NOS Nieuws•
Terwijl in Venezuela vijf dagen na de aardbevingen nog steeds overlevenden onder het puin vandaan worden gehaald, komen ook tragische verhalen naar buiten. Zo is van een groep van 146 Venezolanen die precies op de dag van de bevingen door de VS waren uitgezet naar hoofdstad Caracas weinig meer vernomen, schrijft Spaanse krant El País.
Ze zijn nog te zien op beelden die zijn gemaakt van hun aankomst op de internationale luchthaven. De Venezolaanse dienst die gaat over de terugkeer van landgenoten deelt van elke binnenkomende vlucht gepolijste opnames, bedoeld om een warm welkom uit te stralen. Te zien is hoe het hoofd van de dienst de Venezolanen begroet en een cadeaus geeft aan jonge kinderen.
Maar onder die beelden van roltrappen en douanehokjes met opgewekte gitaarmuziek verschenen al snel bezorgde berichten. “Zou u informatie kunnen geven over de mensen die met die vlucht zijn aangekomen en na de aardbeving nog steeds niet thuis zijn gekomen?”, schrijft Moises Valdivia. “De ongerustheid begint overweldigend te worden.”
Overgebracht naar hotel
Duidelijk is dat veel familieleden van passagiers op vlucht 164 niet weten dat de 120 mannen, 19 vrouwen en 7 kinderen naar een hotel even buiten de hoofdstad zijn gebracht. De Venezolaanse regering houdt ze daar vast in afwachting van medische controles en administratieve zaken. Het is een sober gebouw, eerder gebruikt als daklozenopvang en isolatieplek.
Dit Hotel Santuario La Llanada ligt uitgerekend in kustregio La Guaira, waar bewoners aan het begin van die avond de heftigste bevingen in meer dan een eeuw voor de kiezen krijgen, met een kracht van 7,2 en 7,5. Het hotel werd daarbij ook verwoest.
-
-
Vanuit de lucht is de omvang van de schade in Caraballeda, waar ook hotel La Llanada ligt, goed te zien -
Een vrijwilliger zoekt in Caraballeda, waar ook hotel La Llanada ligt, naar overlevenden onder het puin
De krant El País sprak veel familieleden van Venezolanen die tijdens de aardbevingen vastzaten in het hotel, onder wie Daniela. Haar man Joan (28) was eerder deze maand opgepakt op weg naar zijn werk in Florida, vertelt ze, en op de dag van de bevingen gedeporteerd. Hij zat op bed in hotel La Llanada toen alles om hem heen begon te trillen. Hij maakte dat hij wegkwam.
“Net toen hij bij de deur stond, stortte het hotel in en kwam hij onder het puin terecht”, vertelt Daniela. “Hij vertelt dat hij het heeft overleefd doordat er een stapelbed boven op hem viel. De matrassen hielpen hem om weerstand te bieden aan het gewicht van het puin.” Na drie uur wist hij zich op eigen kracht in veiligheid te brengen, anders dan vele anderen van vlucht 164.
Deuren dicht
Zo overleefde in het hotel Arturo Alejandro Morales de aardbeving niet. De dag na de ramp zou hij 25 jaar zijn geworden, vertelt zijn vader. Arturo José had geen idee dat zijn zoon was uitgezet en ging er na de bevingen van uit dat hij nog vastzat in de VS. Een kennis die op dezelfde vlucht zat moest hem het slechte nieuws vertellen.
De ouders van Anderson Daniel Salcedo Lozano (21), die ook in het hotel zat, richten hun woede op de Venezolaanse regering. Hun zoon ligt in kritieke toestand in een ziekenhuis, zijn benen zijn geamputeerd. Van een overlevende hoorden ze dat de deuren dicht bleven tijdens de beving. “Ze hielden ze opgesloten alsof het dieven of misdadigers waren”, zegt moeder Yulis Salcedo.
Er is niemand bezig met het ruimen van het puin. Help, alsjeblieft!
Interim-president Rodríguez stelde na de bevingen dat de hulpdiensten met man en macht bezig zijn met een grote reddingsoperatie, maar daar merken deze naasten niets van. “Het hotel waar iedereen van deze vlucht verbleef, is ingestort”, schrijft Daniely Hurtado twee dagen na de ramp bij de vliegveldvideo. “Er is niemand bezig met het ruimen van het puin. Help, alsjeblieft!”
Ook Verónica Nieves ziet weinig gebeuren bij het hotel waar haar zwager tijdens de bevingen vastzat. “Er zijn daar nog mensen in leven”, gelooft ze. “Er zijn nauwelijks reddingswerkers geweest, nauwelijks mensen die kunnen helpen.” Andere naasten van teruggekeerde Venezolanen stellen dat functionarissen zoekende familieleden bij het hotelpuin tegenhouden.
En dus blijven familieleden aandacht vragen voor het lot van hun dierbaren, en blijven ze vermissingsflyers verspreiden: online, in ziekenhuizen en rond wat een week geleden nog een hotel was. “Desaparecido” (vermist) staat daarop boven vrolijke foto’s van jonge mannen en vrouwen die een week geleden vanuit de VS nog een hele toekomst voor zich zagen.












