NOS Nieuws•
-
Indy Scholtens
redacteur Online
-
Indy Scholtens
redacteur Online
Gisteren werd bekend dat het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek is begonnen naar twee moeders uit Stadskanaal die verdacht worden van ernstige mishandeling van een 6-jarig meisje en een 7-jarige jongen. Uit dossiers van de Raad van de Kinderbescherming die aan de kinderrechter zijn voorgelegd bleek dat de twee kinderen werden opgesloten en vernederd. Ook zouden de mishandelingen gefilmd zijn.
De zaak doet denken aan het ernstig mishandelde pleegmeisje uit Vlaardingen, wier pleegouders in november werden veroordeeld tot acht jaar cel. Het meisje werd twee jaar geleden zwaargewond opgenomen in het ziekenhuis, nadat ze ernstig mishandeld was door haar pleegouders. Zij sloten haar onder meer op in een kooi.
De strafzaak tegen de twee vrouwen uit Stadskanaal nog moet beginnen, maar experts stellen dat er patronen naar voren lijken te komen zoals in de Vlaardingse zaak, die anders zijn dan bij andere vormen van kindermishandeling. Het zou ook verklaren waarom het zo lang heeft geduurd voordat de zaak aan het licht kwam, hoewel er wel meldingen zijn geweest.
Koude agressie
Bij kindermishandeling is vaak sprake van zogeheten ‘warme agressie’ stelt Peer van der Helm, hoogleraar jeugdzorg en onderwijs. Een volwassene mishandelt een kind dan vanuit een opwelling. “Maar hier zie je dat er sprake is van een systematisch patroon van gerichte mishandeling”, zegt Van der Helm. “Dit gaat om ‘koude agressie’, dat is voor een belangrijk deel planmatig en wijst op een hersenprobleem.”
Volgens hem moet iemand ook “een enorme grens qua empathie en geweten overgaan” om dit te doen. Daarom zijn bij dit soort zaken vaak meerdere verdachten: “Als de een geweld legitimeert, dan is het voor de ander ook makkelijker”, stelt Van der Helm.
‘Kindermarteling’
Klinisch psycholoog Leony Coppens ziet in de beschrijving van de zaak in Groningen terugkerende patronen van planmatige mishandeling. Zij wijst op opsluiting, isolatie, voedsel inzetten als straf en vernedering als kenmerken hiervan.
In de VS wordt er al langer onderzoek gedaan naar deze systematische vorm, dat ook wel child torture, oftewel kindermarteling, genoemd. Coppens pleit ervoor dat deze term ook in Nederland wordt gehanteerd, zodat er meer onderzoek naar komt en het patroon herkenbaarder wordt voor hulpverleners.
Doordat hulpverleners in dit geval alleen losse signalen zagen in plaats van een patroon, is het lastiger de ernst van de mishandeling te herkennen, stelt Coppens. Soortgelijke patronen kwamen dus ook voor in de Vlaardingse zaak.
Ernstige signalen
Toch is het opvallend dat zowel in de zaak in Vlaardingen als Groningen wel degelijk meldingen zijn gedaan, stelt hoogleraar jeudgrecht Mariëlle Bruning. In haar ogen is dit een situatie waar kinderen direct uit huis geplaatst hadden moeten worden.
“In beide zaken kwamen er ernstige signalen: vanuit school, de huisarts, tot een ziekenhuisopname”, zegt Bruning. “Die zijn toch blijven hangen, in dit geval waarschijnlijk bij Veilig Thuis.”
Het is volgens de experts niet uniek dat meldingen blijven liggen, of dat nu bij Veilig Thuis of de politie is. Van der Helm stelt dat betrokkenen hun onmiddellijke meldplicht beter moeten nakomen. “We hebben met zijn allen een verantwoordelijkheid om te voorkomen dat dit soort dingen gebeuren.”
Veilig Thuis stelt in een verklaring dat het “direct” heeft gehandeld in de zaak van deze kinderen. “Samen met partners is volgens onze werkwijze een melding gedaan bij de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ). Zij bepalen de vervolgstappen. Wij doen vanwege privacy voor de betrokkenen geen uitspraken over individuele casussen.”

