NOS Nieuws

  • Marlotte Roldaan

    redacteur buitenland

Ebola is terug van weggeweest. Bij de nieuwe uitbraak in de Democratische Republiek Congo (DRC) is sprake van de wet van Murphy: voor de dodelijke Bundibugyo-variant bestaat nog geen goedgekeurd vaccin of behandeling. Ook is er geen snelle test voor het virus beschikbaar. En de ontdekking van de uitbraak kwam laat, het virus had toen al tientallen slachtoffers gemaakt.

Inmiddels zijn zeker 119 mensen aan ebola overleden en vermoedt de Wereldgezondheidsorganisatie dat er ruim 900 besmettingen zijn. Hulpverleners lopen dus achter de feiten aan. En dan krijgen ze ook nog te maken met weerstand vanuit de bevolking.

Maanpakken

Want een deel van de Congolezen koestert wantrouwen. Sinds donderdag zijn er al drie geweldsincidenten tegen hulporganisaties gepleegd, waaronder brandstichting bij een behandeltent van Artsen zonder Grenzen. Niet geheel onbegrijpelijk, zegt Hizkia de Jong van Artsen zonder Grenzen.

“Ineens, als ebola opnieuw uitbreekt, ziet de lokale bevolking veel auto’s rijden. Er verschijnen mensen in maanpakken die hun overleden familieleden ophalen om ze nooit meer terug te zien. Dat zorgt voor wantrouwen en daarom is voorlichting zo ontzettend belangrijk. Mensen moeten weten wat de ziekte is en hoe je je ertegen beschermt. Zodat mensen meer vertrouwen krijgen in de zorg.”

Hulpverleners in maanpakken halen een overleden patiënt op

In veel culturen is het fysieke lichaam van een overledene onmisbaar. Ook in Congo zijn er begrafenistradities en -rituelen waarbij familieleden het lichaam aanraken. Maar lichamen van ebolapatiënten blijven nog dagenlang besmettelijk, waardoor de overheid begrafenissen beperkt toelaat. Dat leidt tot geweld door rouwende familieleden tegen hulpverleners.

Artsen zonder Grenzen gaat het gesprek aan met lokale leiders en probeert uit te leggen wat hulpverleners komen doen, wat ebola is en wat men moet doen als mensen symptomen hebben.

“Er bestaat nu een beeld dat mensen onze behandelcentra ingaan en er niet meer uit komen, dat ze daar sterven. Dat is heel beangstigend en dan is het ook logisch dat mensen aarzelen om zich te laten testen of behandelen”, zegt De Jong. “We proberen uit te leggen dat – ook al is er nog geen vaccin of gerichte behandeling voor deze variant – zorg in een behandelcentrum juist de grootste kans op overleven biedt.”

Bezuinigingen

Wat de zaak verder bemoeilijkt is het conflict tussen Congolese regeringstroepen en de rebellengroep M23. Die fungeert nu op bepaalde plekken als een soort lokale overheid, maar heeft geen ervaring met het coördineren van ebola-uitbraken.

En dan zijn er nog alle bezuinigingen op ontwikkelingshulp. De grootste is die van de Verenigde Staten, waar het USAID-programma onder de regering-Trump voor bijna 90 procent werd uitgekleed.

“Maar ook Europese landen, waaronder Nederland, bezuinigen stevig op ontwikkelingshulp. Dat leidt tot tekorten aan personeel en medicijnen. Dat maakt het voor ons uitdagender om de juiste hulp te verschaffen”, vertelt De Jong.

Naar alle waarschijnlijkheid gaat het virus al weken tot maanden rond. Experts denken dat het door alle bezuinigingen niet snel genoeg is opgemerkt.

Share.
Exit mobile version