NOS Nieuws
Een maand geleden zou Rick de Leeuw (65) waarschijnlijk in hard gelach zijn uitgebarsten als iemand hem had gezegd dat hij vandaag een interview zou geven over de comeback van zijn band Tröckener Kecks. De rockzanger leefde 25 jaar lang in de voor hem geruststellende veronderstelling dat geweest ook daadwerkelijk geweest was.
“Ik heb altijd een hekel gehad aan mensen die elke drie maanden in het café vertellen dat ze zijn gestopt met roken. Ga weg joh, dacht ik dan. Je kan maar een keer met iets stoppen. Als je bent gestopt, dan ben je gestopt. Klaar.”
Toch kondigen de Tröckener Kecks vandaag aan dat zij voor het eerst sinds 2001 weer gaan optreden. In eerste instantie vijftien keer. Vanaf het voorjaar van 2027 trekt de Amsterdamse band langs allerlei poppodia door het land, van Deventer naar Amsterdam, van Groningen naar Maastricht, om nummers te spelen als Nu of nooit, Een dag, zo mooi en De jacht is mooier dan de vangst.
Het zijn nummers die in de jaren 80 en 90 uitgroeiden tot nederpopklassiekers en die van De Leeuw een popster in Nederland en België maakten. De band werd geroemd om zijn energieke liveoptredens en om de door De Leeuw geschreven teksten, die vooral opriepen tot een leven vol overgave. In 1990 zong hij in misschien wel hun bekendste nummer Met hart en ziel: “Doe het en voor het geld, en voor de show, maar doe alles wat je doet met hart en ziel.”
Toch was het in 2001 ineens over en uit met de band. De koek was destijds op, zegt De Leeuw nu aan de telefoon. “Een band is als een boot. Je moet die blijven onderhouden, want net als een boot wil een band constant zinken. Je moet er continu voor zorgen dat dat niet gebeurt.”
Op een gegeven moment lukte dat niet meer. De Leeuw: “Ik ben de band in 1980 als 19-jarige begonnen om mijn eigen vrijheid te garanderen, om te ontsnappen aan een 9-tot-5-leven. Maar de autonomie die de band me ooit gaf, veranderde langzaamaan in een onvrijheid. In 2001 was ik 40, ik had kinderen. Het leven was zo veranderd dat de band een harnas werd. Stoppen voelde als een bevrijding.”
De Leeuw richtte zich op andere dingen. Hij schreef onder meer het boek Ik, Jan Smeken, over de 15e-eeuwse Brusselse stadsdichter Jan Smeken. Hij publiceerde meerdere dichtbundels, werkte als acteur in de tv- en toneelwereld en presenteerde televisieprogramma’s, voornamelijk in België. In de Amsterdamse popzaal Paradiso was hij sinds het afscheidsconcert van de Tröckener Kecks twintig jaar lang niet geweest, tot hij in 2021 een soloplaat uitbracht.
We kunnen het ons gewoon niet permitteren nog eens 25 jaar te wachten.
En nu kondigt hij ineens aan dat de Kecks terug zijn. Wat is er de afgelopen maand dan gebeurd waardoor De Leeuw van zijn eigen geloof afviel? Het is lastig uit te leggen, zegt hij vanuit het Belgische dorpje Heks waar hij sinds tien jaar woont.
Hij wilde niet vasthouden aan zijn eigen koppigheid, verklaart De Leeuw. De jarenlang gevoelde noodzaak om vooral niet op te treden met de Kecks viel ineens weg, zegt hij. En misschien het belangrijkste: De Leeuw zegt dat hij ineens nieuwe gretigheid voelde.
Maar wat dat dan allemaal was? Dat is moeilijk concreet te maken. “Het was mooi voor het verhaal geweest als er een duidelijk momentum was, dat snap ik, maar dat is er niet.” Tot hij na nog wat mijmeringen zegt: “We kunnen het ons gewoon niet permitteren nog eens 25 jaar te wachten. We kunnen niet zeggen: we bekijken het dan nog een keer. Misschien is dit wel het laatste moment dat wij fysiek in staat zijn om ons repertoire live eer aan te doen.”
Om daarna in lachen uit te barsten: “Zo zie je maar weer hoe grillig de mens en het leven is. Soms kunnen dingen met grote snelheid vervagen.”
De vraag is nu of na 25 jaar nog mensen zitten te wachten op een tour van Tröckener Kecks en of die volle zalen zal trekken. De Leeuw zegt zich daar geen zorgen over te maken. Lachend: “We beginnen over een klein jaar aan deze tour. We hebben dus nog alle tijd om mensen te bellen om te vragen of ze alsjeblieft langs willen komen.”












