Kees van der Staaij was in de coronajaren leider van de SGP. In die rol nam hij deel aan coronadebatten in de Tweede Kamer. Vanaf 14.00 uur verhoort de commissie hem.
In een column in het Reformatorisch Dagblad schrijft Van der Staaij deze zomer dat de eerdere verhoren hem “stof tot nadenken” hebben gegeven. “Hoe werden grondrechten gewogen? Hoe werden moeilijke keuzes gemaakt in een periode van grote onzekerheid?”, schrijft Van der Staaij, die tegenwoordig staatsraad is bij de Raad van State.
Hij trekt in het artikel ook alvast een les uit de enquête: “We doen met overtuiging wat we kunnen, maar beseffen tegelijk dat we niet alles naar onze hand kunnen zetten.”
Schouten snapt niet dat de pandemische paraatheid is wegbezuinigd door het vorige kabinet. “We zitten nu in de parlementaire commissie, maar daarvoor was het al afgebouwd. Dan hebben we volgens mij niet alle lessen geleerd die we moeten leren.”
Het kabinet van Schoof bezuinigde de 300 miljoen euro die ervoor bestemd was weg. Het huidige minderheidskabinet trok er weer 177 miljoen euro voor uit. “Gelukkig is het deels teruggedraaid”, zegt Schouten.
Tijdens een eerder verhoor zei ook oud-onderwijsminister en partijgenoot van Schouten Slob (ChristenUnie) dat het niet wegbezuinigd had moeten worden. In het allereerste verhoor zei virologe Marion Koopmans ook al dat het slecht gesteld is met de voorbereidingen voor een nieuwe pandemie in Nederland.
De onrust in de maatschappij was voor het kabinet geen aanleiding om beleid aan te passen. Dat zegt Schouten tegen de coronacommissie. Naarmate de crisis vorderde “werd het steeds ingewikkelder om mensen mee te krijgen in de aanpak”, aldus Schouten.
Het “meest pregnante voorbeeld” waren de avondklokrellen, herinnert de oud-vicepremier zich. “Dat stond echt wel op ons netvlies; wij zagen die beelden ook.” Maar het was geen reden voor het kabinet om de avondklok te heroverwegen, zegt Schouten. “Omdat code zwart dreigde in de ziekenhuizen.”
Les
Schouten geeft de commissie mee dat bij een volgende crisis duidelijker moet zijn welke afwegingen het kabinet maakt. Volgens haar was dat tijdens de coronacrisis soms onduidelijk. “Mensen waren soms de weg kwijt over welke maatregelen werden afgekondigd en waarom ze noodzakelijk waren.”
Aan het einde van de coronapandemie zeiden bijna alle burgemeesters in een gezamenlijke brief dat het kabinet te veel bezig was met handhaving en repressie en dat dat niet de oplossing was. Achteraf denkt Schouten dat dit klopt en dat mensen die twijfels hadden bij het beleid te snel werden weggezet als bijvoorbeeld relschoppers. “Dat is ook een les voor mij.”
Bij discussies over coronamaatregelen was in het kabinet soms te veel sprake van “maakbaarheidsdenken”, zegt Schouten tegen de parlementaire enquêtecommissie corona. Volgens haar werd niet altijd recht gedaan aan de werkelijkheid.
Schouten, die ook landbouwminister was, zei dat ze soms probeerde “erboven te gaan hangen” als het over modellen ging. “We gingen zitten modelleren over welke maatregel welk effect heeft, maar hoe zit het met de nalevingsbereidheid?” Hoe langer de coronapandemie duurde, hoe minder graag mensen zich aan de coronamaatregelen hielden, stelt Schouten.
Als de huidige burgemeester van Rotterdam in een vergelijkbare situatie zou komen, dan zou ze “vanaf dag 1” iemand aanstellen om de maatschappelijke effecten in kaart te brengen. Die werden volgens Schouten meegewogen, maar de besmettingscijfers waren harde cijfers en dus makkelijker in het gebruik. “Het was moeilijker om vast te stellen hoeveel mensen eenzaam waren.”
Was er ruimte voor kabinetsleden om coronabeleid bij te sturen? Dat wil de commissie weten van oud-vicepremier Schouten. Doorgaans werd op zondag in het Catshuis, met een beperkt aantal bewindspersonen, de richting bepaald van het coronabeleid. De dinsdag daarna nam het hele kabinet dan het officiële besluit.
“Er was niet een hele grote keuzevrijheid om allerlei zaken te betwisten”, zegt Schouten over die vergadering. Niet omdat dat niet had gemogen, denkt ze, maar “de marges waren gewoon heel smal”.
Ze wijst erop dat het vooral zaak was om te voorkomen dat ic’s zouden overlopen, “het Bergamo-scenario”. Die Italiaanse stad was een grote brandhaard, waar de ziekenhuizen het niet aankonden.
Na verloop van tijd kwam er meer ruimte om ook andere afwegingen te maken, maar Schouten denkt achteraf dat dat beter had gekund. Volgens haar hadden verschillende fases van de pandemie beter onderscheiden kunnen worden “Past de aanpak die we hebben nog bij deze fase?”, had volgens haar vaker de vraag moeten zijn.
Carola Schouten was gedurende de coronatijd vicepremier namens de ChristenUnie in het derde en het vierde kabinet-Rutte. Eerst was ze daarbij minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, vanaf begin 2022 was ze minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen.
Schouten was veel aanwezig bij corona-overleggen van het kabinet, onder meer bij de bijeenkomsten op het Catshuis, waar gesproken werd over te nemen maatregelen. Sinds twee jaar is Schouten burgemeester van Rotterdam.

