NOS Nieuws•
De Oirschotse Heide herstelt zich na de grote natuurbrand van eind april. Op verschillende plekken zijn plukjes groen te ontdekken, in wat twee maanden geleden nog een compleet zwartgeblakerd landschap was.
“Op verschillende plekken begint het groen alweer een klein beetje uit te lopen. Dat is hartstikke mooi”, zegt natuurbeheerder Albert Jan Betten bij Omroep Brabant. “Je ziet toch dat de natuur zich weer herstelt.”
De laatste dagen van april vlogen vier militaire oefenterreinen in brand. Een van die branden ontstond op de Oirschotse Heide, vlakbij Eindhoven. Defensie was daar aan het oefenen met grote Chinook-transporthelikopters.
De brandweer had het vuur snel onder controle, maar de gevolgen waren groot. Zo’n 65 hectare heide en bos gingen verloren.
‘Hartstikke zwart’
“Na de natuurbrand was alles hier zwart, hartstikke zwart”, aldus Betten, die direct na de brand aanwezig was in het gebied. “Dat is wel even schrikken en is natuurlijk nooit leuk om te zien.”
De brand had grote gevolgen voor de natuur, concludeerde de natuurbeheerder al snel. Verschillende dieren hebben het niet overleefd. “Dan moet je denken aan kikkersoorten, hagedissen en vogels die hier hebben gezeten en verloren zijn gegaan”, aldus Betten.
Ook bomen kregen een grote klap: veel exemplaren zijn afgebrand of doodgegaan. Toch is Betten hoopvol over het herstel, vooral van de heide.
Een plant die zich nu overal (weer) laat zien op de heide, is het pijpenstrootje. Dat lijkt goed nieuws, maar heeft ook risico’s, zegt Betten. Het pijpenstrootje is een soort gras dat de oorspronkelijke heidesoorten zoals struikheide verdringt.
Pijpenstrootjes zijn bovendien heel brandbaar. “Als die eenmaal branden, is er geen houden meer aan”, waarschuwt de natuurbeheerder.
Schapen
Betten bepleit nu de inzet van schapen. Zij kunnen de pijpenstrootjes opeten, waarmee de beduidend minder brandbare heide weer een kans krijgt en de kans op grote, onbeheersbare natuurbranden kleiner wordt.
Eerder deze week maakte Defensie bekend per direct anders te gaan oefenen als er een groot risico is op natuurbranden. Zo krijgt de terreinopzichter de bevoegdheid om oefeningen uit te stellen of stil te leggen. Ook moet vanaf nu bij het gebruik van bepaalde munitie binnen 25 meter brandbestrijding beschikbaar zijn. Zo’n specifieke afstand was nog niet vastgelegd in eerdere protocollen.
Oefenen blijft wel nodig en zal altijd gepaard gaan met risico’s, benadrukt Defensie.











