NOS NieuwsAangepast
Vandaag zijn de laatste Amerikaanse troepen uit Irak vertrokken. Daarmee is een eind gekomen aan 23 jaar militaire Amerikaanse aanwezigheid in Irak.
Irak viert dit als een feestdag: de regering noemt 30 september ‘dag van de soevereiniteit’. Volgens de regering van premier Al-Zaidi is het Iraakse leger klaar om het land zelf te beschermen. Toch staat Irak nu voor een aantal uitdagingen, zoals de door Iran gesteunde milities die in het land actief zijn.
Op het hoogtepunt van de Irak-oorlog waren er zo’n 170.000 Amerikaanse militairen in Irak. De Amerikanen trokken zich in 2011 terug, maar in 2014 werd een nieuwe militaire operatie gestart: ‘Inherent Resolve’. Van de ongeveer 5200 Amerikanen die daarvoor in Irak waren, waren er nog een paar honderd over.
In Irak zijn meerdere milities actief, die worden gesteund door Iran. Als deel van de deal om Amerika te laten vertrekken, moeten deze milities worden ontwapend. Sommige groepen werken hieraan mee, maar hardliners als Kataib Hezbollah en Harakat al-Nujaba weigeren hun wapens op te geven.
In de oorspronkelijke deal zou de VS Irak pas verlaten als de milities waren ontwapend. Dit is dus niet gelukt. De regering-Trump heeft de deadline voor de ontwapening verschoven naar de zomer van 2027, maar die operatie moet nu dus wel zonder de steun van Amerikanen in Irak verder.
De Amerikaanse regering geeft weinig aandacht aan het verlaten van Irak. Dat is opvallend, want het was een van Trumps campagnebeloftes om de zogenoemde “oneindige oorlogen” in het Midden-Oosten te stoppen(opent in nieuw venster). Of, zoals hij het zelf zei, “we kunnen niet miljarden blijven uitgeven om mensen te beschermen die ons niet eens mogen”.
Maar ondertussen is Trump zijn eigen oorlog in het Midden-Oosten begonnen. De twee bases die de VS nog in Irak had, waren de afgelopen maanden regelmatig doelwit van Iraanse luchtaanvallen. De dreiging dat Iran of de pro-Iraanse milities de Amerikanen op deze bases zouden kunnen raken, wordt door het vertrek weggenomen.
Eén bondgenoot van de VS wordt hierdoor wel achtergelaten: de Koerden in het noorden van Irak. Sinds het begin van de oorlog tegen Iran is Iraaks Koerdistan al ruim duizend keer aangevallen. In het gebied wonen veel gevluchte Iraanse dissidenten, die tegen het Iraanse regime willen vechten.
De VS werkte eerder nauw samen met Koerdische strijdgroepen, onder meer met financiële steun. De angst bestaat nu onder de Koerden dat deze steun wegvalt, net als eerder in Syrië gebeurde. Daar sloot de Koerdische SDF een deal met de Syrische regering, waardoor ze de autonomie in de regio verloor.

