NOS NieuwsAangepast
Israël zet twee Nederlandse vertegenwoordigers het land uit. Zij zijn werkzaam bij het civiel-militaire coördinatiecentrum (CMCC) in Israël van waaruit de VS, Israël en vijftien andere landen, waaronder Nederland, toezicht houden op het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas. Ook coördineren zij internationale hulp en houden ze zich bezig met de wederopbouw van Gaza.
“Ik heb dit besluit vandaag genomen in overleg met premier Netanyahu”, schrijft minister van Buitenlandse Zaken Sa’ar op X. Als aanleiding noemt hij een aantal volgens hem “anti-Israëlische stappen” van de Nederlandse regering.
Importverbod
De meest recente is volgens Sa’ar het verbod op de import van producten uit Israëlische nederzettingen op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Die nederzettingen zijn volgens het internationaal recht illegaal. Geweld van kolonisten tegen Palestijnen komt er geregeld voor. Het importverbod gaat op 22 september in.
Het CMCC is onderdeel van Trumps 20-puntenplan voor Gaza waarover de Amerikaanse president begin oktober een akkoord sloot met Netanyahu en Hamas. De twee Nederlanders bij het CMCC in de Israëlische plaats Kiryat Gat, ten noorden van de Gazastrook, zijn civiele experts met kennis van de regio. Hun is gevraagd Israël binnen een week te verlaten.
“Onze boodschap is duidelijk”, besluit Sa’ar. “Wie zich tegen Israël keert, krijgt geen voet aan de grond in de regio. Israël zal dat niet toestaan.”
‘Onnodige actie’
Minister Berendsen van Buitenlandse Zaken laat in reactie weten de stap van Israël te betreuren. “Wat mij betreft een onnodige actie. Ik heb mijn Israëlische collega minister Sa’ar dat ook meteen laten weten. Ik zie deze stap ook in de context van de verkiezingen in Israël.”
Volgens Berendsen is de hulp aan Gaza nog steeds hard nodig. “Juist ook om samen met Israël en andere landen de gemaakte afspraken over hulpverlening uit het 20-puntenplan van de VS verder te brengen en te implementeren.”
De buitenlandminister zegt het besluit van Israël te respecteren. Er verandert verder niets aan het kabinetsbesluit om producten uit illegale nederzettingen te weren. “En vanzelfsprekend blijf ik graag bereid om daarover in gesprek te gaan met mijn Israëlische collega.”











