NOS Nieuws
Een 17-jarige jongen die dit voorjaar een explosief liet afgaan bij een gebouw op de Amsterdamse Zuidas krijgt 165 dagen jeugddetentie, waarvan 122 voorwaardelijk.
De explosie in maart van dit jaar was onderdeel van een reeks aanslagen op Amerikaanse en joodse doelwitten in Nederland en België.
De verdachte gaf tijdens de zitting toe dat hij het explosief liet afgaan en zei dat hij dat deed voor geld. Hoeveel hij daarmee heeft verdiend is niet bekendgemaakt.
Na de explosie werd op sociale media een filmpje verspreid waarin de aanslag werd opgeëist door een relatief onbekende organisatie. In het kantoorpand aan de Zuidas, dat overigens weinig schade opliep, is ook een Amerikaanse bank gevestigd.
Terroristisch oogmerk niet bewezen
De aanslagen lijken daarmee iets te maken te hebben met de oorlog die de VS en Israël waren gestart tegen Iran. Tijdens de inhoudelijke behandeling zei de officier van justitie dat hij niet kon bewijzen dat de verdachte een terroristisch oogmerk had.
Met 165 dagen jeugddetentie valt de straf in de zaak van de 17-jarige een stuk lager uit dan de strafeis van het Openbaar Ministerie. Dat vond dat de jongen een jaar jeugddetentie verdiende, waarvan 317 dagen voorwaardelijk.
In het vonnis zegt de rechtbank van Amsterdam dat de eis te hoog te vinden in vergelijking met andere zaken. Daarnaast krijgt de jongen strafvermindering omdat hij tijdens zijn voorarrest onterecht te lang geen contact mocht hebben met zijn moeder.
Mogelijke opdrachtgever
Intussen zit de mogelijke opdrachtgever ook vast, zij het in een Amerikaanse cel. In mei werd een man met de Iraakse nationaliteit aangehouden in Turkije, op verzoek van de Verenigde Staten.
Het Amerikaanse Openbaar Ministerie verdenkt de 32-jarige van het coördineren van achttien aanslagen of aanslagpogingen tegen joodse, Israëlische en Amerikaanse doelen in Europa en Noord-Amerika.
Hij handelde in opdracht van een pro-Iraanse militie, zegt de Amerikaanse aanklager. In deze zaak is nog geen straf opgelegd.










