NOS Nieuws
Norihito Morishima kijkt uit over zijn rijstvelden in Haga, zo’n twee uur ten noorden van hoofdstad Tokio. Zijn armen zijn gevouwen. “De komende jaren worden heel moeilijk”, zegt hij. Na Amerikaanse luchtaanvallen op Iran, groeit opnieuw de vrees voor verstoringen van de wereldhandel. Dat raakt niet alleen olie en gas, maar ook kunstmest.
“Ik had nooit gedacht dat een oorlog duizenden kilometers verderop zoveel invloed zou hebben op een kleine Japanse boer als ik”, zegt Morishima.
Voor grootschalige rijstteelt is kunstmest onmisbaar. Die bevat stikstof, fosfaat en kalium. Stikstof laat de plant groeien, fosfaat helpt bij de vorming van de rijstkorrels en kalium maakt de plant sterker. Wie te weinig of de verkeerde mest gebruikt, krijgt een lagere opbrengst of slechtere rijst. Japan haalt vrijwel al deze grondstoffen uit het buitenland.
Daar komt bij dat voor de productie van kunstmest veel aardgas nodig is. Japan importeert bijna 98 procent van zijn aardgas. Ongeveer 6 procent komt via de Straat van Hormuz. Via die route loopt ook bijna een derde van de wereldwijde handel in ureum, een veelgebruikte stikstofmeststof.
Landelijke noodvoorraden
In zijn opslagloods tilt boer Morishima een zak kunstmest van een stapel. Hij grijpt er een handvol witte korrels uit en laat die door zijn vingers glijden. “We verbouwen hier Yudai 21, een premiumrijstsoort. Daarvoor hebben we dit soort kunstmest nodig, waarmee we de lengte van de planten onder controle houden”, vertelt hij. “De afgelopen drie jaar wonnen we er bijna alle landelijke smaakwedstrijden mee, maar de rijst is ook heel moeilijk te verbouwen. Zonder kunstmest van hoge kwaliteit lukt dat niet.”
Japan had ongeveer drie maanden aan strategische voorraden opgebouwd voor het geval de aanvoer zou stilvallen. “Een landelijke noodvoorraad”, zegt Morishima. “Daardoor konden we tot nu toe de grootste klappen opvangen.”
Toen een wapenstilstand tussen de Verenigde Staten en Iran werd aangekondigd, hoopten Japanse boeren dat die voorraden weer konden worden aangevuld. Dat is niet gelukt. “Nu raakt de voorraad op en dreigen alsnog tekorten.”
Bovendien worden niet alleen de grondstoffen duurder. Groothandelaren slaan extra voorraden in uit vrees voor nieuwe tekorten en verdere prijsstijgingen. Ook de verzekering van schepen wordt duurder, waardoor de vrachtkosten stijgen. Ook dat drijft de kunstmestprijs verder op.
De nieuwe spanningen ontstaan op een moment dat de kunstmestmarkt juist iets tot rust leek te komen. In mei waren de gemiddelde prijzen nog met 4,3 procent gedaald. Na een tijdelijk staakt-het-vuren vertrokken ook weer de eerste schepen met onder meer ureum uit de Golfregio.
‘Kunstmest is geopolitiek probleem’
Die rust bleek van korte duur. De Wereldbank waarschuwt dat de grondstoffenprijzen dit jaar opnieuw fors kunnen stijgen als de spanningen aanhouden. Volgens het World Economic Forum is kunstmest inmiddels een “geopolitiek probleem”, met mogelijke gevolgen voor de wereldwijde voedselvoorziening.
Japan probeert intussen minder afhankelijk te worden van één leverancier of route. Ongeveer driekwart van de ureumimport komt inmiddels uit Maleisië. Een groot deel van het fosfaat komt uit China en Marokko. Daarnaast investeert Japan in zuiniger gebruik van kunstmest, compost en dierlijke mest, en in het terugwinnen van fosfaat uit rioolslib.
Maar die oplossingen kosten tijd. Fosfaat uit rioolslib kan een deel van de behoefte opvangen, maar de productie is nog te klein om een groot tekort snel te compenseren. Voor boeren als Morishima verandert dat voorlopig weinig: “De komende drie jaar gaat een kwestie van overleven worden.”











