NOS Nieuws••Aangepast
Onderbetaling, slechte huisvesting en onveiligheid op de werkvloer. De afgelopen jaren zijn er tal van signalen van misstanden in de vleessector geconstateerd. Vandaag heeft het kabinet een vergaande stap genomen en komt het met een verbod op het inhuren van uitzendkrachten in de sector. Nederland volgt daarmee het voorbeeld van Duitsland waar een soortgelijk verbod al een aantal jaren geleden is ingevoerd.
Het verbod in Nederland gaat over twee jaar in, halverwege 2028. Vleesbedrijven zullen hierdoor meer mensen in dienst moeten nemen. Nu werken veel medewerkers niet rechtstreeks voor het vleesbedrijf, maar via een uitzendbureau.
Een directe arbeidsrelatie, zoals dat in vaktermen heet, heeft volgens deskundigen een aantal voordelen. “Zo’n relatie betekent beter toezicht op werktijden, minder sprake van onbetaalde overuren, lonen die netjes geregeld zijn en dat je ook sociaal verzekerd bent”, zegt Sonja Bekker, hoogleraar arbeidsmarkt en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Onvermogen
Vanuit de sector komen boze reacties op het plan. VleesNL laat weten dat de branche overweegt juridische stappen te nemen tegen het verbod. Volgens de brancheorganisatie toont de “draconische maatregel” het “eigen onvermogen van de overheid” aan om malafide praktijken aan te pakken. “Vele bedrijven worden hierdoor onnodig gedupeerd.”
De pluimveebrancheorganisatie Nepluvi zegt “met grote verbazing en teleurstelling” het nieuws te vernemen. De organisatie vindt dat de hele sector over één kam wordt geschoren en dat het kabinet onvoldoende heeft gekeken naar de verbeteringen die al zijn doorgevoerd.
Brancheorganisatie voor uitzendbureaus, de NBBU, noemt de maatregel “disproportioneel”. “Het pakt niet alleen de rotte appels aan, maar treft de hele branche.”
‘Structureel misstanden’
Dat er in de vleessector zaken misgaan, blijkt ook uit een rapport van de Arbeidsinspectie dat vandaag verscheen. De inspectie spreekt van misstanden met “een structureel karakter”. Tussen 2023 en het begin van 2026 kwamen er bijna 400 meldingen binnen. De inspectie ziet een trits aan misstanden en overtredingen: onderbetaling, illegale tewerkstelling, terugkerende arbeidsongevallen, hoge huisvestingskosten, intimidatie, moeten doorwerken bij ziekte, onverwachte kosten voor het gebruik van spullen (zoals messen) en ontslag op staande voet.
In het rapport staan schrijnende voorbeelden. Zo horen inspecteurs het verhaal van een medewerker die meerdere hernia’s heeft gehad, maar toch iedere dag met dozen moet sjouwen. Het uitzendbureau waar de medewerker voor werkt, gaat ook niet op zoek naar passender werk.
Een ander verhaal gaat over een Slowaakse arbeidsmigrant die gewond raakt bij een machine. De medewerkster wordt pas één tot anderhalf uur later naar het ziekenhuis gebracht. De wond raakt daarna ontstoken en ze moet drie dagen in het ziekenhuis blijven. Uiteindelijk ondergaat ze een plastische operatie. Het vleesbedrijf blijkt gevraagd te hebben om een ervaren kracht, maar ze had alleen ervaring op de inpakafdeling.
Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) wil nu een einde aan de praktijken en kiest voor een algeheel uitzendverbod. De inspiratie voor de maatregel komt uit Duitsland. Midden in de coronatijd greep het kabinet daar in. Grote clusters aan virusbesmettingen in de vleesindustrie waren een bevestiging van de slechte arbeidsomstandigheden.
Voor bepaald werk, zoals het slachten en snijden, mogen vleesbedrijven in Duitsland geen uitzendkrachten inhuren. “Over het algemeen hebben mensen daar betere arbeidsvoorwaarden gekregen. Het leidde ook tot verkleining van het aantal ongevallen op het werk”, zegt professor Bekker. “Er blijven wel knelpunten bestaan, maar de schaal neemt af.”
De Duitse vleesindustrie ageerde fel tegen de plannen. De bedrijven wezen met name op de kosten voor de consument. Doordat de arbeidskosten zouden stijgen bij een verbod zou de prijs voor vlees met 10 tot 20 procent stijgen, waarschuwden ze. Dit doemscenario is niet uitgekomen. Vlees is wel duurder, maar die stijging loopt niet veel uit de pas met de prijsstijging van andere producten.












