NOS NieuwsAangepast
-
David Poort
correspondent Midden-Oosten
-
Gulsah Ercetin
correspondent Turkije
-

David Poort
correspondent Midden-Oosten
-
Gulsah Ercetin
correspondent Turkije
De toch al gespannen verhouding tussen Israël en Turkije is verder onder druk komen te staan na een Israëlische aanval op een Syrische luchtmachtbasis. De twee regionale grootmachten staan in Syrië steeds nadrukkelijker tegenover elkaar. Toch lijkt geen van beide belang te hebben bij een directe militaire confrontatie.
De Israëlische minister van Defensie Katz beschuldigde de Turkse president Erdogan er vandaag van zijn land mee te slepen in “gevaarlijke avonturen”. Israël bombardeerde dinsdag de luchtmachtbasis Abu Duhur in het noordwesten van Syrië, nadat een Turkse militaire delegatie die zou hebben bezocht.
Volgens Israël dreigde Syrië afspraken over de veiligheidssituatie te schenden door Turkse militairen op de basis toe te laten. Premier Netanyahu zei dat Damascus vooraf gewaarschuwd was. “Onze boodschap was heel duidelijk: niet doen. Ik denk dat ze de boodschap niet helemaal begrepen hebben.”
Syrië en Turkije ontkennen dat Turkije van plan was permanent militairen op Abu Duhur te stationeren. Sterker nog, Turkije benadrukt dat zowel voor als tijdens de aanval geen enkele Turkse militaire delegatie op de basis aanwezig was.
De harde confrontatie staat in schril contrast met de relatie van enkele decennia geleden. Turkije was in 1949 het eerste land met een moslimmeerderheid dat Israël erkende. Eind jaren 90 en tijdens de eerste jaren van Erdogan als premier werkten beide landen nauw samen, ook militair.
Een belangrijk keerpunt kwam in 2010, toen negen Turkse activisten werden gedood door Israëlische militairen tijdens een poging met het Turkse schip Mavi Marmara hulpgoederen naar Gaza te brengen. Sindsdien zijn de betrekkingen geregeld gespannen geweest.
In 2022 volgde nog een poging tot normalisering van de relatie, maar die toenadering kwam snel onder druk te staan door de oorlog in Gaza. Erdogan behoort tot de felste critici van Israël en onderhoudt banden met Hamas, dat Turkije, anders dan Israël, beschouwt als een verzetsbeweging.
Nu vormt vooral Syrië een nieuw brandpunt.
“Voor Israël is Syrië een soort strijdtoneel bij volmacht geworden”, zegt Rob Geist Pinfold, docent internationale veiligheid aan King’s College London tegen de NOS. Israël beschuldigt Erdogan volgens hem van “neo-Ottomanisme”: een poging om de Turkse invloed uit te breiden naar gebieden die ooit deel uitmaakten van het Ottomaanse rijk.
Belangen in Syrië
Sinds de val van president Assad eind 2024 is Turkije een van de belangrijkste bondgenoten van president Ahmed al-Sharaa. Ankara traint Syrische militairen en helpt het leger opnieuw opbouwen.
Een stabiel Syrië is voor Turkije van groot belang. Het land deelt een grens van 900 kilometer met Syrië en ving na het uitbreken van de burgeroorlog miljoenen Syrische vluchtelingen op. Ankara wil bovendien voorkomen dat Koerdische milities langs zijn zuidgrens aan invloed winnen.
Israël bekijkt de groeiende Turkse militaire invloed juist met argwaan. Tegelijkertijd probeert het zelf de nieuwe machtsverhoudingen in Syrië te beïnvloeden. Sinds de val van Assad heeft Israël honderden aanvallen uitgevoerd op Syrische militaire doelen en een door de VN bewaakte bufferzone in het zuiden bezet.
De steeds hardere houding tegenover Turkije is inmiddels ook zichtbaar in de Israëlische verkiezingscampagne. Op een billboard van Netanyahu’s Likud-partij in Tel Aviv staat Erdogan afgebeeld naast onder anderen de Iraanse leider Mojtaba Khamenei en Hezbollah-leider Naim Qassem. “Zij willen dat Netanyahu verliest. Laat ze niet winnen”, staat erbij.
Ook oppositiepoliticus Naftali Bennet spreekt zich scherp uit over Turkije. Volgens deskundige Pinfold is het wantrouwen daarmee breder geworden dan alleen binnen Netanyahu’s regering.
Ankara beschuldigt Netanyahu op zijn beurt ervan de spanningen voor eigen gewin op te voeren. Turkije heeft de Israëlische aanvallen dan ook fel veroordeeld en Israël ervan beschuldigd Syrië verder te willen destabiliseren. Zo stelde Burhanettin Duran, het hoofd communicatie van de Turkse president, dat Netanyahu’s uitspraken over Turkije en Syrië een weerspiegeling zijn van zijn internationale isolement en politieke angsten.
Volgens Duran staat Turkije juist internationaal bekend om zijn inzet voor vrede en laat het zich niet meeslepen in pogingen om de regionale stabiliteit te ondermijnen.
Hoe scherp de woorden ook zijn, een oorlog tussen Israël en NAVO-lid Turkije ligt volgens Pinfold niet voor de hand. “Dat is in niemands belang.”
Aanval zonder waarschuwing
Turkije was vooraf niet gewaarschuwd voor de Israëlische aanvallen en zag de Israëlische gevechtsvliegtuigen richting Turks grondgebied vliegen. Volgens de Amerikaanse Syrië-gezant Tom Barrack had Ankara daarop militair kunnen reageren.
Washington probeert daarom een steviger communicatiekanaal tussen Israël, Turkije en Syrië op te zetten om militaire incidenten te voorkomen.
Dit is ook voor de NAVO van belang, zegt Pinfold. Hij verwacht voorlopig vooral dreigende taal en veroordelingen over en weer, maar naarmate beide landen hun invloed in Syrië uitbreiden, wordt de ruimte voor fouten kleiner.

