NOS Nieuws•
Bij twee afzonderlijke schietpartijen aan de noordkust van Honduras zijn gisteren zeker 25 mensen om het leven gekomen. Onder de doden zijn zes politieagenten, melden de autoriteiten.
De eerste schietpartij vond plaats op een plantage in de gemeente Trujillo, in het noorden van het land. Daar werden volgens het Openbaar Ministerie zeker negentien arbeiders doodgeschoten door gewapende aanvallers.
Bij een tweede dodelijke schietpartij, in de gemeente Omoa, vlak bij de grens met Guatemala, werden zes politieagenten doodgeschoten. Onder hen was een hoge politiefunctionaris. Volgens de politie hoorden de agenten bij een anti-bende-eenheid en werden zij aangevallen terwijl zij vanuit de hoofdstad Tegucigalpa onderweg waren naar Omoa.
Volgens een woordvoerder van de politie verloopt het vaststellen van het exacte aantal slachtoffers in Trujillo moeizaam, onder meer omdat familieleden lichamen van slachtoffers al hebben meegenomen.
Het ministerie van Veiligheid meldt dat politie en leger extra troepen sturen naar beide gebieden. Ook worden speciale onderzoeksteams samengesteld met forensische experts en aanklagers.
Het motief voor de aanvallen is nog onduidelijk, maar het noorden van Honduras is al jarenlang het toneel van aanhoudende conflicten over land. Mensenrechtenorganisaties slaan vaak alarm over het geweld tegen milieuactivisten en verdedigers van landrechten in het gebied.
Honduras kampt ook al jaren met zwaar geweld dat samenhangt met bendes en internationale drugshandel. Hoewel het moordcijfer de afgelopen jaren sterk is gedaald, behoort het land nog altijd tot de gevaarlijkste van Latijns-Amerika.
Noodtoestand
Internationale mensenrechtenorganisaties zoals de Verenigde Naties hebben kritiek op de harde aanpak van misdaad van de Hondurese overheid. Volgens hen heeft de militarisering van de misdaadbestrijding geleid tot mensenrechtenschendingen. Burgers worden gemarteld, verdwijnen of worden buitengerechtelijk geëxecuteerd.
Begin dit jaar liep een drie jaar durende noodtoestand af. Daarbij werden bepaalde grondrechten opgeschort en kregen veiligheidsdiensten extra bevoegdheden.












