NOS Nieuws

Om middernacht is postuum een nieuw album van David Bowie verschenen, met daarop niet eerder uitgebrachte nummers uit 1965. Dat was voordat Davie Jones zichzelf omdoopte tot David Bowie.

Shel Talmy

Op The Shel Talmy Recordings zijn 22 opnames van de jonge Bowie te horen, die werden opgenomen voordat hij wereldwijd doorbrak met Space Oddity (1969). Een deel van de nummers verscheen al eerder.

De opnames werden geproduceerd door Shel Talmy, die midden jaren 60 samenwerkte met de Britse topbands The Who en The Kinks en de iconische nummers My generation en You really got me produceerde.

Het hele album is hier te beluisteren:

Muziekjournalist Jean-Paul Heck interviewde Bowie in 2002 in New York. “Hij blikte tevreden terug op zijn carrière, ook op zijn begincarrière. Die beginjaren waren belangrijk voor zijn ontwikkeling. Als hij die periode niet had doorgemaakt, had hij nooit zijn latere platen kunnen maken.”

Bowie maakte zijn muziek in een tijd dat de Britse muziekscene ontplofte. The Beatles beleefden hun hoogtijdagen en hadden net Rubber Soul uitgebracht. “Bowie maakte vooral typisch jaren 60-materiaal, dat goed paste bij de muziek van die tijd, met invloeden van Bob Dylan, The Dave Clark Five, The Walker Brothers en soulmuziek. Daar was niets mis mee, maar echt vernieuwend was het niet.”

Het is dus maar de vraag of de de nummers op dit album muzikaal wel zo bijzonder zijn, maar interessant voor Bowies vroege ontwikkeling zijn ze zeker. “In zijn stem en geluid is Bowie nog duidelijk zoekende en aan het experimenten.”

Muziekjournalist Marc Stakenburg is sinds zijn jeugd al fan van Bowie. Op het nieuwe postume album is de artiest pas 18 jaar oud. Stakenburg hoort met name de invloed van producer Talmy terug, zoals op Cupid, waarop Bowie mondharmonica speelt. “Dat deed hij niet heel vaak, hij was van huis uit meer een saxofonist.”

Volgens Stakenburg zijn de opnames bijzonder omdat er muzikanten op meespelen die later wereldberoemd werden. Zo is Jimmy Page te horen, de latere gitarist van Led Zeppelin. “En Nicky Hopkins is op de toetsen te horen, bekend van zijn werk met onder meer The Beatles en The Rolling Stones.”

Al met al was Bowies geluid op dit album voor die tijd niet onderscheidend. “Het bevond zich in de r&b-hoek, zoals zoveel muziek in de jaren zestig.” Hij was nog zijn weg en zijn geluid aan het zoeken en dacht na over wat voor artiest hij wilde zijn, zegt Stakenburg. “Het is Bowie in de grondverf.”

Bowie speelde destijds in allerlei bandjes. Het merendeel van deze nummers waren singles die hij opnam met The Lower Third. Enkele singles nam hij op met The Manish Boys. Waarschijnlijk bleven ze jarenlang op de plank liggen omdat platenmaatschappen ze niet sterk genoeg vonden om er een lp van te maken.

Niet een nieuw fenomeen

De laatste tijd wordt geregeld postuum onbekend materiaal van topartiesten uitgebracht. Vorige maand verscheen het album Timeless van Prince. Eerder gebeurde dat bij Leonard Cohen, Michael Jackson en Tupac Shakur.

Voor fans is het leuk om te horen, maar verloren meesterwerken moeten ze niet verwachten, vinden beide experts. “Fans van een artiest vinden alles van die artiest interessant”, zegt Heck. “Bij de ene is dat meer de moeite waard dan bij de andere. Prince heeft een hele kluis vol opnames, maar dat betekent niet dat alles even goed is.”

Dat platenmaatschappijen samen met erfgenamen kijken of er nog materiaal kan worden uitgebracht, is volgens Heck wel degelijk interessant, zeker gezien de technische ontwikkelingen van deze tijd.

Voor platenmaatschappijen is het commercieel interessant om postuum albums uit te brengen. Heck: “Je kunt het uitmelken van de fans noemen om met oud materiaal geld te verdienen. Maar als het op een eervolle manier wordt gedaan, kan het ook een manier zijn om een tijdloze artiest als Bowie weer in het zonnetje zetten.”

David Bowie (r) samen met zijn vrouw Iman (m) en de Franse cultuurminister Lang (l) in 1991
Share.
Exit mobile version