NOS Nieuws•
-
Elles van Gelder
correspondent Afrika
-

Elles van Gelder
correspondent Afrika
Het jongste land ter wereld, Zuid-Sudan, heeft te maken met nieuwe gevechten. Honderdduizenden mensen zijn op de vlucht geslagen voor het geweld dat zich op burgers richt. In moeilijk bereikbare gebieden, zoals het moerasdorp Chuil, is de humanitaire situatie ernstig verslechterd.
Chuil ligt zeer afgelegen. Er zijn geen wegen, waardoor het grotendeels is afgesneden van de buitenwereld. Toch zijn er de afgelopen maanden tienduizenden ontheemden naartoe gevlucht. Onder hen de twintiger Deng die uit Lankien moest vluchten, een stad zo’n 50 kilometer verderop. “De regeringstroepen kwamen”, vertelt ze. “Ze vermoordden mensen en staken huizen in brand.”
Van optimisme naar bittere realiteit
Vijftien jaar geleden was er nog veel hoop voor Zuid-Sudan. Het land werd in 2011 onafhankelijk van Sudan. Vol optimisme keek de wereld naar wat er van het olierijke land zou worden. Maar het is vandaag de dag een zeer instabiel land, waar de politieke elite de olie-inkomsten voor zichzelf houdt, terwijl het merendeel van de bevolking in armoede leeft.
Daarbovenop heeft Zuid-Sudan ook nog te maken met de gevolgen van klimaatverandering, zoals droogte en overstromingen. Het land verkeert daardoor bijna continu in een humanitaire crisis. En daar komt nu een opleving bij van gevechten tussen troepen die gelieerd zijn aan de twee machtigste mannen van het land.
De Zuid-Sudanese president Salva Kiir staat wederom tegenover vicepresident en oppositieleider Riek Machar. De twee mannen hadden in 2020 een eenheidsregering gevormd nadat een burgeroorlog tussen hun troepen meer dan 400.000 levens had gekost.
Even ging het goed. Maar afgelopen jaar werd Machar opgepakt vanwege zijn vermeende rol bij het organiseren van een aanval op een militaire kazerne. Hij staat nu terecht voor hoogverraad. Het leidde ook tot nieuwe gevechten tussen gewapende troepen aan beide zijden met de staat Jonglei als epicentrum.
Strijd deels etnisch
Wat het extra gewelddadig maakt, is dat de strijd deels ook etnisch is. Kiir maakt deel uit van de Dinka-bevolkingsgroep en Machar is Nuer, een andere etnische groep. Geweld tegen burgers wordt aan beide kanten niet geschuwd. Zo zag de ontheemde Deng dat er op burgers werd geschoten. “Een hoogzwangere vrouw werd geraakt en viel neer. Ik kon de baby nog zien bewegen in haar buik, maar ze stierf. Ik kon niets doen.”
Nu zit ze samen met tienduizenden anderen op deze geïsoleerde plek. “We slapen in de buitenlucht, op het erf van een vrouw die hier al woonde. Het is onze cultuur om geen mensen weg te sturen. Maar er is hier niet genoeg. Niet genoeg beschutting, eten of schoon water.”
Beperkte medische middelen
In een noodziekenhuis, opgezet door Artsen zonder Grenzen, probeert verpleger Yay bij het licht van een telefoon een infuus te plaatsen bij een kind dat ondervoed is en malaria heeft. Het zweet gutst van zijn hoofd.
Yay werkte in een groter, geavanceerder ziekenhuis, maar dat werd aangevallen. “We werden gebombardeerd, we moesten wegrennen van het geweld.” Nu doet hij hier wat hij kan. Maar de middelen van het medisch personeel op deze locatie zijn beperkt. Er is niet genoeg medicatie en de stroom valt voortdurend uit, onder meer bij kinderen die aan zuurstofapparaten zitten.
Hier hulp verlenen is zeer moeilijk, zegt regionaal manager van Artsen zonder Grenzen Abubakar Bakri. “We moeten alles aanvoeren met kleine vliegtuigen. De bedden bijvoorbeeld, dat was een hele klus. We hopen dat Chuil veilig blijft en we hier ongestoord kunnen blijven werken.”
-
Het dorp Chuil, waar Artsen zonder Grenzen hulp verleent -
Het dorp Chuil, waar Artsen zonder Grenzen hulp verleent -
Het dorp Chuil, waar Artsen zonder Grenzen hulp verleent
De zorgen zijn groot, omdat humanitaire hulp ook onderdeel is van de strijd. Hulporganisaties en gezondheidsfaciliteiten zijn geplunderd of vernietigd. Ook heeft de regering herhaaldelijk humanitaire toegang ontzegd tot gebieden die ze niet controleren.
“Vijf of tien jaar geleden zouden er bij een crisis van deze schaal meer organisaties komen helpen”, zegt Bakri. “Helaas zien we dat er minder komen, hoewel er grote noden zijn. Zo is bijna de helft van de kinderen hier zwaar ondervoed.”
Het Wereldvoedselprogramma van de VN (WFP) dropt wel eten in Chuil, maar heeft onvoldoende budget voor heel Zuid-Sudan. “Bezuinigingen van de VS en Europa hebben impact op ons werk”, zegt de Nederlandse Barbara van Logchem, logistiek coördinator bij het Wereldvoedselprogramma in Zuid-Sudan.
“We hebben een tekort van ongeveer 300 miljoen dollar, 40 procent van wat we nodig hebben”, zegt ze in het pakhuis van WFP in hoofdstad Juba. “Daardoor kunnen we minder mensen bereiken. Wij moeten echt heel duidelijke prioriteiten stellen zodat we naar de moeilijk bereikbare plekken gaan waar de allerarmsten en meest hongerigen zitten. Het zijn moeilijke keuzes die we moeten maken.”

