NOS Nieuws
-
Fleur Launspach
correspondent Verenigd Koninkrijk en Ierland
-

Fleur Launspach
correspondent Verenigd Koninkrijk en Ierland
De nieuwe premier van het Verenigd Koninkrijk Andy Burnham stelt een nieuw onderwijsbeleid voor om jeugdwerkloosheid tegen te gaan. Hij wil meer praktische scholing aanbieden – geïnspireerd op Nederlands model. De “bouwhelm is net zo waardevol als de academische pet”, vindt Burnham.
Jeugdwerkloosheid in het Verenigd Koninkrijk is hoog in vergelijking tot Europese buurlanden. Meer dan een miljoen Britse jongeren van 16 tot 24 jaar werkt niet en volgt geen opleiding, dat is 15,1 procent. Ter vergelijking: in Nederland is dat nog geen 5 procent.
De hoge jeugdwerkloosheid is volgens een overheidsrapport deels te wijten aan een toename van onder meer psychische problemen, angst. Ook “het opgroeien in het sociale-media-tijdperk” speelt een rol.
Verder zou de financiële prikkel een probleem zijn onder Britse jongeren: uit cijfers blijkt dat tieners die een uitkering ontvangen wegens angstklachten, daarmee zo’n honderd pond per week meer binnenkrijgen dan leeftijdsgenoten die parttime werken voor het minimumloon.
Inspiratie opgedaan in Rotterdam
Vorige maand kwam de Britse minister van Werkgelegenheid en Pensioenen McFadden naar Rotterdam om te zien hoe Nederland werkloosheid onder jongeren aanpakt. Hij bezocht daar het Jongerenloket: een instantie die jongeren tot 27 jaar helpt bij het vinden van een passende opleiding of baan, en bij alles wat daarvoor nodig is. Zo kunnen trainingen en begeleiding worden georganiseerd.
McFadden sprak in Rotterdam ook met werkgevers en docenten over wat er allemaal gedaan wordt voor de jeugd. Volgens de minister is een uitkering in Nederland een laatste redmiddel, terwijl in het Verenigd Koninkrijk “jongeren te vaak ziek worden gemeld of worden afgeschreven, zonder hulp of ondersteuning”.
Premier Burnham vindt dat vorige Britse regeringen zich te veel hebben gefocust op academische opleidingen en de praktische scholing te weinig hebben gewaardeerd. Dat heeft er volgens Burnham toe geleid dat jonge mensen het gevoel kregen buiten de boot te vallen, waardoor ze uiteindelijk niet meer werken en geen opleiding volgen.
Dat zo veel Britse jongeren niet werken of geen opleiding volgen, kost de schatkist naar schatting 125 miljard pond per jaar. Daarnaast is het aantal stageplekken voor jongeren in de afgelopen tien jaar met 40 procent afgenomen. Ook dat heeft effect op de instroom van jongeren naar een werkplek.
Nederland belangrijkste graadmeter
De Britse regering heeft ook gekeken naar andere voorbeeldlanden met een lage jeugdwerkloosheid, zoals Denemarken en Australië, maar Nederland is voor de Britten de belangrijkste graadmeter. Dat komt omdat er tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk veel economische en culturele overeenkomsten zijn.
Ook kampen de twee landen met vergelijkbare problemen op het gebied van geestelijke gezondheid. Van de Britten heeft 28 procent mentale problemen, blijkt uit cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, van de Nederlanders 27 procent. “Maar er is wel een groot verschil in het aantal Britse jongeren dat niet werkt en geen opleiding volgt”, zegt McFadden over die cijfers.
Burnham wil nu met zijn nieuw aangekondigde plannen leerlingen beter op de arbeidsmarkt voorbereiden door ze vanaf hun veertiende toegang te geven tot technisch onderwijs, stages en contact met werkgevers, naast de gebruikelijke kernvakken zoals Engels en wiskunde. Ook heeft Burnham laten doorschemeren dat hij de eisen om bepaalde uitkeringen te claimen mogelijk wil aanscherpen.

