NOS Nieuws
Zeker twintig mensenrechtenorganisaties hebben sinds vorig jaar hun samenwerking met het in Den Haag gevestigde Internationaal Strafhof (ICC) flink ingeperkt of volledig gestaakt.
Dat blijkt uit een rondgang van onderzoeksplatform Investico(opent in nieuw venster) en het Duitse medium Süddeutsche Zeitung(opent in nieuw venster) bij honderd organisaties zonder winstoogmerk, in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer(opent in nieuw venster).
Veel ngo’s durven niet meer met het Strafhof samen te werken als gevolg van de sancties die de Verenigde Staten in februari vorig jaar aan het Strafhof oplegden. Zo zijn verschillende mensenrechtenorganisaties gestopt met de samenwerking omdat hun contracten met Amerikaanse financiers hen dat verbieden.
Meerdere organisaties zijn in stilte gestopt met hun werk, schrijft Investico. Het gaat onder meer om grote organisaties zoals Human Rights Watch.
Het Strafhof wordt hard geraakt door de sancties, bleek eerder ook uit onderzoek van persbureau AP. De Amerikaanse president Trump stelde die strafmaatregelen in per decreet, nadat het Hof arrestatiebevelen had uitgevaardigd tegen onder meer de Israëlische premier Netanyahu, wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.
Dat sanctiepakket bestaat uit financiële straffen en visumrestricties voor mensen die het ICC helpen bij het onderzoek naar Amerikaanse burgers en bondgenoten van de VS, zoals Israël.
Door de sancties hebben medewerkers geen toegang meer tot hun eigendommen en tegoeden in de VS, zoals geld dat zij op een Amerikaanse bankrekening hebben staan. Ook mogen zij niets meer van Amerikaanse bedrijven kopen of gebruik maken van hun diensten.
Onlangs deed de regering-Trump daar nog een schepje bovenop, met nieuwe financiële maatregelen die grotendeels volgend jaar in moeten gaan. In een videoboodschap zei buitenlandminister Rubio dat de VS “transacties met dit losgeslagen hof” zal verbieden.
De organisaties met sterke lokale netwerken zijn onmisbaar in het voorbereiden van strafzaken, omdat ze onder meer bewijsmateriaal, ooggetuigenverslagen en nieuwe bewijsvormen leveren waarmee het Hof verder kan. Ook zijn zij vaak als eerste ter plaatse en kunnen ze ook specialistische expertise delen over lokale wetgeving.
“Ze zijn een erg belangrijk deel van ons werk”, zegt voormalig hoofdaanklager Fatou Bensouda tegen Investico. “Ze onderzoeken niet voor ons, maar voorzien ons wel van tips, waardoor we manieren kunnen vinden om bewijs te staven.”
Bensouda werkte tot 2021 voor het ICC en werd zelf geraakt door Amerikaanse sancties toen zij in 2020 op een zwarte lijst werd gezet.
Mogelijk ligt het aantal organisaties dat de samenwerking heeft gestopt hoger. Volgens Investico weigeren veel ngo’s openlijk met journalisten over de gevolgen van de sancties te spreken.
Een aantal organisaties deed dat wel. Zo laat Save the Children Nederland weten moeite te hebben met het vinden van een nieuwe vorm van samenwerking. Het platform Forensic Architecture(opent in nieuw venster) zegt de werkrelatie met het ICC te heroverwegen.
Ook onderzoeken die op het eerste oog niets met de Verenigde Staten of Israël te maken hebben worden daarbij geraakt. “Zo werd het een Europese organisatie, die onderzoeken in Oost-Afrika, het Midden-Oosten en Oekraïne doet, door een Amerikaanse donateur verboden om zijn geld te gebruiken ten behoeve van het Strafhof”, schrijft Investico.
Ook Europese organisaties die niet direct onder de sancties vallen, hebben de samenwerking gestaakt. “Het risico om zelf gesanctioneerd te worden, en dat daarmee al ons andere werk in gevaar komt, kunnen we niet accepteren”, vertelt een Duitse ngo aan de onderzoekers.

