NOS Nieuws•
-
Sophie Moerland
redacteur Binnenland
-
Sophie Moerland
redacteur Binnenland
Het aantal kinderen dat niet naar school gaat neemt de laatste jaren toe. Oudervereniging Balans vindt dat de Nederlandse Staat niet genoeg doet om voor passend onderwijs te zorgen en stapt naar de rechter.
Het gaat volgens directeur van Balans Joli Luijckx om een heel diverse groep. “Er wordt vaak gezegd dat het allemaal kinderen met autisme of hoogbegaafdheid zijn, maar het is breder. Het zijn kinderen die iets anders nodig hebben omdat ze op een andere manier leren, informatie verwerken of sociaal moeilijker meekomen.”
In het schooljaar 2024-2025 16.351 zaten kinderen thuis zonder schoolinschrijving. 4.804 kinderen stonden wel ingeschreven maar waren minstens vier weken afwezig. Beide groepen groeiden in een jaar met zo’n tien procent.
Rechten thuiszitters geschonden
Uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Onderwijs blijkt dat de groep die wel ingeschreven staat maar meer dan de helft van de tijd niet naar school gaat waarschijnlijk veel groter is. Geschat wordt dat het om ruim 60.000 leerlingen in het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs gaat.
Volgens Luijckx worden de rechten van de thuiszitters geschonden. “Het is niet langer acceptabel dat kinderen vanwege tekortkomingen van het systeem worden uitgesloten van passend onderwijs. Het onderwijssysteem is het probleem, niet de leerling.”
De toename van het verzuim wordt volgens het ministerie vrijwel geheel veroorzaakt door de stijging van het aantal kinderen dat helemaal niet naar school gaat.
Het gaat met name om kinderen die niet eerder op een school stonden ingeschreven. Dat zijn bijvoorbeeld kinderen uit Oekraïne of nieuwkomers. Ook spelen de wachttijden in de jeugdhulp en de administratieve ruis in de gemeentelijke administratie volgens het ministerie een belangrijke rol.
Partijen werken niet samen
De 10-jarige zoon van Marieke Wissink gaat al zo’n anderhalf jaar niet naar school. Zijn eerste jaren op school verliepen goed, vanaf groep 3 veranderde dat. Hij vond school niet meer leuk en verveelde zich. Waar het begon met het af en toe missen van een dag werden de periodes dat hij niet naar school ging langer.
Terwijl de weerstand om naar school te gaan thuis opliep, werd op school geen duidelijk probleem gezien. Wissink schakelde zelf jeugdhulp in. Dat leidde niet tot een diagnose, wel tot handvatten voor school waardoor haar zoon beter tot leren zou moeten komen.
“Maar omdat hij in de klas geen gedragsproblemen liet zien en zijn resultaten binnen de marge vielen, zag school weinig aanleiding om aanpassingen te doen”, vertelt Wissink.
Hij ging uiteindelijk naar een andere school, maar daar viel hij na drie maanden uit. “Wat wij hebben ervaren is dat er niet gezamenlijk naar het geheel werd gekeken. Pas na drie jaar vond voor het eerst, op ons verzoek, overleg plaats tussen school, jeugdhulp en ouders samen. In de tussentijd moesten wij als ouders zelf de samenhang organiseren.”
Wissinks zoon gaat inmiddels twee keer per week naar de Sleutelplaats in Leiden, een werkplaats waar hij leert door te doen. Ook herstelt hij van zijn traumatische schoolervaring. Beide worden door ouders bekostigd en georganiseerd.
Ze hoopt dat haar zoon uiteindelijk terecht kan op een school in een nabijgelegen gemeente. “Een reguliere school met een ontzettend bevlogen directeur en een team dat buiten de kaders denkt om kinderen die thuis zitten richting school en ontwikkeling te bewegen.”
Het ministerie van Onderwijs is bezig met de overgang van passend naar inclusief onderwijs. Kinderen met een ondersteuningsbehoeften die nu nog naar het speciaal onderwijs gaan zouden dan vaker bij de school om de hoek terecht kunnen. In 2035 moeten de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt.
Samen met andere maatregelen zou het er voor moeten zorgen dat het aantal thuiszitters teruggedrongen wordt. Hoewel Balans de ambitie ondersteunt denkt ze niet dat het genoeg is. De oudervereniging maakt zich zorgen over de randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn.
Met de rechtszaak wil Balans ervoor zorgen dat die worden geschapen. Dan gaat het om kleinere groepen, voldoende personeel, toegankelijke schoolgebouwen, beschikbaarheid van specialistische expertise en passende leermiddelen. Ook willen ze dat het recht om te leren in de wet wordt verankerd.












