Niet alle adviezen werden gelijk gewogen door het kabinet, houdt de commissie Rutte voor. Wat virologen zeiden woog zwaarder dan adviezen over maatschappelijke gevolgen. “Dat kan niet anders in een gezondheidszorgcrisis”, zegt Rutte daarover.
De gekozen “indicator” was nou eenmaal het voorkomen van code zwart in de ziekenhuizen. Dus er was niet “de luxe” om de gekozen maatregelen niet te nemen, en om daarmee andere (maatschappelijke) gevolgen zwaarder te laten wegen. “Tenzij je een andere indicator kiest dan het voorkomen van code zwart in de zorg, worden in een volgende crisis weer dezelfde keuzes gemaakt.”
Rutte zegt dat er een ander uitgangspunt gekozen had kunnen worden. Zo hadden ouderen en andere mensen met een zwakkere gezondheid “meer geïsoleerd” kunnen worden of had er een hoger aantal dodelijk slachtoffers geaccepteerd kunnen worden.
“Dan had je maatschappelijke gevolgen misschien kunnen beperken.” Mogelijk waren er dan geen schoolsluitingen geweest of geen avondklok. Rutte benadrukt dat hij daar “zeer tegen” was, en weer zou zijn.
Volgens hem zou het goed zijn om vóór de volgende crisis al te debatteren over dit soort uitgangspunten.
Achteraf denkt oud-premier Rutte dat betrokken bestuurders meer en “gestructureerder” hadden moeten reflecteren op de aanpak van de coronacrisis. “Maken we nog de goede keuzes?”, moet dan de vraag zijn, zegt Rutte tegen de commissie.
Volgens Rutte is het belangrijk om “los van de druk van besluitvorming” fundamenteler te kijken of er nog in de juiste richting wordt gedacht. Bij zo’n overleg kan het bijvoorbeeld gaan over de werkdruk op ministeries, de maatschappelijke en economische impact van crisismaatregelen en de inperking van vrijheden daarvan.
Tijdens de coronacrisis gebeurde dit “zo nu en dan”, maar bij een crisis van deze omvang zou het eigenlijk regelmatig moeten gebeuren. Eens per zes a acht weken, stelt hij zich voor.
De voormalige premier zei dit toen hem werd gevraagd of bepaalde (kern)taken van het ministerie van Volksgezondheid hadden moeten worden overgenomen door andere ministeries, om ambtenaren te ontlasten. Dat had volgens de VVD’er misschien juist tot meer werkdruk geleid, omdat er dan veel meer overleg nodig zou zijn geweest. Rutte denkt niet dat een reflecterend overleg hem op dit punt op andere gedachten had gebracht.
De eerste spreker deze week is voormalig premier Mark Rutte, het gezicht van de coronacrisis. Hij deed vanaf het begin de persconferenties en was eindverantwoordelijk voor de coronamaatregelen.
In maart 2020 hield Rutte zijn eerste tv-toespraak vanuit zijn werkkamer in het Torentje. Hij vertelde Nederland dat het coronavirus nog “onder ons is en voorlopig onder ons zal blijven”.
“Er is geen eenvoudige of snelle uitweg uit deze zeer moeilijke situatie”, zei de VVD-premier. “De realiteit is ook dat de komende tijd een groot deel van de Nederlandse bevolking met het virus besmet zal raken.”
Samen met ministers De Jonge en Grapperhaus vormde Rutte het ‘kernteam’ van de coronabestrijding. Maar de oud-premier weersprak in zijn eerste verhoor dat het clubje van alles onderling bedisselde zonder oog te hebben voor andere meningen.
Rutte zei ook dat Nederland door het oog van de naald is gekropen:
De laatste verhoorweek van de enquêtecommissie is aangebroken, en staan geen zes, maar drie sprekers op het programma. Net als vorige week is het thema ‘reflecteren en vooruitkijken’. Welke lessen zijn er te trekken voor een volgende langdurige crisis? Vandaag komt oud-premier Mark Rutte voor de tweede keer langs.
Woensdag staat het verhoor van Ernst Kuipers op de agenda. Hij was tijdens de pandemie onder meer voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg en was betrokken bij spreiding van coronapatiënten over de beschikbare IC-bedden.
Op donderdag, de laatste verhoordag, komt Anja Schreijer. Ze was destijds hoofd Algemene Infectieziekten bij de GGD Amsterdam, voorzitter van het Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding van het RIVM en lid van het Outbreak Management Team (OMT).

