NOS Nieuws

Wat had er in het begin van de coronacrisis anders gekund met de kennis van nu? En wat met de kennis van toen? Het waren centrale vragen op de eerste dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Corona.

Viroloog Marion Koopmans en oud-zorgminister Bruno Bruins werden gehoord over de maanden na het uitbreken van de pandemie, zes en een half jaar geleden. Het was een onzekere tijd waarin weinig bekend was, benadrukten beide getuigen. “Ik denk dat er bij elke uitbraak een fase is van weken of maanden waarbij je niet genoeg weet”, zei Koopmans, die het spits afbeet.

In december 2019 kwam het virus op in de Chinese stad Wuhan, op 27 februari 2020 werd het eerst geval vastgesteld in Nederland. Twee weken later werden landelijke maatregelen afgekondigd, nadat een steekproef in Brabant had aangetoond dat er meer besmettingen waren dan gedacht.

Niet realistisch

Koopmans noemde het “niet realistisch” om al veel eerder maatregelen te nemen. Er was toen nog maar weinig bekend over het virus. Met de kennis van nu had het “in theorie” wel tot minder doden geleid, aldus Koopmans.” Als je eerder bent, heb je minder verspreiding en minder doden.”

Daarbij benadrukte ze wel dat ze sprak over die eerste fase van de pandemie. Of het uiteindelijk in het totale aantal coronaslachtoffers had uitgemaakt, is daarmee volgens haar niet gezegd.

Broeinest

Carnaval, kort voor de eerste lockdown half maart, bleek achteraf een broeinest van besmettingen. Maar destijds kwam het niet in het kabinet op om beperkingen te stellen aan de viering van carnaval, zei oud-minister Bruins in zijn verhoor. Toen het feest begon was er nog geen besmetting in Nederland vastgesteld, wel in andere Europese landen.

Eind februari 2020 maakte Bruins in een live-uitzending bekend dat er iemand in Nederland besmet was met het virus:

Het briefje van Bruins: Nederlander besmet met het coronavirus

“Je moet je verplaatsen in de situatie van toen”, aldus Bruins. “Dan zoek je naar maatregelen die goed zijn om de pandemie in te tomen. En je zoekt ook naar maatregelen om de samenleving niet onnodig te hinderen.” Met de kennis van toen is het dus zo goed gegaan als kon, was eigenlijk zijn boodschap.

Bruins was de eerste maanden verantwoordelijk voor de bestrijding van de pandemie. Zijn aandacht lag vooral op het verzamelen en verspreiden van informatie over het virus waar nog zo weinig over bekend was. De Tweede Kamer moest wat hem betreft goed worden geïnformeerd “en via de Kamer de inwoners van Nederland”.

‘Smalle taakopvatting’

Op de vraag van de commissie of informatie vergaren niet een wat “smalle taakopvatting” was, antwoordde Bruins ontkennend. “Informatie verzamelen is altijd nodig als er moet worden gehandeld.” Commissielid Dion Huidekooper vroeg meermaals wat voor beleid Bruins verder voerde, maar de oud-minister bleef herhalen dat hij vooral informatie verzamelde. “Ik wilde geen dingen bedenken.”

Bruins trad 19 maart af omdat hij overwerkt was geraakt en was dus niet meer betrokken bij latere maatregelen en besluitvorming. Koopmans nog wel, als lid van het Outbreak Management Team.

De enquêtecommissie vroeg de viroloog naar de besluitvorming van toentertijd. “De discussie rondom de toegangsbewijzen was lastig”, herinnerde Koopmans zich. Met het zogenoemde coronatoegansgbewijs kon je bijvoorbeeld een restaurant bezoeken. “Daar hebben we veel discussie over gehad.”

Het kabinet nam doorgaans maatregelen op basis van het advies van het OMT. Die adviezen bevatten vaak pakketten aan maatregelen om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. “In de beeldvorming was het vaak: het OMT beslist”, zei Koopmans. “Maar het kabinet besliste, ook als veel adviezen werden overgenomen.”

Viroloog Marion Koopmans vertelde de enquêtecommissie ook over de beschuldigingen en bedreigingen die ze via sociale media kreeg:

Koopmans: ‘Kreeg beschuldigingen en afgrijselijke bedreigingen, bizar’

De enquêtecommissie wil nadrukkelijk lessen trekken voor de toekomst en dus keek Koopmans ook vooruit. Ze vindt dat Nederland niet genoeg doet om klaar te zijn voor een volgende pandemie. Als voorbeeld noemde ze ebola, “waar wij helemaal niks aan doen”. Volgens haar neemt Nederland de uitbraak van het dodelijke virus in Congo niet serieus genoeg.

Het vorige kabinet bezuinigde 300 miljoen euro per jaar op de zogenoemde ‘pandemische paraatheid’, die was opgetuigd als reactie op de coronacrisis. Dit kabinet draaide die bezuiniging deels terug, waardoor er nu jaarlijks 177 miljoen euro beschikbaar is. “Vrij zuinig”, oordeelde Koopmans.

Volgende week spreekt de commissie nog zes getuigen over het begin van de pandemie. Onder anderen toenmalig Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, RIVM-directeur Jaap van Dissel en Pieter-Jaap Aalbersberg, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid komen langs.

Uiteindelijk moeten ruim vijftig verhoren in negen weken leiden tot een eindverslag met lessen voor de toekomst.

Share.
Exit mobile version