NOS Nieuws
Het Openbaar Ministerie en milieuhandhavers krijgen meer mogelijkheden om op te treden tegen milieucriminaliteit. Zo worden de straffen voor milieuovertredingen hoger. Ook worden meer feiten strafbaar. Verder wordt het moeilijker voor bedrijven die ernstige vervuiling hebben veroorzaakt om vervolging te ontlopen.
Dat is het gevolg van regels die door de Tweede Kamer zijn aangenomen. Ze zijn een uitwerking van een Europese richtlijn, die alle EU-lidstaten in wetgeving moeten omzetten. Onder milieucriminaliteit vallen onder meer drugsdumpingen, illegale afvallozingen door bedrijven en mestfraude.
Het OM is “zeer positief” over de nieuwe regels. “De aanpak van milieucriminaliteit is heel ingewikkeld en technisch. Deze regels bieden een aantal mogelijkheden om de aanpak effectiever te maken”, zegt Joost de Weijer van het OM.
Vervolgen van bestuurders
Het OM wil hogere straffen gaan eisen. “Je ziet nu in de praktijk dat straffen die worden opgelegd voor milieuzaken relatief laag zijn. Deze richtlijn zorgt ervoor dat het OM de kans krijgt om hogere straffen te eisen.”
De Weijer noemt hogere boetes als optie. Voortaan kunnen boetes tot 40 miljoen euro worden opgelegd. Tot nu toe werden in milieuzaken doorgaans niet meer dan enkele honderdduizenden euro’s geëist.
Verder komt er meer nadruk op het vervolgen van bestuurders van bedrijven die ernstige overtredingen begaan. Ook het stilleggen van de bedrijfsvoering komt nadrukkelijker in beeld als mogelijkheid, aldus De Weijer.
Sjoerd Lopik, jurist en onderzoeker milieurecht aan de Universiteit Leiden, noemt de richtlijn een belangrijke stap in de aanpak van milieucriminaliteit. Ook hij constateert dat de straffen voor overtreders in het verleden heel laag waren. “Ze stonden vaak niet in verhouding tot de winsten die bedrijven maken.” Hij verwacht dat de hogere straffen een afschrikwekkende werking krijgen.
Hij wijst erop dat bedrijven met een verouderde vergunning nu meer kans maken op vervolging. “Onder de vorige situatie konden bedrijven maar doorgaan met lozen zolang ze een vergunning hadden, ook als duidelijk was dat wat ze deden voor ernstige vervuiling zorgde.” Dat wordt onder de nieuwe regels moeilijker.
Voorbeelden waar een verouderde vergunning tot vervuiling leidde, zijn de PFAS-schandalen rond Chemours in Dordrecht en Sabic in Bergen op Zoom. Deze bedrijven bleken jarenlang grote hoeveelheden PFAS te hebben geloosd. Hun verweer was dat zij gewoon een vergunning hadden voor lozingen. Eventuele schade viel hen daardoor niet aan te rekenen.
Ook nu nog zijn er veel bedrijven die met verouderde vergunningen werken. Vorig jaar nog erkende voormalig minister Tieman van Infrastructuur en Waterstaat dat het Rijk achterloopt met het vernieuwen van vergunningen.
Onder de nieuwe regels wordt gevaar voor de omgeving een zelfstandige reden wordt om mensen of bedrijven te vervolgen. “Strafrechtelijke vervolging vond vaak pas plaats als er sprake was van menselijke slachtoffers. Met de nieuwe regels is ook het ernstig vervuilen van de leefomgeving op zichzelf strafbaar”, stelt milieucriminoloog Marieke Kluin van de Universiteit Leiden.
Volgens Kluin past de richtlijn in een trend waarbij milieucriminaliteit serieuzer wordt genomen. “Je hebt in Nederland een aantal grote schandalen gehad. Het lozen van benzeem en PFAS door grote bedrijven, zaken met grote mestfraudeurs; daardoor zijn wel meer mensen wakker geworden.”
Kluin wijst erop dat er nog meer nodig is om milieucriminaliteit effectief aan te pakken. Uit eerder onderzoek dat zij deed, bleek dat milieucriminelen nog heel vaak hun straf ontlopen. Dat heeft onder andere te maken met capaciteitstekorten bij de overheid en de enorme versnippering over diensten die iets met milieuvervuiling doen.
Voor die tekorten heeft de minister weliswaar structureel 3 miljoen euro extra vrijgemaakt, maar dat geld moet worden verdeeld over verschillende diensten.










