NOS Nieuws
Het tekort aan studentenkamers is in een jaar tijd nauwelijks afgenomen. Kenniscentrum Kences, dat jaarlijks de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting publiceert, schat het tekort op 20.200 wooneenheden. Vorig studiejaar was dat nog 21.000.
Door de aanhoudende krapte op de woonmarkt kiezen steeds meer studenten ervoor om thuis te blijven wonen. Van het totaalaantal studenten woont nu nog 43 procent op kamers. Dat was acht jaar geleden nog 50 procent.
Toch hebben de sociale studentenhuisvesters de afgelopen jaren gemiddeld bijna 5000 woningen per jaar bijgebouwd en daarmee hun nieuwbouwbeloftes waargemaakt. Het gewenste effect heeft dat niet gehad, concludeert Reijnder Jan Spits, directeur van Kences.
“De afgelopen twee jaar zijn veel kamers verdwenen op de particuliere huurmarkt, het tekort is daardoor onverminderd hoog. Studenten worden hierdoor gedwongen thuis te blijven bij hun ouders. In het ergste geval, als de reisafstand echt te groot is, wordt er ook gekozen voor een andere studie. Dat is erg onwenselijk.”
In twee jaar tijd hebben 32.300 studenten minder een particuliere studentenkamer gehuurd.
Geen winstbelasting, meer bouwen
Sommige studenten hebben inmiddels de hoop op het vinden van een betaalbare kamer opgegeven. Vorig jaar gaf nog maar 48 procent van de studenten aan een kamer te willen, in het studiejaar 2017/ 2018 was dat 57 procent.
Spits roept daarom op de winstbelasting voor de woningbouwcorporaties af te schaffen. In een periode van tien jaar verwacht hij dat met de vrijgemaakte middelen 15.000 tot 25.000 studentenwoningen gebouwd kunnen worden.
“Elke euro die we overmaken aan de Belastingdienst, steken we liever in woningbouw”, zegt hij. Vooral op studentencampussen kan er volgens Spits relatief makkelijk bijgebouwd worden.











