NOS Nieuws
Minister Van den Brink van Asiel zegt alles op alles te willen zetten om alle kinderen in de asielopvang op een veilige plek te krijgen. Hij kan alleen niet garanderen dat dit binnen zes maanden lukt, zoals de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) wel dringend noodzakelijk vindt. De minister zegt afhankelijk te zijn van de medewerking van gemeenten, die voor voldoende goede opvangplekken moeten zorgen.
De OVV kwam vandaag met een alarmerend onderzoek naar de situatie van asielkinderen in de noodopvang. Dat zijn de sporthallen, schepen en containerwoningen waar asielzoekers ’tijdelijk’ worden geplaatst in afwachting van een plek in een goed gebouwd azc. Soms worden die kinderen jarenlang van de ene naar de andere plek verhuisd, zonder enige privacy, met ruzies en geweld om hen heen en verlichting die ’s avonds alleen centraal uit kan. Hun ontwikkeling kan daar ernstig door worden geschaad, zoals ook al werd gesignaleerd in eerdere rapporten.
Volgens voorzitter Van Dam van de Onderzoeksraad zou het doenlijk moeten zijn voor de minister om de omstandigheden voor deze “verwaarloosde” groep binnen een halfjaar te verbeteren, maar Van den Brink durft dat dus niet beloven. Wel wil hij sowieso een andere dringende aanbeveling van de OVV opvolgen: de onveiligste plekken voor asielkinderen snel in kaart brengen en zorgen dat die situaties in elk geval worden opgelost.
Ook zegt de minister blij te zijn met het initiatief van de Onderzoeksraad om vandaag ook alle gemeenteraden aan te schrijven. “De OVV zegt in feite tegen raadsleden: werk mee, want jullie kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van de veiligheid van kinderen.”
Dat kunnen gemeenten concreet door mee te werken aan de spreidingswet, die moet zorgen voor een eerlijke spreiding van voldoende opvangplaatsen in alle plaatsen in het land.
De harde conclusies van de Onderzoeksraad werden vandaag omarmd door verschillende organisaties die zich bezighouden met het lot van kinderen in de asielopvang. De Kinderombudsman wees erop dat zij drie jaar geleden al samen met de Nationale Ombudsman had vastgesteld dat de leefomstandigheden daar onder de ondergrens waren gezakt. Ook het Rode Kruis zegt geregeld “bij de rijksoverheid te hebben aangegeven dat noodopvang in principe ongeschikt is voor kinderen”.
Save the Children vindt een parlementair onderzoek nodig “om schendingen van kinderrechten in de toekomst te voorkomen”. De organisatie zegt in de praktijk geregeld te zien dat kinderen door de slechte omstandigheden in de noodopvang fysieke en mentale klachten ontwikkelen, zoals eetproblemen en angststoornissen.
Ook Nidos, de voogdijorganisatie voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen, laat weten dagelijks tegen de consequenties voor kinderen aan te lopen. Het gebrek aan een stabiele, kindvriendelijke woonplek is volgends Nidos “funest voor de ontwikkeling, het welzijn en de gezondheid van jongeren. Wij hopen dat dit belangrijke onderzoek van de Veiligheidsraad leidt tot structurele verbeteringen.”












