NOS Nieuws
-
Lennard Swolfs
correspondent Israël en Palestijnse Gebieden
-

Lennard Swolfs
correspondent Israël en Palestijnse Gebieden
Het kolonistengeweld breidt zich uit naar de gebieden waar de Palestijnse Autoriteit het gezag heeft op de Westelijke Jordaanoever. Dat stelt onder meer de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem vast. Ook de Verenigde Naties concludeerden eerder dit jaar dat er sprake is van een uitbreiding van “nederzettingenactiviteit” naar gebieden onder Palestijns bestuur.
Met de Oslo-akkoorden uit de jaren 90 werd de bezette Westelijke Jordaanoever opgedeeld in drie gebieden. Gebied A wordt volledig bestuurd door de Palestijnse Autoriteit. In gebied B gaat de Palestijnse Autoriteit over het dagelijks bestuur en Israël over de veiligheid en in gebied C heeft Israël de volledige controle.
De verdeling was bedoeld als tijdelijke regeling, in afwachting van een definitief vredesakkoord. Alleen kwam dat akkoord er nooit.
De meeste kolonisten wonen in het gebied waar Israël de volledige controle heeft (gebied C), dat met zo’n 60 procent het grootste deel van de Westoever omvat. Daar vinden ook de meeste aanvallen plaats, maar het kolonistengeweld bereikt ook gebied B en zelfs gebied A.
“Grote delen van gebied C zijn inmiddels etnisch gezuiverd”, vertelt Shai Parnes. Hij werkt voor B’Tselem. “Veel van het land daar is niet meer toegankelijk voor Palestijnen. Nu gaat Israël naar het volgende hoofdstuk. Het ‘succes’, zoals zij het noemen, proberen ze nu toe te passen in gebied B, de meer stedelijke gebieden van de Westelijke Jordaanoever.”
Volgens hem is het einddoel van Israël duidelijk: “Ze willen de Palestijnse samenleving afbreken en een einde maken aan het recht op zelfbeschikking”.
Aanvallen
“De kolonisten voeren hier overal aanvallen uit, bijna dagelijks”, vertelt Awad Samra. Hij woont in Turmus Ayya, dat grotendeels in gebied B ligt. “Ze proberen de Oslo-akkoorden van tafel te vegen. Alles wat Palestijns is, willen ze uitwissen.”
Een groep kolonisten heeft vorige week brand gesticht in het dorp. Het land naast de woning van zijn broer ging in vlammen op. Samra vertelt dat het Israëlische leger en de politie op de brand afkwamen, maar niet ingrepen. Volgens Samra beschermt het leger de kolonisten.
Ook Parnes van B’Tselem zegt dat dit soort aanvallen vaak met medewerking van het Israëlische leger plaatsvinden.
Dodelijke slachtoffers
Samra vreest dat de aanvallen snel kunnen escaleren en waarschuwt voor dodelijke slachtoffers. In de steden en dorpen rondom Turmus Ayya zijn de afgelopen tijd al vaker doden gevallen bij aanvallen. Volgens de VN-organisatie OCHA(opent in nieuw venster) zijn er dit jaar 76 Palestijnen gedood op de Westelijke Jordaanoever, onder wie zeker dertien door kolonisten.
Afgelopen weekend werden in de buurt van Nablus vier Palestijnen en twee Israëliërs gedood. De plek waar de aanval plaatsvond ligt in gebied A, waar de Palestijnse Autoriteit het volledige gezag heeft.
De Palestijnse dorpsbewoners vertellen dat gewapende kolonisten hun dorp aanvielen en het vuur openden. Israël zegt dat een Palestijnse inwoner eerst een kolonist doodschoot.
Bewuste provocatie
Een dag na de brand op het land in Turmus Ayya kwam één van de kolonisten terug naar het dorp. Niet veel later reed er een golfkarretje het gebied binnen waar nog eens drie kolonisten inzaten.
“Ze komen hier elke dag in dat golfkarretje”, vertelt Samra terwijl hij naar een aantal straten verderop wijst. “Ze rijden daar tussen de woningen door en gaan dan de berg op. Het is provoceren, in de hoop dat één van de inwoners de confrontatie met ze aangaat.”
De inwoners in Turmus Ayya voelen dat ze er alleen voorstaan. Ze hebben daarom inmiddels ramen dichtgetimmerd met planken en prikkeldraad rondom hun woningen gehangen. “Kijk dan”, roept Samra terwijl hij het prikkeldraad vastpakt. “Het voelt alsof ik in een gevangenis woon.”
Weinig vervolging
Premier Netanyahu heeft kolonistengeweld tegen Palestijnen de afgelopen jaren meerdere keren veroordeeld, maar hij stelt doorgaans dat het gaat om een kleine groep extremistische jongeren. Zo zei hij(opent in nieuw venster) eerder deze maand in een interview met de Amerikaanse zender CNN dat het gaat om zo’n 100 tot 150 “jeugddelinquenten” van buiten de Westelijke Jordaanoever.
Mensenrechtenorganisaties bestrijden dat beeld en spreken van een breder patroon. Ook wijzen ze op de gebrekkige vervolging van geweld van Israëlische burgers tegen Palestijnen. Volgens mensenrechtenorganisatie Yesh Din(opent in nieuw venster) eindigde bijna 94 procent van de door de organisatie gevolgde onderzoeken tussen 2005 en 2025 zonder aanklacht. In 3 procent van de gevallen kwam het tot een gedeeltelijke of volledige veroordeling.

