In dit liveblog volg je de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Corona.
- Bekijk de verhoren hier in een livestream.
- Doel van de enquête is om de besluitvorming rond het coronabeleid en de getroffen maatregelen te onderzoeken.
- Belangrijke betrokkenen worden in negen weken tijd door de commissie ondervraagd.
Vrouwen voor Vrijheid: ‘Overheid is in gebreke gebleven’
Quint heeft geprobeerd haar kritiek op bijvoorbeeld vaccins onder de aandacht te krijgen bij Kamerleden en ministeries. Ze kan zich geen reactie herinneren. De bezwaren van Vrouwen voor Vrijheid werden niet gehoord, vindt ze. “Integendeel, de trein denderde door en niemand die zei: moeten we dat nu wel zo doen?”
Ze vindt dat de overheid in gebreke is gebleven, dat de overheid zich niet aan afspraken heeft gehouden. “Kritische mensen zijn niet serieus genomen, niet gehoord en er is niet geluisterd.”
Quint hoopt dat dit in de toekomst niet meer gebeurt en dat de overheid mogelijk “een loket” opricht waar kritische meningen wel gehoord worden. Ook is ze voorstander van inspraak via directe referenda, zoals in Zwitserland gebeurt.
Quint snapt niet dat ‘hele samenleving werd platgelegd’
De medeoprichtster van Vrouwen voor Vrijheid was heel kritisch over de maatregelen waarbij burgers een negatieve coronatest of een vaccinatiebewijs moesten laten zien om weer deel te mogen nemen aan het sociale leven. Ze noemt de maatregelen “diep verdrietig” en vond het destijds raar dat Nederlanders “hun gezondheid moesten bewijzen om mee te doen aan de samenleving”.
Ze vindt dat Nederland het Zweedse voorbeeld had moeten volgen, waar vooral werd ingezet op extra zorg voor ouderen. “Wij hebben de hele samenleving stilgelegd om ouderen te beschermen, maar dat had ook anders gekund.”
‘Kritische groepen weggezet als lastige gekkies’
Quint vertelt over hoe er onder meer door media gereageerd werd op allerlei bezorgde groepen, waaronder Vrouwen voor Vrijheid. Kritische sprekers over de coronamaatregelen kwamen nauwelijks aan het woord in praatprogramma’s op tv, herinnert ze zich. Een grote manifestatie van Vrouwen voor Vrijheid van zo’n 5000 mensen op het Museumplein in Amsterdam kreeg volgens haar geen media-aandacht en dat verbaasde de medeoprichtster.
Ze vindt dat kritische groepen op één hoop werden gegooid door de media en de politiek. “We werden lelijk weggezet als lastige gekkies en als één homogene groep. Terwijl deze mensen van allerlei pluimage waren.”
Ze denkt dat er minder polarisatie was geweest als kritische burgers beter gehoord waren door journalisten en politici. “Als mensen hun mening hadden gehoord, hadden ze niet de straat op hoeven te gaan.”
Ook denkt ze dat mensen zich eenzaam hebben gevoeld omdat hun mening nergens te horen was. “De consensus was: zo gaat het! En mensen hebben vervolgens gedacht: ben ik nu gek dat ik dit geen goed idee vind?”
Quint kritisch over ‘blind vertrouwen’ in vaccins
De commissie stelt eerst vragen over de kritische houding die Quint al voor de coronacrisis had ten opzichte van vaccins. Ze heeft zich van 2014 tot 2020 als hobby verdiept in vaccineren en allerlei dokters erover gesproken. “Ik ben fan van vaccins”, zegt ze.
Maar ze hekelt tegenover de commissie “het blinde vertrouwen” dat er in de samenleving overheerste over vaccineren. Ze verbaasde zich er destijds over dat producenten van vaccins niet verantwoordelijk zijn voor mogelijke schade, ze las bijsluiters en wees op mogelijke bijwerkingen.
Ze plaatste haar zorgen op Facebook en kreeg veel reacties. “Er kwam een hele beweging op gang.” Toen ze scherper werd over de aankoop van vaccins in Nederland werd ze, zegt ze, gecensureerd door Facebook.
Laatste spreker, Romy Quint van Vrouwen voor Vrijheid
De laatste spreker deze week is Romy Quint, medeoprichtster van Vrouwen voor Vrijheid, een maatschappelijke beweging die eind 2020 werd opgericht. De organisatie stelde kritische vragen over de coronamaatregelen, zoals bijvoorbeeld de vaccinatieplicht, de anderhalvemeterregel en de coronapas.
De organisatie vond dat de vrijheid van de mens door de regels onder druk was komen te staan en organiseerde diverse manifestaties in het land, vooral met vrouwen. De organisatie voelde zich niet verbonden met andere anti-coronabewegingen en wilde in zo’n vrouwenmars vooral de nadruk leggen op het belang van vrijheid en “het verbinden met iedereen”.
Oud-topambtenaar: niet genoeg aandacht voor verpleeghuizen
Tijdens de coronacrisis was er te weinig aandacht voor de situatie in verpleeghuizen. “Dat heb ik zelf lastig gevonden”, zegt Schipper. Ze vond het bezoekverbod een te vergaande beperking. “Daar hebben we onvoldoende gezegd, dit gaat te ver”, aldus de oud-ambtenaar. “We hebben het wel gezegd, maar in mijn beleving niet indringend genoeg.”
Daarnaast vond ze het problematisch dat verpleeghuizen beperkingen zelf vorm mochten geven, waardoor bijvoorbeeld de uitzonderingsregels verschilden. Dat maakte de uitvoering “heel willekeurig”. Bij een volgende landelijke crisis moet die invulling wat haar betreft niet overgelaten worden aan individuele verpleeghuizen.
‘Avondklok in beeld vanwege handhavingsprobleem in studentenhuizen’
De avondklok kwam in september 2020 voor het eerst op tafel, omdat in studentenhuizen de coronaregels niet goed werden nageleefd en dat lastig te handhaven was. Dat zei oud-topambtenaar Schipper-Spanninga tegen de parlementaire enquêtecommissie corona.
Het ging volgens haar dus om een handhavingsprobleem, waarbij de noodzaak gelet op de bedreiging voor de volksgezondheid ontbrak. En die opvatting werd breder gedragen, stelde zij. “Het was een probleem bij een heel beperkt deel van de bevolking, dat kun je niet oplossen door alle Nederlanders te verbieden de deur uit te gaan.” De avondklok werd toen dus ook niet ingevoerd.
Een aantal maanden later kwam de avondklok opnieuw in beeld, omdat er nieuwe besmettelijke varianten van het virus dreigden. Toen het OMT in januari 2021 aangaf dat de avondklok het reproductiegetal met 8 tot 13 procent kon verlagen, was de medische noodzaak er volgens Schipper wel. Er waren toen ook niet veel andere mogelijkheden, omdat er al een lockdown was.
Eerst afschalen
Wel wees haar afdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving er meteen op dat er oog moest zijn voor uitzonderingen en dat de avondklok als eerste moest worden afgeschaald. De avondklok gold uiteindelijk voor drie maanden, en werd niet als eerste afgeschaald.
Er werd namelijk eerst versoepeld in onder meer het onderwijs. De oud-topambtenaar vond dat wat betreft het onderwijs “voorstelbaar”, ook omdat er steeds meer duidelijk werd over de impact van die maatregelen. Maar zij begreep niet dat andere versoepelingen voorrang kregen, gezien de zwaarte van de avondklok.
Het doel van haar directie was de avondklok er als eerste af te krijgen. “Maar het is geen wiskunde”, zei ze meermaals over het op- en afschalen van maatregelen. Ook benadrukte ze dat het om politieke afwegingen ging, waar veel belangen speelden.
Schipper was bezig met voortdurend botsende grondrechten
Tijdens de pandemie was Schipper-Spanninga veel bezig met het afwegen van grondrechten, die in die tijd voortdurend met elkaar botsten. Zo waren er maatregelen die inbreuk maakten op het familieleven, omdat mensen niet dicht bij elkaar mochten zijn. En ook het eigendomsrecht werd ingeperkt op het moment dat ondernemers niet meer over hun eigen openingstijden gingen. Maar er was ook het recht op leven als “heel fundamenteel grondrecht”.
Op dat laatste moet de overheid “verplicht handelen”, vertelt de oud-topambtenaar. “Het wijst erop dat bijvoorbeeld kwetsbare ouderen beschermd moeten worden.” Maar, zegt Schippers, er is geen rangorde in grondrechten. Per keer moet er weer gekeken worden naar wat zwaarder weegt. Daarbij weegt volksgezondheid wel vaak zwaar. De overheid doet niet snel niks als het risico bestaat dat er dan meer doden vallen, zei de oud-ambtenaar.
Noodzaak, effectiviteit en proportionaliteit
Schippers’ directie Constitutionele Zaken en Wetgeving (een afdeling op het ministerie van Binnenlandse Zaken) toetste maatregelen aan de grondwet. “Eerst moest de noodzaak vaststaan.” In de coronacrisis ging dat dus over een bedreiging voor de volksgezondheid. “Dat is ook de reden dat OMT-adviezen zo’n belangrijke rol hebben gespeeld”, zegt Schipper. Het Outbreak Management Team adviseerde destijds over medisch-epidemiologische aspecten.
Het reproductiegetal, de verspreiding van het virus, was volgens Schipper-Spanninga “toch heel erg bepalend”. Als het omhoog ging, waren er duidelijk maatregelen nodig, ging het omlaag, dan was afschalen een mogelijkheid. Volgens haar was dat grondrechtelijk gezien ook volkomen logisch, omdat er maatregelen mochten komen als dat noodzakelijk was voor de volksgezondheid.
Ook werd er gekeken naar de effectiviteit van maatregelen. “Maar dat waren inschattingen, het beroemde varen in de mist.” Als aan de noodzakelijkheid en effectiviteit was voldaan, kwam proportionaliteit in beeld. Dat ging om de impact van een maatregel ten opzichte van het beoogde doel.
Aan het eind van dit proces was het “niet een optelsom” waar één uitkomst uitkwam, vertelt Schippers. “Het was geen wiskunde, er werden verschillende invalshoeken naar voren gebracht.” Uiteindelijk moest er dan een knoop worden doorgehakt op politiek niveau.
Oud-topambtenaar Hanneke Schipper-Spanninga verhoord
Vanaf 10.00 uur verhoort de commissie Hanneke Schipper-Spanninga (1962). Zij was tijdens de coronacrisis directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.
In die functie was ze een van de belangrijkste adviseurs op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Schipper-Spanninga gaf onder meer advies over de verhouding tussen het staatsrechtelijke en juridische domein en bestuurlijk-politieke wensen.
Na de coronatijd ging Schipper-Spanninga bij de Raad van State werken.
Verhoor met Jaap van Dissel afgelopen, vrijdag verder
Het coronaverhoor met Jaap van Dissel is inmiddels afgelopen. Vrijdag gaan de verhoren verder met Hanneke Schipper-Spanninga. Zij was tijdens de coronacrisis directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Later die middag is Romy Quint aan de beurt. Zij richtte de maatschappelijke beweging Vrouwen voor Vrijheid op, die naar eigen zeggen zocht naar “antwoorden en oplossingen in de chaotische coronatijd”.
Jaap van Dissel emotioneel over bedreigingen
Oud-RIVM-directeur Jaap van Dissel pakt aan het einde van het verhoor een moment om iets te zeggen over de bedreigingen die hij kreeg. Hij maakt zich zorgen over of wetenschappers zich nog wel durven uit te spreken. “Anekdotes ga ik niet vertellen, want dan houd je het niet droog”, zegt hij tegen de commissie.
Kritiek op mondkapjesstandpunt noemt Van Dissel ‘een uitglijder’
Oud-RIVM-directeur Jaap van Dissel vindt het opmerkelijk hoe hij “ongeveer persoonlijk” wordt geassocieerd met het niet dragen van mondkapjes. Hij bleef tijdens het begin van de coronacrisis uitleggen dat het dragen van mondkapjes niet veel zin had, wat hem op kritiek kwam te staan. Volgens hem werd dit wetenschappelijke advies door het gehele Outbreak Management Team gedragen.
Eind 2020 wilde het kabinet toch dat mensen op veel openbare plekken mondkapjes gingen dragen. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) concludeerde later dat Van Dissel door openlijk te twijfelen aan het nut van mondkapjes het beleid van de overheid ondermijnde.
Van Dissel noemt die conclusie tegenover de coronacommissie “een uitglijder”, omdat het nu eenmaal zijn rol is om helemaal onafhankelijk te adviseren. “Op het moment dat het standpunt van de wetenschapper dan onwelgevallig is, word je weggezet als ondermijnend. Ik vind dat pijnlijk.”
Van Dissel: coronamaatregelen werden een ‘spaghettibrij’ die lastig te volgen was
Heel wat mensen konden op een gegeven moment de coronamaatregelen nog maar met moeite volgen. Zo noemde de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema de regels voor clubs heel onlogisch: met een coronatoegangsbewijs mocht je de club binnen, maar die moest volgens een andere regel dan al om middernacht dicht.
“Het werd inderdaad een spaghettibrij aan maatregelen”, vindt ook oud-RIVM-directeur Jaap van Dissel, die zag hoe er steeds meer specifieke adviesaanvragen binnenkwam. “In de eerste golf kon je nog hardcore infectiebestrijding doen, maar daarna gingen allerlei belangen van verschillende groepen spelen.”
Na die eerste golf moest Van Dissel ook over hele andere zaken adviseren, zoals het coronatoegangsbewijs. “Dat was geen bestrijdingsmaatregel, maar een handreiking om bijvoorbeeld evenementen mogelijk te maken”, zegt Van Dissel tegen de commissie. “Maar op een gegeven moment liep het allemaal door elkaar.”
Van Dissel benadrukte naar eigen zeggen richting het kabinet dat vooral de basisregels, zoals thuis blijven als je ziek was, het meeste zou helpen in de strijd tegen het virus. “Maar daar was steeds minder animo voor.”
Van Dissel: hield mij ‘geen seconde’ bezig met juridische onderbouwing avondklok
Begin 2021 komen vanuit Engeland berichten dat daar een nieuwe variant van het virus keihard rondgaat. “Het was een redelijke schok”, zegt oud-voorzitter van het Outbreak Management Team Jaap van Dissel. “Ik heb bij het kabinet aan de noodbel getrokken.”
Het kabinet doet daarop een spoedadviesaanvraag bij het OMT voor een landelijke avondklok. Die concludeert op basis van internationaal onderzoek en eigen berekeningen dat een avondklok helpt de verspreiding van het virus wat te verminderen.
Vanochtend vertelde oud-justitieminister Grapperhaus aan de coronacommissie dat hij een “scherp, duidelijk en ondubbelzinnig advies” van het OMT nodig had om de avondklok in te kunnen voeren. Dat benadrukte hij ook richting het OMT.
Maar Van Dissel zegt “zich geen seconde” te hebben bezighouden met die juridische onderbouwing van de avondklok. “Wij suggereren alleen verschillende maatregelen”, zegt Van Dissel. “De verdere afweging is aan de politiek.”
‘Gedoe over groepsimmuniteit is mijn schuld’
Terugkijkend zou oud-RIVM-directeur Jaap van Dissel het woord ‘kudde-immuniteit’, wat hetzelfde betekent als groepsimmuniteit, niet zo hebben gebruikt. “Dat hele gedoe over kudde-immuniteit is mijn schuld”, zegt hij tegen de coronacommissie.
Dat gedoe ontstond toen toenmalig premier Mark Rutte in zijn historische coronatoespraak in maart 2020 zei dat Nederland “gecontroleerd groepsimmuniteit” kon opbouwen. Daarop volgde veel kritiek: de gevolgen voor jongeren waren namelijk nog onbekend en het was de vraag of kwetsbare ouderen voldoende konden worden afgeschermd.
“Het moest maar rondgaan, zo leek het in de speech van Rutte”, zegt Van Dissel. “Ik neem mijzelf kwalijk dat er niet een duidelijker tijdspad werd geschetst.” Ook vindt hij dat hij de positieve gevolgen meer had moeten benadrukken: mensen die de infectie hadden doorgemaakt werden waarschijnlijk minder ziek en konden anderen niet meer aansteken.
Lees ook dit eerdere verhaal van Nieuwsuur hierover:
Straks verhoor met oud-RIVM-directeur Jaap Van Dissel
Om 15.00 uur begint het verhoor met Jaap van Dissel over de avondklok en de naleving van de coronamaatregelen. Hij was in de coronacrisis een van de belangrijkste gezichten van de bestrijding van het virus. Van Dissel was destijds directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Hij was ook voorzitter van het Outbreak Management Team, dat het kabinet adviseerde over maatregelen en versoepelingen.
Van Dissel was in die jaren veel te zien, bijvoorbeeld in persconferenties van het kabinet waar hij achtergrondinformatie gaf bij het beleid, en in zogenoemde technische briefings waarin de Tweede Kamer werd bijgepraat. Een bekend moment van Van Dissel is de hand die hij krijgt van premier Rutte aan het einde van een gezamenlijke persconferentie waarin handenschudden ‘verboden’ wordt.
Van Dissel getuigde een maand geleden voor de coronacommissie, toen ging het vooral over de eerste maanden in de coronacrisis. Wat hij toen vertelde is in dit liveblog terug te lezen.
Grapperhaus: strafrecht niet de oplossing voor bedreigingen, normeren wel
Tijdens de coronacrisis hebben heel wat mensen dreigende berichten ontvangen, onder meer bewindslieden en leden van het Outbreak Management Team (OMT). Kinderarts Károly Illy vertelde eerder aan de coronacommissie dat er in eerste instantie niets gebeurde toen hij aangifte deed van bedreiging.
Oud-justitieminister Grapperhaus zegt dat de politie slachtoffers juist heeft gestimuleerd om aangifte te doen en geprobeerd heeft de daders te vervolgen. “We hebben er ons heel erg op gericht”, zegt Grapperhaus. “Het spijt me dat Illy daar onvoldoende van heeft gemerkt.” Andere OMT-leden hebben overigens wel die hulp ervaren.
Grapperhaus is zelf ook veelvuldig bedreigd tijdens de coronacrisis. Hij werd om die reden streng beveiligd. Tijdens het verhoor toont hij een foto van zijn huis, waar ‘pedo’ op was geschreven.
De coronacommissie vraagt zich af of Grapperhaus zelf nog meer had kunnen doen om de bedreigingen te stoppen. “Strafrecht is hier niet de oplossing”, zegt de oud-bewindspersoon. “De oplossing is dat maatschappij en individuen steviger normeren. Dat geldt net zo goed voor mij.”
Controle op coronatoegangsbewijs was niet goed, ‘maar anders moest de boel dicht’
Het coronatoegangsbewijs werd niet altijd goed nageleefd, vindt ook oud-minister Grapperhaus. “Het was lastig controleerbaar en daarmee niet handhaafbaar”, blikt hij terug.
Ondernemers waren er zelf verantwoordelijk voor om de toegangsbewijzen te controleren die aantoonden dat iemand niet besmettelijk was. Dat leidde volgens horecabedrijven tot praktische problemen, bijvoorbeeld omdat jonge werknemers aan nukkige volwassenen om dat bewijs moesten vragen.
De politie controleerde alleen op plekken met een hoog risico en deed af en toe steekproeven. Volgens de coronacommissie werkte dat niet: uit onderzoek blijkt dat één op de drie bezoekers in de horeca niet werd gecontroleerd. “Ik kan niet tegenspreken dat het op dat punt gewoon haperde”, zegt de oud-minister.
Wel wijst hij erop dat het toegangsbewijs de enige mogelijkheid was om sectoren als de horeca open te houden. “Anders bleef de boel dicht”, houdt hij de coronacommissie voor.
Tranen van Grapperhaus over avondklok: ‘Mensen vereenzaamden’
Grapperhaus vond naar eigen zeggen in april dat het afgelopen moest zijn met de avondklok. Hij vond dat het lang genoeg had geduurd. Naar eigen zeggen had hij daarbij ook oog voor de mensen die er veel last van hadden.
“Er waren ook mensen die vereenzaamden”, zegt Grapperhaus emotioneel. “We hebben het steeds over jongeren en allerlei andere groepen, maar daklozen en eenzamen waren de mensen die echt verschrikkelijk de pineut waren.”
Grapperhaus vindt dat er een volgende keer meer ook aan deze groepen moet worden gedacht. “Zij kunnen niet direct voor zichzelf opkomen. Daar moet je een volgende keer de scenario’s echt voor klaar hebben.”
Oud-minister Grapperhaus stevig ondervraagd
Commissielid Songül Mutluer (Pro) wil van oud-minister Grapperhaus weten wie in het kabinet in een Catshuisoverleg voor de invoering van de avondklok pleitte. Grapperhaus zegt zich dat niet meer te kunnen herinneren, maar Mutluer dringt meerdere keren flink aan. Dat leidt tot een stekelig gesprek.
‘Recht op volksgezondheid woog bij invoering avondklok iets zwaarder’
Volgens oud-minister Grapperhaus lag de avondklok in het eerste jaar van de crisis nooit als serieuze optie op tafel, totdat eind 2020 een nieuwe variant van het coronavirus oprukte. Deskundigen waarschuwden dat dit ook in Nederland voor een nieuwe, grote coronagolf zou zorgen. In januari 2021 was Grapperhaus ervan overtuigd dat daarom een avondklok toch nodig was, ook al werden daarmee grondrechten beperkt.
“Het is een afweging tussen het recht op vrije beweging en vergadering, tegenover het recht op volksgezondheid”, zegt Grapperhaus, die zelf opgeleid is als jurist. “Ik had zelf ook grondrechtelijke problemen met de avondklok, alleen moesten we vanwege de dringende waarschuwingen voor omikron het recht op volksgezondheid toch iets zwaar wegen.”
Naar eigen zeggen heeft Grapperhaus het plan voor de avondklok van tevoren in het kabinet, het veiligheidsberaad en het parlement besproken en kon iedereen de bezwaren aangeven. Als een meerderheid van de Tweede Kamer tegen was geweest, was volgens hem de avondklok er niet gekomen.
Grapperhaus: contact met de samenleving niet verloren
Wat was de rol van het veiligheidsberaad, waarin minister Grapperhaus met tientallen burgemeesters overlegde over de coronamaatregelen? Eerder vertelde Jack Mikkers, burgemeester in Den Bosch, aan de coronacommissie dat hij het idee had dat de burgemeesters vooral als een soort klankbord van het kabinet werden gebruikt.
Volgens oud-minister Grapperhaus was dat niet het geval. Hij had hij naar eigen zeggen nog veel meer contacten, ook met burgemeesters die niet bij het overleg aanschoven. “We zijn niet het contact met de samenleving verloren, vertelt Grapperhaus aan de coronacommissie. “Ik probeerde zoveel mogelijk dingen op te halen en in het kabinet te brengen. Het spijt mij als dat zijn indruk was.”
Via de veiligheidsregio’s zijn er aan het begin acht maanden lang allerlei noodverordeningen uitgegeven. Normaal zijn die bedoeld om snel en kortdurend te kunnen ingrijpen bij een crisis. Omdat het lang duurde voordat er een wet kwam die de coronamaatregelen regelde, is er uiteindelijk acht maanden lang via noodverordeningen ‘geregeerd’.
“We hebben met zijn allen veel te lang over de wet gedaan”, zegt Grapperhaus. “Elke keer kwam er bij de wetsbehandeling weer een punt op.” Hij stelt voor om de volgende keer een aantal Tweede Kamerleden direct te betrekken bij alle besluiten, zodat de wet bij een nieuwe crisis echt met spoed door het parlement heen kan.
Om 10 uur is oud-minister Grapperhaus aan de beurt
Als minister van Justitie en Veiligheid ging Ferd Grapperhaus tijdens de coronacrisis over de handhaving van de verschillende coronamaatregelen. In maart 2020 liet hij zich heel hard uit over mensen die geen afstand hielden. “Ik zeg het keihard: dat is een slordige, laconieke en daarmee asociale manier van omgaan met maatregelen. Het kost levens. Onnodig.”
Het was dan ook extra pijnlijk toen niet lang daarna bleek dat tijdens zijn eigen huwelijksfeest zijn gasten geen anderhalve meter afstand hadden gehouden. Er lekten steeds meer foto’s uit en er ontstond commotie. Zo kondigden boa’s aan minder coronaboetes uit te schrijven. De positie van Grapperhaus wankelde, maar uiteindelijk kon hij aanblijven.
Van Essen: communicatie naar samenleving had beter gekund
De politie heeft het kabinet tijdens de pandemie een aantal keer opgeroepen om in de communicatie naar burgers meer rekening te houden met de bezwaren van tegenstanders van de maatregelen. Als daar meer aandacht voor was geweest, hadden mensen zich beter gehoord gevoeld, denkt Van Essen.
De uitleg van maatregelen door het kabinet was niet altijd begrijpelijk, wat effect had op het draagvlak. Ook het te veel op- en afschalen van maatregelen was voor de handhaving niet helpend, zei Van Essen. Waar demonstreren relschoppen werd, werd opgetreden, aldus Van Essen, maar het was altijd het doel om protesten in goede banen te leiden, zodat de demonstraties plaats konden blijven vinden.
Dat was in de ogen van Van Essen van groot belang. “Begrip tonen is iets anders dan gelijk geven”, zei hij.
Van Essen: politie vond avondklok ‘vanuit handhaving niet nodig’
De avondklok die tijdens de coronapandemie tijdelijk van kracht was, was “vanuit de handhaving” niet nodig. Dat zei voormalig korpschef Van Essen tegen de parlementaire enquêtecommissie Corona. Van Essen deelde zijn mening ook met het kabinet, maar dat zag een medische noodzaak en voerde de klok toch in. De commissie vroeg Van Essen herhaaldelijk of zijn advies daarmee “in de wind werd geslagen” maar die formulering nam Van Essen niet over.
De avondklok werd begin 2021 ingesteld, boven op een strenge lockdown. De verplichting om ’s avonds en ’s nachts thuis te blijven zou niet alleen helpen het aantal contacten terug te dringen, maar volgens sommigen ook de handhaving van maatregelen vergemakkelijken. Dat laatste idee deelde de politie niet, aldus Van Essen.
Hij waarschuwde destijds ook dat de handhaving van de avondklok zou betekenen dat de politie aan ander werk niet toekwam. Na het besluit om de avondklok in te voeren waren er inderdaad rellen in verschillende steden. Van Essen benadrukte dat de onrust na een paar dagen voorbij was, en de avondklok nog maanden van kracht was.
Voormalig politiechef: politie had ook voorrang bij vaccineren moeten krijgen
Dat de politie aanvankelijk niet als vitale sector werd gezien en geen voorrang kreeg met vaccinaties zoals zorgmedewerkers, vindt voormalig politiechef Van Essen geen goede zaak. De duizenden politiemensen stonden met hun functie midden in de maatschappij en dat was zeker met de toenemende maatregelen en een maatschappelijk afnemend draagvlak geen eenvoudige taak.
Er waren protesten, soms verwarde mensen, en bij het handhaven van de orde en verrichten van aanhoudingen kon de anderhalve meter niet in acht genomen worden. Van Essen hamerde er daarom meerdere malen op dat de politie ook sneller toegang tot bescherming via bijvoorbeeld vaccinatie moest krijgen.
Het gebeurde uiteindelijk wel maar duurde te lang. Van Essen geeft de enquêtecommissie als advies mee dat daar een volgende pandemie beter over nagedacht moet worden.
Politiechef zag zijn agenten veel overuren draaien door coronaprotesten
Henk van Essen is de tweede getuige, zijn verhoor begint om 14.00 uur. Van Essen was vanaf april 2020 korpschef van de Nationale Politie. Zijn medewerkers draaiden volgens hem honderdduizenden overuren, vooral toen er door het hele land protesten ontstonden tegen de coronamaatregelen.
Op de avondklok was hij kritisch, vooral op de manier waarop het kabinet erover communiceerde. “Ik heb meermaals een beroep gedaan op bestuurders: houd de boodschap consistent”, zei hij daarover tegen Trouw. “Als de ene politieke partij zegt dat de avondklok verdwijnt en hij blijft toch van kracht, verhevigt het debat in de samenleving en worden handhavers daarmee geconfronteerd.”
De politie kreeg meermaals kritiek omdat er hardhandig werd opgetreden bij coronaprotesten. “Dat ziet er niet fijn uit, dat is fors geweest, maar reken ons niet af op incidenten”, was de reactie van Van Essen. “In het algemeen is ons optreden gematigd.”
Halsema roemt kabinet met ‘hondsmoeilijke’ taak
De Amsterdamse burgemeester was het niet altijd eens met besluiten in coronatijd, maar is toch complimenteus in haar verhoor. “Ga er maar aanstaan wat het kabinet heeft moeten doen”, zegt ze over de ingrijpende besluiten die zijn genomen. “Dat is hondsmoeilijk geweest.”
Ze haalde de eerste persconferenties aan waarin maatregelen werden aangekondigd, meestal door premier Rutte en minister De Jonge van Volksgezondheid. “Echt heel indrukwekkend”, aldus Halsema.
“Het is knap dat je je weet te verhouden tot de geschiedenis op het moment dat die zich voltrekt. Er zijn maar weinig bestuurders die dat vermogen hebben.” Daarna vervolgt ze wel dat in de loop van de tijd “de schwung” eruit raakte bij het kabinet. “Iedereen werd moe, de nadruk kwam op repressie te liggen.”
Halsema vertelt dat ze rond de avondklok – die zij niet wilde – “gefrustreerd” was over het gebrek aan invloed dat ze had. Maar zo was het niet tijdens de hele coronacrisis. “Er waren wel degelijk momenten waar geluisterd werd, goede afspraken werden gemaakt, dat er wel aandacht was voor problemen die wij al lokaal bestuur zagen.”
Ze noemt minister De Jonge “die zelf natuurlijk ook lokaal bestuurder was geweest”. Hij had volgens Halsema heus aandacht voor de gevolgen van beleid voor kwetsbare mensen, maar wel altijd met de beperking dat het indammen van het virus voorrang kreeg.
Halsema: politie moest soms hard ingrijpen vanwege landelijk beleid
De Amsterdamse politie kwam tijdens corona vaak in de positie dat er stevig moest worden opgetreden, omdat het lokale gezag landelijk beleid volgde. Dat zegt burgemeester Halsema tegen de parlementaire enquêtecommissie corona. Op het Amsterdamse Museumplein waren regelmatig demonstraties van coronacritici, waarbij de politie ook weleens waterkanonnen inzette.
“Hoe harder de politie moet optreden, hoe bozer een deel wordt”, zei Halsema, die ook vertelde “heel trots” te zijn op de Amsterdamse politie. Het gebruikte politiegeweld was volgens haar proportioneel, op een paar incidentele te harde optredens na. Zij neemt de verantwoordelijkheid voor het politieoptreden in zijn geheel.
Halsema pleitte in die tijd voor landelijke richtlijnen voor demonstraties, bijvoorbeeld over aantallen deelnemers, maar die kwamen er niet. “Het kabinet deinsde terug voor de verantwoordelijkheid voor lokale demonstratieveiligheid”, zegt de Amsterdamse burgemeester.
Oordeel vellen
Over het lokale optreden werd vervolgens wel een oordeel geveld door de landelijke politiek, zei Halsema. “Er was weinig terughoudendheid in het beoordelen van het lokaal gezag.” “Het grote nadeel” daarvan vindt zij dat landelijke politici het optreden politiek uitlegden. Terwijl lokale besluiten volgens Halsema op basis van vrees voor de gezondheid, wanordelijkheden of verkeerschaos worden genomen.
Halsema kreeg veel kritiek na een Black Lives Matter-demonstratie op de Dam, waarbij deelnemers geen anderhalve meter afstand hielden. De Amsterdamse politie greep toen niet in. “Dat was een zuiver operationele afweging”, zegt Halsema. De demonstratie was veel drukker dan voorzien en de afweging was dat “af laten lopen” sneller zou werken dan “ingrijpen”.
Halsema had grote bezwaren tegen avondklok, maar de wet werd uitgevoerd
Op 23 januari 2021 werd in Nederland de avondklok ingevoerd. Van 21.00 uur tot 4.30 uur moesten mensen binnenblijven. Halsema had destijds grote bezwaren. “Het was voor mij echt vrijheidsontneming.”
Terwijl er allerlei beperkende maatregelen golden, zoals een samenscholingsverbod en verschillende sluitingen. “Ik vond dat we de grens hadden bereikt qua maatregelen die konden en mochten nemen.”
Behalve het principe zag ze ook praktische bezwaren. Halsema maakte zich zorgen over eenzaamheid, mentale gezondheid en bijbehorende gevolgen voor de levensverwachting.
En ze twijfelde aan het nut. De argumentatie dat de avondklok de verspreiding van het virus significant zou tegengaan, noemt Halsema “los zand”. Mensen konden elkaar immers buiten de tijden van avondklok wel gewoon treffen. Zij herinnert zich daarbij dat destijds in Amsterdam “ongelooflijk veel pyjamaparty’s” werden gehouden om de avondklok te omzeilen.
Patstelling
Binnen het veiligheidsberaad, het overleg van de veiligheidsregio’s die maatregelen moesten uitvoeren en handhaven, was ook veel weerstand en ontstond “een patstelling”. Maar uiteindelijk legden de 25 burgemeesters zich erbij neer, en Halsema dus ook. “Dat is hoe het gaat. Als iets wet wordt, dan hebben we dat uit te voeren.”
De Amsterdamse burgemeester benadrukt dat ze niet met iemand wil afrekenen en ook niemand de schuld wil geven. “Ik heb de maatregel zelf ook uitgevoerd.” Wel vindt ze dat de nadruk in die tijd te veel lag op repressie “in plaats van samen de pandemie eronder te krijgen”.
Begin 2021 zag Halsema een kentering. “Ergens in die winter raakte de overheid zijn bevolking kwijt. Ik heb dat eigenlijk als de treurigste periode ervaren, en ik vind dat de Tweede Kamer daar geen onverdeeld goede rol in heeft gespeeld.” Halsema vindt dat ook volksvertegenwoordigers te veel hamerden op handhaving.
Uiteindelijke gold de avondklok ruim drie maanden in Nederland.
Tijdens corona was er een ‘gemankeerd democratisch proces’
De manier van besturen tijdens corona was rechtsstatelijk kwetsbaar, zegt Halsema tegen de parlementaire enquêtecommissie corona. In het begin werd per veiligheidsregio via noodverordeningen bestuurd en er waren weinig andere middelen, aldus de Amsterdamse burgemeester.
Halsema vindt de manier van besturen “verdedigbaar”, ook omdat het onbekend was hoelang de crisis zou duren. Maar terugkijkend was het kwetsbaar, zegt Halsema, die spreekt van een “gemankeerd democratisch proces”. Gemeenteraden konden bijvoorbeeld wel bezwaren hebben tegen maatregelen, maar er geen invloed op uitoefenen.
Halsema had zorgen over de democratische rechtsstaat, die er volgens haar voor de burger moet zijn, maar tijdens corona een controleorgaan werd. Ze spreekt van een grote nadruk “op handhaving en repressie”. Maar de burgemeester benadrukt ook dat er toentertijd grotere zorgen waren. “Ik was veel bezorgder over mensen die alleen stierven in verzorgingshuizen.”
Halsema: ‘corona’ discrimineerde heel erg
De commissie vraagt Halsema eerst naar het thema van vorige week: de impact op kinderen en jongeren. “Wat er met hen is gebeurd in de coronaperiode is een van de meest verschrikkelijke gevolgen geweest”, zegt de burgemeester van Amsterdam. “Afgezien van de mensen die ziek werden en overleden.”
Halsema vroeg al vroeg in de crisis aandacht voor jongeren en andere kwetsbaren, ook bij het kabinet. “Corona discrimineerde heel erg, sommige mensen kregen het veel moeilijker dan anderen.” Het ging daarbij onder meer om mensen die “kleinbehuisd” waren en mensen “met kleine inkomens”.
Er was binnen het kabinet veel belangstelling voor dat perspectief. “Ik was niet voor niets uitgenodigd.” Maar het leidde nauwelijks tot aanpassing van het beleid, zegt Halsema. Ze vond dat niet gek, omdat het medisch perspectief nou eenmaal zeer indringend was op dat moment.
Code zwart dreigde in de ziekenhuizen, dus er was “weinig ruimte” voor iets anders. “De angst voor besmetting, voor zieken, dat we te weinig bedden zouden hebben op onze ic’s was te groot.”
Halsema was kritisch op de avondklok, maar voerde ‘m wel in
Om 10.00 uur begint het verhoor met de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema, die vooral in het teken zal staan van de avondklok die begin 2021 werd ingevoerd. “Ik denk dat we allemaal snappen dat het nodig is”, zei ze op de avond van de invoering in een bedrukte videoboodschap aan alle Amsterdammers.
Toch zei Halsema jaren later dat ze grote moeite had gehad met die avondklok en dat ze getwijfeld had of ze de maatregel wel echt moest uitvoeren. “Ik vond dat een disproportionele maatregel, die met name jongeren en alleenstaanden raakte”, zei ze in een terugblik van omroep AT5.
Uiteindelijk deed ze dat dus wel, naar eigen zeggen om de Haagse bestuurders niet voor de voeten te lopen. “Het is nogal wat als je als lokaal bestuurder het nationaal gezag terzijde schuift”, zei ze daarover. “Je geeft ook het verkeerde voorbeeld. Omdat je tegelijkertijd wil dat de mensen de wet volgen.”
Halsema zal vermoedelijk ook gevraagd worden naar de onrust in haar stad, die groeide naarmate de coronacrisis langer duurde. Kritiek kreeg ze op haar omgang met demonstraties. Zo stond ze een grote Black Live Matter-protest op de Dam toe, maar greep ze later wel in bij andere demonstraties tegen de coronamaatregelen.
Zo gingen de eerste vier verhoorweken
De parlementaire enquêtecommissie heeft inmiddels vier thema’s behandeld. In de eerste ruime week gingen de verhoren over ‘het begin van de pandemie’. Het was een onzekere tijd waarin ingrijpende besluiten werden genomen.
In de tweede week ging het over de organisatie van de corona-aanpak. Code zwart moest worden voorkomen, maar was er genoeg aandacht voor de sociaal-maatschappelijk gevolgen van de coronamaatregelen?
De derde verhoorweek ging over ‘de druk op de zorg’. In de coronacrisis werd de zorg op verschillende manieren hard geraakt. In de verhoren stond de vraag centraal wie uit de sector invloed kan uitoefenen op besluitvorming en wie niet.
In de vierde week met openbare verhoren ging het over de schoolsluitingen. In de coronajaren gingen scholen en universiteiten maanden dicht om de verspreiding van het virus tegen te gaan. De gevolgen voor kinderen en jongeren waren groot.
Verhoorweek vijf gaat over de avondklok en de onrust
Welkom in dit liveblog aan het begin van de vijfde week van de verhoren. Deze week gaat het over de avondklok en de maatschappelijke onrust. Daarvoor zijn zes mensen opgeroepen.
Als eerste komt vandaag om 10.00 uur Femke Halsema langs, burgemeester van Amsterdam en voorzitter van de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. In de middag wordt oud-korpschef van de politie Henk van Essen verhoord.
Woensdagochtend komt Ferd Grapperhaus, tijdens de coronapandemie minister van Justitie en Veiligheid. Het tweede verhoor die dag is met Jaap van Dissel, toenmalig voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT). Het is voor Van Dissel zijn tweede openbare verhoor. Begin deze maand sprak hij met de enquêtecommissie over het thema ‘het begin van de pandemie’.
Vrijdagochtend wordt Hanneke Schippers-Spanninga bevraagd, toenmalig directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een van de oprichters van de organisatie Vrouwen voor Vrijheid, Romy Quis, sluit de vijfde week af. Vrouwen voor Vrijheid is een maatschappelijke beweging die in de coronaperiode werd opgericht.












