NOS Nieuws

In Syrië zijn restanten gevonden van chemische wapens die het Syrische leger onder dictator Bashar al-Assad gebruikte tijdens de burgeroorlog in het land. Dat heeft de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) laten weten.

De organisatie, die het hoofdkantoor in Den Haag heeft, meldt dat onderzoekers gedurende enkele maanden niet nader genoemde locaties aan de noordwestkust en in Centraal-Syrië hebben doorzocht. Het team heeft tientallen raketten en bommen met chemische munitie gevonden, en ook chemicaliën die nog niet in munitie waren verwerkt. Het zoeken gaat volgens de OPCW nog verder.

Volgens de OPCW zijn ook achttien verdachten opgepakt die een rol zouden hebben gespeeld bij het clandestiene chemische programma van Assad. Onder hen zouden personen zijn die onder Assad hoge functies hadden in het leger en de politiek. De namen zijn niet vrijgegeven omdat het onderzoek nog loopt, liet een Syrische vertegenwoordiger bij de OPCW weten. Zeker vier verdachten staan op sanctielijsten van de EU, het VK en de VS.

Tientallen keren ingezet

Uit onderzoek van de Verenigde Naties en de OPCW was eerder al gebleken dat het regime van Assad herhaaldelijk sarin, chloorgas en zwavelmosterdgas inzette. Om sporen daarvan terug te vinden inspecteert de OPCW in totaal zo’n honderd locaties.

Volgens de OPCW heeft het Syrische leger onder Assad tientallen keren chemische wapens ingezet tijdens de burgeroorlog, die in 2011 begon. In 2013 kwamen honderden mensen om het leven bij een zenuwgasaanval op Ghouta, een buitenwijk van Damascus. In datzelfde jaar tekende Syrië een verdrag dat chemische wapens verbiedt, maar de inzet van dat soort wapens ging daarna toch door.

Eind 2024 werd Assad afgezet door strijders onder leiding van Ahmed al-Sharaa. Hij kreeg asiel in Rusland. Sharaa probeert als nieuwe leider de reputatie van zijn land weer op te poetsen. Onderdeel daarvan is dat Syrië volledig meewerkt aan onderzoeken naar chemische aanvallen.

Share.
Exit mobile version