetbalsprookje te verslaan. Medewerkers van de FIFA lopen er nerveus omheen en geven aanwijzingen.
“Het komt nu echt dichterbij”, lacht Joël Piroe. De aanvaller van Leeds United is voor het eerst opgeroepen, nadat de FIFA pas deze maand een aanvraag van de Surinaamse voetbalbond goedkeurde om Piroe, die eerder nog uitkwam voor Jong Oranje, speelgerechtigd te krijgen. “Je ziet wat er bij een WK komt kijken. Nu gaat het er echt om spannen.”
De Surinaamse ploeg moet nog wat stevige obstakels overwinnen om deze zomer daadwerkelijk voor het eerst in zijn historie op het WK uit te komen. Allereerst moet donderdagavond gewonnen worden van Bolivia, en dan wacht volgende week nog Irak. Worden deze play-offs gewonnen, dan is de historische kwalificatie een feit en mag Suriname zich opmaken voor de pittige WK-groep I, met daarin Frankrijk, Noorwegen en Senegal als tegenstanders.
De eerste wedstrijd van Henk ten Cate, de nieuwe bondscoach van Suriname, is daarmee gelijk een beslissende. Toch lijkt de ervaren trainer weinig druk te ervaren. Ontspannen praat hij met de aanwezige pers. Spaanstalige journalisten staat hij in hun eigen taal te woord.
“Je ziet hoe relaxed iedereen is. We gaan heel goed met de druk om”, glimlacht Ten Cate, die benadrukt dat de ontspannen sfeer niet betekent dat de spelers niet gefocust zijn. “Het zijn professionals, die keihard met hun vak bezig zijn. En we hebben afgesproken dat we tegen Bolivia volle bak gaan”.
De voorbereiding van Suriname op deze belangrijke wedstrijd is niet ideaal geweest. Veel spelers uit de nationale ploeg kwamen afgelopen zondag nog in actie voor hun club en moesten vervolgens vanuit verschillende delen van de wereld naar Monterrey worden gevlogen. Maar de nationale ploeg is al veel eerder begonnen met de voorbereiding, benadrukt Tjaronn Chery.
“We hebben al maanden hiervoor met elkaar gesproken via Zoom en veel contact met elkaar gehouden. Daarin heeft de bondscoach ook duidelijk aangegeven wat hij van de ploeg wilde”, zegt Chery. De 37-jarige spelmaker van NEC wijst erop dat mentaliteit de doorslag kan gaan geven tegen Bolivia. “Uiteindelijk is het belangrijkste dat je de wedstrijd moet winnen. En op dat moment maakt het niet uit hoe.”
Hoewel niet gebruikelijk, voelt het voor de debuterende hoofdcoach Henk ten Cate juist door de maandenlange online gesprekken alsof hij de selectie al jarenlang kent. “Juist door die Zoom-gesprekken heb ik steeds contact gehad met spelers. Sommigen zie je nu pas voor het eerst live, je schudt ze nu pas de hand.”
Met ervaren assistenten als Jimmy Floyd Hasselbaink en Winston Bogarde aan zijn zijde heeft Ten Cate maar een paar trainingssessies voor de wedstrijd tegen Bolivia. Dat vanuit Suriname en Nederland honderdduizenden mensen meeleven met die wedstrijd, zorgt volgens de bondscoach nog niet voor extra druk.
“Dat er nu waarschijnlijk een hele natie op me rekent, is bij mij wat dat betreft nog niet binnen gekomen”, zegt Ten Cate, die wijst op de kracht van de Surinaamse ploeg. “Bribi Na Krakti. Als je ergens in gelooft, word je sterker. En als je dan collectief ergens in gelooft, word je nog sterker.”











