NOS Nieuws••Aangepast
Een groep boze jongeren heeft in de Democratische Republiek Congo een ziekenhuis bestormd waar ebola-patiënten worden verpleegd. Het is het derde geweldsincident tegen een zorginstelling in de regio sinds donderdag. De groep eiste dat de hulpverleners lichamen van twee overleden familieleden aan hen zouden overdragen.
Bij het ziekenhuis in de stad Mongbwalu zou ook zijn geschoten, door wie is niet bekend. Het medisch personeel zag zich genoodzaakt patiënten in veiligheid te brengen. Het is niet duidelijk of er doden of gewonden zijn gevallen en evenmin of het de aanvallers gelukt is om lichamen van overledenen mee te nemen.
Lichamen van overleden ebola-patiënten mogen niet worden vrijgegeven omdat ze hoogst besmettelijk kunnen zijn. De afgelopen tijd worden slachtoffers daarom begraven door hulpverleners in beschermende pakken. Om familieleden op afstand te houden, worden vaak ook bewapende beveiligers ingezet bij begraafplaatsen.
Vaker onrustig
Afgelopen zaterdag staken inwoners van Mongbwalu een tent van de hulporganisatie Artsen zonder Grenzen in brand. In die tent werden ebolapatiënten verpleegd en mensen die symptomen van de ziekte lieten zien. Achttien patiënten worden sindsdien vermist. Gevreesd wordt dat zij de ziekte verder zullen verspreiden.
Afgelopen donderdag werd er in de plaats Rwampara brand gesticht bij een opvangtent voor ebola-patiënten. Hier eisten familieleden het lichaam op van een man die vermoedelijk aan de gevolgen van een besmetting is overleden.
Wantrouwen
Voorzitter Tedros Ghebreyesus van Wereldgezondheidsorganisatie WHO zegt dat er nu meer dan 800 verdachte en 101 bevestigde gevallen zijn geteld. Het dodental staat op zeker 176.
Hij erkent dat er in de Congolese samenleving veel wantrouwen heerst richting hulpverleners. Volgens hem is het daarom cruciaal dat er een alomvattende gezondheidsaanpak komt. Die moet niet alleen uit noodhulp bestaan, maar ook uit langlopende gezondheidsprojecten als kraamzorg, de bestrijding van ondervoeding en vaccinaties.
Dat wordt allemaal bemoeilijkt door de burgeroorlog die heerst in het gebied in Oost-Congo waar ebola is uitgebroken. Het regeringsleger vecht daar al jaren tegen zowel islamitische terreurgroepen als de M23-rebellen, die door Rwanda worden gesteund.
Die onrust maakt de bestrijding van het virus veel lastiger. In het conflictgebied wonen vijf miljoen mensen. Volgens de WHO heeft een op de vier noodhulp nodig. Een op de vijf is ontheemd, onder wie ook hulpverleners.
Gemist
Het eerste geval van deze ebola-uitbraak werd eind april vastgesteld, maar experts gaan ervan uit dat het virus al veel langer rondwaart. Eerdere gevallen zijn waarschijnlijk gemist doordat er op een andere, vaker voorkomende variant van het virus werd getest.
Zo maakt het Rode Kruis zich zorgen over de dodelijke besmetting van drie vrijwilligers, die mogelijk al eind maart blootgesteld waren. Zij hadden het virus waarschijnlijk opgelopen door contact met overleden patiënten bij een gezondheidsproject dat niets met ebola te maken had.

