NOS Nieuws

Het Israëlische leger heeft zich teruggetrokken uit Hebron, de grootste stad op de bezette Westelijke Jordaanoever. Hebron werd elf dagen grotendeels afgesloten, nadat twee Israëlische militairen werden doodgeschoten door twee Palestijnen.

Daarna begon Israël een naar eigen zeggen grote “antiterreuroperatie”, waarbij duizenden Palestijnen werden verdreven en woningen en winkels werden gesloopt.

Het leger zegt in een verklaring dat de operatie vandaag is afgerond en dat militairen zich hebben teruggetrokken uit Hebron. Daardoor kunnen ontheemde Palestijnse gezinnen terugkeren naar hun huizen. Andere militaire operaties op de Westoever gaan door, aldus het leger.

Het Palestijnse persbureau WAFA(opent in nieuw venster) meldt dat Israëlische troepen zich hebben teruggetrokken uit “verschillende wijken” van de stad. Het zou gaan om de wijken Al-Jalda en Ain Deir Baha. De gouverneur en burgemeester van Hebron spreken van een “volledige terugtrekking” uit de stad.

Ook het onderwijs in Hebron is hervat, zegt de burgemeester. Volgens de Palestijnse mensenrechtenactivist Issa Amro zijn van de zeven toegangswegen naar Hebron er nog altijd slechts twee open.

Anderhalve week geleden openden twee Palestijnse mannen het vuur bij een checkpoint nabij Hebron. Naast de twee gedode Israëlische militairen, raakten drie anderen gewond. De twee schutters werden gedood.

Vervolgens begon Israël een grootschalige operatie in de stad. Premier Netanyahu zei kort na de schietpartij dat Israël de wijk waar de schutters vandaan kwamen, zou vernietigen. Het leger verspreidde beelden(opent in nieuw venster) van het opblazen van hun vermoedelijke woningen.

Israël houdt de Westelijke Jordaanoever sinds 1967 bezet. In het gebied wonen ongeveer 3 miljoen Palestijnen en 700.000 Israëlische kolonisten.

Share.
Exit mobile version