NOS Nieuws
De voormalige president van Ecuador, Lenín Moreno, is door een jury schuldig bevonden aan corruptie. Die acht bewezen dat Moreno is omgekocht in een zaak die draait om de toekenning van contracten voor de bouw van een waterkrachtcentrale. Wat zijn straf wordt, is nog niet bekend.
De waterkrachtcentrale aan de Coca-rivier in het noordoosten van het land werd door het Chinese bedrijf Sinohydro gebouwd, in opdracht van de Ecuadoraanse overheid. Volgens de jury heeft Moreno er tijdens zijn periode als vicepresident voor gezorgd dat het bedrijf uit China de aanbesteding kreeg, in ruil voor steekpenningen.
De waterkrachtcentrale werd in 2016 in gebruik genomen en kampt sindsdien met technische problemen, waaronder scheuren in de constructie.
‘Corruptienetwerk’
Moreno was een van de tientallen verdachten in de zaak. Onder anderen hij en zijn familieleden zouden tot wel 76 miljoen dollar aan steekpenningen hebben ontvangen in de periode tussen 2009 en 2018. Eerder stelde het Openbaar Ministerie al dat Moreno zakelijke banden met Sinohydro had en dat zijn familie “een corruptienetwerk” vormde met “interstatelijke en transnationale reikwijdte.”
Zelf heeft Moreno beschuldigingen aan zijn adres altijd ontkend. Zo beweerde hij bij een eerdere zitting dat hij “het slachtoffer is van een vreselijke vervolging” door zijn politieke tegenstanders.
Impopulair
Moreno was van 2007 tot 2013 vicepresident en van 2017 en 2021 president van het Zuid-Amerikaanse land. Hij werd met name tijdens de coronapandemie impopulair vanwege zijn noodplan om de economie tijdens die periode overeind te houden. Vooral arme mensen in het land werden geraakt door de maatregelen die deel uitmaakten van dat plan.
Moreno stelde zich bij de verkiezingen van 2021 niet opnieuw verkiesbaar en werd commissaris van de Organisatie van Amerikaanse Staten. Hij woont sindsdien in Paraguay.

