NOS Nieuws
Een Noors telecombedrijf wordt verdacht van medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid in Myanmar na de militaire staatsgreep in 2021. De Noorse politie heeft vandaag een inval gedaan bij het hoofdkantoor van Telenor in Oslo.
De Noorse nationale recherche- en opsporingsdienst Kripos en de binnenlandse inlichtingen- en veiligheidsdienst PST zijn afzonderlijk een onderzoek begonnen naar de activiteiten van het bedrijf. Daaruit volgen twee aanklachten tegen Telenor.
De aanklacht van Kripos richt zich op de periode na de militaire coup op 1 februari 2021 tot de verkoop van dochteronderneming Telenor Myanmar Ltd. (TML) op 25 maart 2022. Het bedrijf had in die periode meer dan 18 miljoen klanten in het land.
Bewakingsapparatuur
De aanklacht van PST richt zich op het schenden van sanctiewetgeving, waarmee de overheid internationale maatregelen van onder meer de Verenigde Naties kan handhaven.
TML zou onder meer volgens die wetgeving verboden bewakingsapparatuur hebben verkocht, zonder toestemming van het Myanmarese ministerie van Buitenlandse Zaken.
Dit speelde zich grotendeels af in dezelfde periode als de periode die Kripos onderzoekt. Daarom werken beide partijen samen en hebben ze vandaag een gezamenlijke huiszoeking uitgevoerd.
Een woordvoerder van Telenor zegt tegen persbureau Reuters dat het bedrijf volledig meewerkt met de politie. Er zijn volgens Telenor geen aanklachten tegen individuen.
Klantdata van tegenstanders
Dit jaar spande de Zweedse non-profitorganisatie Justice and Accountability Initiative al een rechtszaak aan tegen Telenor. Het bedrijf zou namen, adressen, paspoortnummers, Facebook-, bank- en locatiegegevens en de gespreksgeschiedenis van klanten hebben verzameld en deze op verzoek met het leger hebben gedeeld.
Het zou gaan om klantgegevens van tegenstanders van het regime, de data van zeker 1253 telefoons zouden zijn verzameld.
“Dat gebeurde ondanks dat het bedrijf wist van de mogelijke schendingen van mensenrechten die gepleegd werden door het leger”, schrijft de organisatie(opent in nieuw venster). “In sommige gevallen verzocht het moederbedrijf uitdrukkelijk om aan de verzoeken te voldoen.” Dit zou hebben geleid tot de executie van minstens één prominente activist.
‘Onmogelijke situatie’
Volgens Telenor kwam het bedrijf tijdens de militaire staatsgreep in een onmogelijke situatie terecht.
“Medewerkers liepen het risico op gevangenisstraf, marteling of de doodstraf als geen gehoor werd gegeven aan de bevelen van het leger”, laat Telenor weten in een verklaring aan Reuters. “We kwamen tot de conclusie dat we geen reële keuze hadden en dat we het leven van onze medewerkers niet op het spel konden zetten.”

