Drie vragen over het beoordelen van geweld

1. Wanneer mag de politie geweld gebruiken?

Alleen in het uiterste geval en alleen als andere manieren, zoals praten of de-escaleren, niet werken. Ook moet het geweld in verhouding staan tot de ernst van de situatie.

Schieten mag bijvoorbeeld alleen bij direct gevaar. Voor zover mogelijk moet de politie ook altijd waarschuwen voor er geweld wordt gebruikt.

2. Hoe werkt het beoordelen van geweld bij de politie?

Een agent die geweld heeft gebruikt, moet dit zo snel mogelijk intern melden. De zaak wordt alleen nader onderzocht als een agent het vuurwapen heeft gebruikt, iemand gewond is geraakt of er andere bijzondere omstandigheden zijn.

Een interne commissie, aangevuld met iemand van buiten de politie, beoordeelt het geweld en brengt advies uit. Dit doet ook een leidinggevende.

Het eindoordeel ligt bij de politiechef, de hoogste baas van de betreffende politie-eenheid. Die bepaalt of het politieoptreden voldeed aan alle eisen en kan eventueel iemand berispen of schorsen.

Als iemand door het geweld is overleden of zwaargewond is geraakt, ligt het onderzoek bij de Rijksrecherche en moet het Openbaar Ministerie bepalen of een agent voor de rechter wordt gebracht of niet.

3. Hoe leert de politie van een geweldsincident?

In individuele gevallen bespreekt de betrokken agent met een leidinggevende en een docent wat er goed ging en wat er beter had gekund. Dit leidt tot persoonlijke feedback en waar nodig extra training.

Bij grotere incidenten probeert de hele organisatie ervan te leren en kunnen procedures of opleidingen worden aangepast.

Een voorbeeld is het ME-optreden bij de onrust in Amsterdam rond de voetbalwedstrijd Ajax-Maccabi Tel Aviv in 2024. De ME bleek toen niet opgewassen tegen ‘flitsacties’, waarbij aanvallers ergens toesloegen en snel weer verdwenen. Daarom wordt voor de hele ME een andere werkwijze bedacht.

Share.
Exit mobile version